Chronische pijnen

CVS, burn-out en andere onbegrepen ziektes: waarom keert ons lijf zich plots tegen ons?

Je sukkelt met langdurige moeheid, chronische nek- en rugpijnen, spijsverteringsklachten of andere uitputtingssyndromen en je huisarts vertelt je steevast dat er lichamelijk niets mis met je is? ‘Je lichaam probeert je wel degelijk iets te vertellen’, zegt dokter Kris Van Kerckhoven. ‘Pas als je ernaar luistert, kan je jezelf genezen.’

 

CVS, burn-out en andere onbegrepen ziektes: waarom keert ons lijf zich plots tegen ons?

© iStock

 

Plots ben je op. Je voelt je moe, zo moe. Compleet uitgeput, mentaal en fysiek, zonder een directe aanleiding. Je ervaart onverklaarbare nek- en rugklachten, spijsverteringsproblemen, concentratiestoornissen, hoofdpijn, je kan geen licht of lawaai meer verdragen… Vreemd genoeg is er op scans en echo’s niets te zien. Ook bloedtests tonen geen noemenswaardige problemen aan. Wat is er in hemelsnaam aan de hand? Naar de fysiotherapeut, dan? De osteopaat, fasciatherapie… De kosten lopen op en op de koop toe verklaart het controleonderzoek van het ziekenfonds je perfect geschikt voor de arbeidsmarkt. In werkelijkheid kan je nauwelijks je veters strikken…

Waarom keert je lijf zich plots tegen jou zonder dat er een oorzaak lijkt te zijn? Al wie ooit met uitputtingsziektes als het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS), fibromyalgie, burn-out, chronische hyperventilatie, tinnitus, prikkelbare darmsyndroom of spastische colon te maken kreeg, breekt er zich onophoudelijk het hoofd over. Het maakt patiënten gefrustreerd, onbegrepen en machteloos. Niemand krijgt immers graag te horen dat zijn ziekte onder de noemer “Somatisch Onvoldoende verklaarbare Lichamelijke Klachten” (SOLK) valt. Door sommige huisartsen worden ze zelfs weggestuurd met de woorden ‘het zal de stress wel zijn’. Of nog erger, ‘het zit tussen je oren.’

Moeten we er dan van uitgaan dat SOLK-klachten een lichamelijke uiting zijn van een psychisch probleem? ‘Hoegenaamd niet’, zegt Kris Van Kerckhoven, huisarts en adviserend geneesheer bij een onafhankelijk ziekenfonds. Van Kerckhoven krijgt in zijn praktijk geregeld te maken met onverklaarbare moeheid, pijnen en ontstekingen. In zijn boek ‘Altijd moe & chronische pijn?’ legt hij uit waarom de symptomen niet het gevolg zijn van psychische problemen, maar wel van onderliggende emoties die niet worden erkend. ‘Het onderscheid tussen beide is belangrijk’, legt hij uit. ‘Wanneer ik bijvoorbeeld begin te blozen in een sociale situatie, dan reageert mijn lichaam op een emotie. Dat is niet psychisch. Hoe meer ik me zorgen maak en in mijn psyche aandacht geef aan dat blozen, hoe erger het wordt. De oorzaak is emotioneel en wordt niet aangestuurd vanuit de psyche. Dat laatste is het nieuwe brein, terwijl de emotie ontspruit uit het oeroude reptielenbrein.’

Blozen is gelukkig nog iets onschuldigs, maar chronische pijn, prikkelbaarheid of angst en vermoeidheid zijn dat niet. Volgens Van Kerckhoven zijn ook die klachten een uiting van emoties die vaak vast komen te zitten in het onderbewuste. Blijven ze daar omdat je ze opkropt, inslikt of onderdrukt, dan kunnen ze lichamelijke programma’s in het limbische systeem (het gebied waar geest en lichaam samenkomen en dat pijn, emotie en stemming regelt) in de hersenen verstoren en een toxisch effect hebben op het lichaam met alle gevolgen van dien.

De oorzaak van de klachten zit dus wel degelijk tussen de oren, maar niet volgens de Freudiaanse filosofie. De ziektesyndromen zijn niet het gevolg van haperingen in de psyche, die zich vaak in het verleden situeren, maar gerelateerd aan het leven van de patiënt in het hier en nu.

SOLK-klachten hebben allerlei verschillende symptomen, maar volgens uw theorie zijn het verschijningsvormen van hetzelfde probleem als je naar de oorzaak kijkt. Wat bepaalt dan of je CVS of prikkelbare darmsyndroom krijgt, en bijvoorbeeld geen burn-out, tinnitus of depressie?

Van Kerckhoven: ‘Een mens is geen machine. Verschillende reacties van ons lichaam worden bepaald door verschillen in onze voorgeschiedenis, onze individuele levensomstandigheden en erfelijke sterktes en zwaktes. Zet 100 CVS- of fibromyalgiepatiënten naast elkaar en je zal zien dat er geen twee dezelfde klachten hebben. Dat geldt trouwens ook voor andere diagnoses. Als wij allemaal dezelfde smaakpapillen hebben op onze tong, hoe komt het dan dat ik graag frieten eet en jij pannenkoeken?’

U heeft het ook niet begrepen op het etiket ‘SOLK’ omdat volgens u de lichamelijke klachten wel degelijk somatisch verklaard kunnen worden, namelijk door een chronische overactiviteit van de HPA-as (hypothalamus-hypofyse-bijnier-as) met bijnieruitputting en autonome disfunctie als gevolg. Maar waarom zijn er dan geen aantoonbare specifieke biomarkers te herkennen in het lichaam?

Van Kerckhoven: ‘De biomarkers zijn er wel degelijk, in de vorm van cortisol en adrenaline. Maar aangezien de klachten onbewust gestuurd worden vanuit onze oude hersenen en de stressrespons een hele normale respons is, zijn er geen afwijkingen in het bloed te vinden. Wanneer de normale stressrespons echter langdurig aanhoudt, komt het lichaam in een chronische alarmfase, waardoor er op verschillende vlakken uitputtingsproblemen kunnen ontstaan.’

‘Het stresshormoon cortisol is fundamenteel het belangrijkste hormoon dat onze immuniteit aanstuurt. Daarom zijn er bij sommige patiënten aantoonbare immuniteitsafwijkingen. De voortdurende “alarmfase” gaat ook gepaard met spierspanning. Op termijn zal een continue spierspanning zorgen voor spierpijnen, krampen, nek-, schouder- en ruglast, spanningshoofdpijn, slapeloosheid enz. Hoe langer de ziekte duurt, hoe meer biomarkers kunnen gaan afwijken. Voor mij is die slapeloosheid dus een zogenaamde biomarker voor chronische emotionele stress.’

Professor Guy T’Sjoen, hoofd van de dienst Endocrinologie en Stofwisselingsziekten van het UZ Gent, zegt dat bijnieruitputting niet bestaat. In de hele wetenschappelijke literatuur zou er niets te vinden zijn wat erop wijst dat bijnieruitputting zou kunnen bestaan. Het is een geloof.

Ik vind in de wetenschappelijke literatuur meer en meer argumenten die erop wijzen dat bijnieruitputting een heel belangrijke rol speelt bij vele chronische al dan niet auto-immuunziekten

Van Kerckhoven: ‘Ik ben geneigd om het oneens te zijn met die uitspraak. Ik vind in de wetenschappelijke literatuur meer en meer argumenten die erop wijzen dat bijnieruitputting een heel belangrijke rol speelt bij vele chronische al dan niet auto-immuunziekten. Zo blijkt uit een Zweeds onderzoek bij meer dan 7,5 miljoen mensen gedurende meer dan 30 jaar dat er een incidentie is van bijnieruitputting van 0,044 per 1000 persoon-jaren. Als we dat vertalen naar een begrijpelijk cijfer, betekent dat dat we in België met tien miljoen inwoners op tien jaar tijd 4400 nieuwe gevallen met bijnierinsufficiëntie zien. Daarnaast blijkt uit neurobiologisch onderzoek van de laatste jaren dat CVS wellicht samenhangt met een soort crash van het stresssysteem. Dat hangt samen met de HPA-as, waarbij de A staat voor “adrenal” oftewel bijnier.’

‘Maar au fond vind ik het niet zo belangrijk om hierin gelijk te halen. Mijn focus ligt niet op de verklaring, maar wel op de patiënt en hoe die zich voelt.Ik ben geen endocrinoloog, maar ik zou het heel interessant vinden om een alternatieve verklaring te weten voor waarom we zoveel chronisch zieke patiënten zien genezen door eigenlijk alleen maar emotioneel op het stresssysteem in te werken.’

Uw theorie leidt tot de hoopvolle boodschap dat de patiënt zichzelf kan genezen zonder hulp van medicijnen. Hoe kan hij dat doen?

Van Kerckhoven: ‘De basis van het genezingsproces is inzicht in de emoties. De patiënt moet leren het onderscheid herkennen tussen psychische en niet-psychische emoties, tussen gezonde fysieke moeheid en fysieke moeheid die getriggerd wordt door emoties. Hij moet begrijpen dat ons lichaam altijd reageert in het nu.’

Hoe moet ik mij dat concreet voorstellen?

Van Kerckhoven: ‘De patiënt werkt met een driestappenplan. Op het moment dat een fysieke klacht zoals vermoeidheid of pijn opsteekt, objectiveert hij allereerst de situatie. Waar is hij? Met wie? Wat doet hij? Ten tweede beschrijft hij de primaire emoties die zich in deze situatie manifesteren. Tot slot bepaalt hij op basis van die emotie wat hij vervolgens doet. Wanneer hij dat effectief uitvoert, voelt hij onmiddellijk het lichamelijke effect daarvan.’

Hoe reageert de reguliere medische wereld op uw aanpak? Stuit u daar op onbegrip?

Van Kerckhoven: ‘Als er onbegrip is, dan komt dat vooral door verkeerde veronderstellingen. Wanneer ik mijn visie tegenover huisartsen verduidelijk, ervaar ik juist een enorm enthousiasme. Toch is het praktisch vaak onmogelijk om hier ook echt mee aan de slag te gaan. De emotionele begeleiding van patiënten vraagt immers heel wat tijd, één tot anderhalf uur per patiënt. Ook het financiële plaatje moet kloppen. Je kan als huisarts een hogere vergoeding aanrekenen, maar niet iedereen kan dat dan weer betalen.’

Mensen met ‘vage klachten’ willen koste wat het kost een diagnose omdat ze willen weten wat er met hen scheelt, maar houden we de klachten niet in stand door aan al die stressgerelateerde symptomen zoveel labels te geven?

CVS, burn-out en andere onbegrepen ziektes: waarom keert ons lijf zich plots tegen ons?

© iStock

 

Van Kerckhoven: ‘Ik denk dat wij als artsen ons goed moeten bezinnen over wat we tegen een patiënt zeggen. Ik hoor regelmatig van collega-controle artsen, dat een patiënt “zich heeft genesteld in zijn invaliditeit” en “niet meer gemotiveerd is om eruit te komen”. Terwijl het dikwijls net het omgekeerde is: de patiënt wil beter worden, heeft er een helse zoektocht opzitten om verklaringen en oplossingen te vinden voor zijn klachten, en krijgt uiteindelijk veel te dikwijls van ons (artsen) te horen: het is erfelijk, het is ongeneeslijk, er is niks aan te doen, je moet het accepteren en aanvaarden, je leven aanpassen aan je ziekte. Wanneer ik iets gelijkaardigs tegen een patiënt zeg, vraag ik hem bijna letterlijk om zich te nestelen in een labeltje. Ik pleit dus voor minder labels en voor het behandelen van de fundamentele oorzaak.’

Tegenwoordig komt burn-out veel vaker voor dan vroeger, in de jaren 2000 waren er dan weer opvallend meer gevallen van de stressgerelateerde aandoening ‘muisarm’ dan nu. Hoe verklaart u die golfbeweging?

Van Kerckhoven: ‘Je kan die twee moeilijk met elkaar vergelijken. Het ene is een krampachtige houding die zich vertaalt in spierspanningen en tendinitis in een lidmaat, het andere betreft een totaal organisme. Terwijl een muisarm nog duidt op een lokaal overbelastingsprobleem, worden we op dit moment in onze maatschappij geconfronteerd met een algemeen overbelastingsprobleem. Ik krijg dagelijks mensen op consultatie die klagen dat het werk niet meer is wat het was. Wat men vroeger met tien deed, doet men nu met drie. Als je vroeger een probleem had, dan kon het bedrijf wel een aangepast licht werkje voor je zoeken. Dat lijkt voltooid verleden tijd. En bovenop de dagelijkse verhoging van de werkstress is er ook op privévlak een onvoorstelbare tsunami aan extra prikkels en verantwoordelijkheden. Je kan altijd en overal gebeld, ge-sms’t en gemaild worden en dan heb ik het nog niet over de sociale media gehad.’

Waar ik vroeger op de bus naar huis nog rustig uit het raampje keek en van de bushalte naar huis kuierde, en dus kon verwerken en ontstressen, steek ik nu bij wijze van spreken zelfs de straat over met één oog op mijn gsm-scherm.

‘Veel mensen leiden een leven dat letterlijk eivol zit. Waar ik vroeger op de bus naar huis nog rustig uit het raampje keek en van de bushalte naar huis kuierde, en dus kon verwerken en ontstressen, steek ik nu bij wijze van spreken zelfs de straat over met één oog op mijn gsm-scherm. Er lijken geen pauzes en verwerkingsmomenten meer te zijn, we worden continu gebombardeerd door prikkels.’

U pleit voor meer lichaamsintelligentie naast hoofintelligentie. We zijn emotioneel mindervalide, schrijft u. Moet het onderwijs daar bijvoorbeeld meer aandacht aan besteden?

Van Kerckhoven: ‘Absoluut ! Hoe vaak lees je niet dat jonge kinderen al aan de antidepressiva zitten. Maar een depressie, wat is dat? De vertaling van het Engelse “depression” zegt het letterlijk: onderdrukking. Wat onderdruk je dan? Je niet-psychische-emoties. Ouders zijn steevast trots wanneer hun kinderen al vroeg kunnen lezen, schrijven en rekenen. Mijn hart bloedt als ik dat hoor. Kleine kindjes moeten buiten spelen, zich fysiek, creatief en emotioneel ontwikkelen. Leer hen van kleins af aan dat emoties er zijn om hen te leiden. Niét om te onderdrukken. Stop dus met de “je moet stilzitten”, “wees eens flink”, “je mag niet boos zijn”, “niet wenen”, “je mag je niet vuilmaken”, enz. Leer een kind dat zijn boosheid een betekenis heeft. Leer het dat het niet mag slaan of bijten, maar dat het goed is om boos te zijn en in de situatie te kijken waarom dat zo is. En leer het om op een liefdevolle manier op te komen tegen onrecht en zijn grenzen te stellen. Het is pas als dié basis gelegd is, dat we kinderen intellectueel zouden mogen uitdagen. Onderwijsvormen die meer aandacht hebben voor de motorische en emotionele ontwikkeling van een kind hebben een voetje voor in de vorming van evenwichtige volwassenen.

Ouders zijn steevast trots wanneer hun kinderen al vroeg kunnen lezen, schrijven en rekenen. Mijn hart bloedt als ik dat hoor.

CVS, burn-out en andere onbegrepen ziektes: waarom keert ons lijf zich plots tegen ons?

U benadrukt in uw boek het belang van preventieve geneeskunde. Hebt u concrete tips voor stressgevoelige mensen om te voorkomen dat ze ziek worden?

Van Kerckhoven: ‘Ik leg aan patiënten vaak uit dat ze met twee benen uit hun ziekte moeten stappen. Het zijn dezelfde benen waarmee je preventief te werk gaat. Het eerste been is alles wat te maken heeft met grenzen die niet worden gerespecteerd, onrecht, oneerlijkheid. Stel je grenzen op een vriendelijke maar gedecideerde manier. Zolang je over je heen laat lopen, zit je lichaam in chronische stress, en als dat lang genoeg duurt, word je ziek. Het tweede been is alles wat met balans te maken heeft. Natuurlijk heb je je dagelijkse verplichtingen en routine, maar als de balans zoek is, loopt je batterij enkel leeg en word je ziek. Belangrijke balansen zijn binnenactiviteiten en buitenlucht, zorgen voor anderen en zorgen voor jezelf, tijd voor jezelf en sociaal contact, intellectueel en creatief bezig zijn, stilzitten en sporten of op zijn minst bewegen, verplichtingen en spelen, moeten en mogen, routine en iets spannends doen of nieuws ontdekken, je nuttig voelen en iets “nutteloos” doen… Gebruik dit tweede been, ook preventief .’

 

Bron: Knack

Geen categorie

LICHAAMSBEWEGING KAN HET RISICO OP CHRONISCHE LAGE RUGPIJN VERMINDEREN

Regelmatig bewegen, zoals wandelen of intensief sporten, kan het risico op chronische lage rugpijn met wel 16% verminderen, volgens een nieuwe review van vroegere studies.

In het verleden was het niet duidelijk of lichaamsbeweging lage rugpijn voorkomt, of of mensen zonder rugpijn meer geneigd zijn om te bewegen, noteerden de onderzoekers in een paper die op 14 juni online werd gepubliceerd in de British Journal of Sports Medicine. Om uit te zoeken wat het eerst komt, analyseerde het reviewteam de gegevens van 36 studies die bijna 160.000 personen volgden die geen rugpijn hadden in het begin. “Systematische reviews van klinische studies suggereren dat lichaamsbeweging de intensiteit van lage rugpijn en recidieven vermindert. Bovendien suggereert de huidige review dat sporten of andere ontspanningsactiviteiten ook beschermen tegen de ontwikkeling van chronische lage rugpijn,” verklaarde de hoofdauteur Dr. Rhaman Shiri, onderzoeker aan het Finnish Institute of Occupational Health in Helsinki, via email aan Reuters Health.

Om de definities van de verschillende studies te standaardiseren, telden Shiri en een collega alle niet-werk-gerelateerde fysieke inspanningen, waaronder stappen en trappen oplopen, als fysieke activiteit naast sporten of andere vormen van intentionele inspanningen. De mensen werden als actief beschouwd als ze een dergelijke fysieke activiteit minstens een- of tweemaal per week deden gedurende minstens 30 tot 60 minuten, of als ze zich in de middelste of hoogste categorie van totale fysieke activiteit binnen hun studiegroep bevonden. De onderzoekers vonden dat voor matig actieve en zeer actieve personen het risico op de ontwikkeling van chronische lage rugpijn respectievelijk 14% en 16% lager was dan voor mensen in de minst actieve categorie. Chronische lage rugpijn werd gedefinieerd als pijn die minstens 3 maanden of langer aanhield, of pijn gedurende meer dan 30 dagen tijdens de laatste 12 maanden.
Voor acute of occasionele lage rugpijn echter, leken de niveaus van fysieke activiteit geen verschil uit te maken in risico. Dit was ook het geval voor ziekenhuisopnames of ziekteverlof gerelateerd aan lage rugpijn. Beperkingen van de review zijn, volgens de auteurs, het feit dat sommige studies geen rekening hielden met factoren die de resultaten konden beïnvloeden, zoals werk-gerelateerde fysieke inspanning, depressie of roken, die allemaal geassocieerd zijn met onvoldoende lichaamsbeweging en risico op lage rugpijn. Er waren ook te weinig oudere of zeer jonge volwassenen om te bepalen of het blijkbaar beschermend effect van lichaamsbeweging geldt voor alle leeftijdsgroepen. Oudere mensen zijn bijvoorbeeld meer geneigd om inactief te zijn als gevolg van rugpijn, noteerden de auteurs. Mensen beseffen steeds meer dat ze moeten bewegen, verklaarde Dr. Joel Press in een telefonisch interview aan Reuters Health. “We zijn gemaakt om te bewegen. We zijn absoluut niet gemaakt om stil te zitten, en ik denk dat deze studie dat bevestigt. Het is een grote studie die veel mensen bestudeerde,” verklaarde Press, hoofd psychiatrie aan het Hospital for Special Surgery in New York. Gewoonlijk adviseert Press mensen die reeds rugpijn hebben, om zo weinig mogelijk te zitten en weinig belastende activiteiten te doen zoals wandelen.

“Over het algemeen start ik met weinig belastende activiteiten zoals wandelen. Zwemmen is een andere weinig belastende activiteit die je rug minder belast, maar waarmee je toch cardiovasculaire conditie krijgt en veel beweging hebt,” verklaarde Press, die niet betrokken was bij de huidige studie. Het zou best zijn om niet te starten met sporten die gepaard gaan met veel draaien en keren, zoals golf, baseball en tennis tenzij je voorzorgen neemt om niet in de positie te komen waar je de rugpijn verslecht, noteerde hij. “Het belangrijkste is, denk ik, dat als je een activiteit doet en als de pijn verergert telkens als je de activiteit doet, je slechter af bent dan ervoor,” aldus Press. “Als je een activiteit doet en je hebt weinig pijn erna en je voelt je goed later die dag, en de volgende dag is het niet slechter, dan zou ik zeggen: doe verder, je bent goed bezig.”

Chronische pijnen, Gezondheid, Rugklachten

CHRONISCHE RUGPIJN: ‘ALS ZITTEN HET NIEUWE ROKEN IS, DAN SPREKEN WE ZEKER VAN TWEE PAKJES PER DAG’

Afbeeldingsresultaat voor zitten is het nieuwe roken

Tachtig procent van de Belgen krijgt ooit te maken met lage rugpijn. In veel gevallen is daar geen duidelijke oorzaak voor en gaan de klachten vanzelf weer weg. Toch worden patiënten nog te vaak onder de scanner en zelfs op de operatietafel gelegd, zegt rugspecialiste Gaëtane Stassijns van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen.

Of we dit gesprek al staande kunnen voeren, vraagt professor Gaëtane Stassijns. ‘Dat is beter voor de rug.’ Het diensthoofd fysische geneeskunde en revalidatie in het UZA haalt er twee statieven bij, speciaal ontworpen om een corrigerend duwtje in de onderrug te geven. ‘Om te vermijden dat onze houding verzwakt en we uiteindelijk toch weer gaan doorzakken.’ Ze schopt ook haar hakken aan de kant. ‘Een hakje mag, maar hoge hakken zijn moordend voor de rug. Eigenlijk moeten we terugkeren naar traditioneel schoeisel, denk aan Indiase sandalen waarvan de zool niet meer dan een dun, lederen lapje is. Lopen is vandaag te makkelijk, we hoeven geen enkele moeite meer te doen. Stap maar eens op blote voeten en met je ogen dicht door de tuin. Dan zul je merken dat je constant uit evenwicht wordt gebracht en je je houding moet corrigeren, waarbij je vaak ongebruikte spieren aanspreekt. Dat is heel heilzaam voor de rug, tenminste als je geen voetafwijkingen of artrose hebt.’

Het aantal patiënten met lage rugpijn blijft stijgen. Waaraan ligt dat volgens u?
Gaëtane Stassijns: Veel mensen hebben een zittend beroep en zitten is heel belastend voor de rug. De druk op de tussenwervelschijven is in zithouding veel groter dan in staande houding. Ik zie in mijn praktijk helaas ook steeds meer tieners met rugklachten. Ook pubers bewegen minder dan vroeger en ze nemen bij het gamen of tv-kijken ook zelden de correcte zithouding aan. Het zou niet slecht zijn om enige basiskennis over de rug mee te geven op school. Al is informeren maar één deel van het verhaal. Je moet automatismen aanleren en het vooral zo makkelijk mogelijk maken om bijvoorbeeld ook op de werkplek genoeg te bewegen.

Dat gaat verder dan het cliché van ‘de printer wat verderop plaatsen’?
Stassijns: Inderdaad. Denk aan rechtopstaand vergaderen. In Nederland kijkt niemand daar nog van op en stilaan sijpelt dat idee ook bij ons door. Je kunt ook gerust al wandelend vergaderen, wat tot kortere meetings leidt waarin geen uren naast de kwestie gepalaverd wordt. Werkgevers kunnen ook investeren in bureaus met een loopband, of een fiets. Taken waarvoor je al je concentratie nodig hebt, doe je nog altijd beter aan je normale bureau. Maar telefoongesprekken bijvoorbeeld probeer ik zo veel mogelijk op een hometrainer te voeren. In een laag tempo weliswaar. Je hoeft echt geen triatlon af te werken tijdens de kantooruren.

De laatste jaren is het rechtopstaand werken in opmars, waarbij de laptop op een verhoogje komt. Hoe zaligmakend is dat?
Stassijns: We zijn gemaakt om te bewegen, niet om acht uur per dag op een stoel te zitten. Maar ook niet om acht uur ononderbroken stil te staan, want dan ga je op den duur doorzakken en komt de rug ook onder druk. Je moet vooral naar afwisseling streven. Hetzelfde met de zitbal, of de Zweedse stoel (waarbij je op je knieën en schenen steunt, nvdr). Goed als variatie, maar gebruik die vooral niet de hele dag. Door het afhellende vlak van de Zweedse stoel zit je mooi rechtop, maar omdat die geen leuning heeft, verzwakt je houding na een poosje toch weer.

Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) publiceerde vorige maand nieuwe richtlijnen in verband met lage rugpijn. Het kernpunt: wie met rugpijn kampt, moet vooral bewegen. Houdt dat ook in dat patiënten met lage rugpijn het best ook zo snel mogelijk weer aan het werk gaan?
Stassijns: Ja, want door iemand langdurig thuis te houden, duw je hem in de richting van chronische rugpijn: de kans op definitief herstel wordt steeds kleiner. Na drie maanden ziekteverlof kan de drempel om weer aan de slag te gaan voor sommigen al te hoog zijn. Heel wat ruglijders die langdurig thuis zitten, brengen hun hele dag voor de tv door. Als zitten het nieuwe roken is, dan spreken we zeker van twee pakjes per dag. Wie werkt, desnoods halftijds of met een aangepast takenpakket, beweegt als vanzelf meer.
Bij 80 à 85 procent van de rugpatiënten is er geen duidelijke reden voor hun pijn te vinden, zij vallen onder de ‘aspecifieke rugklachten’. Als die mensen op consult komen, zijn ze vaak ongerust of zelfs angstig. Ze denken: als iets zo veel pijn doet, moet er wel wat ernstigs aan de hand zijn. Maar aspecifieke rugpijn is niet onrustwekkend en verdwijnt meestal na zes tot acht weken vanzelf. Die patiënten maken we al vanaf het eerste gesprek duidelijk dat ze actief móéten blijven. Anders dreigen ze ten prooi te vallen aan kinesiofobie, de angst om te bewegen. En wie te lang met die angst rondloopt, heeft een groter risico om chronische rugpijn te ontwikkelen.

Hoe herkent u de risicogevallen?
Stassijns: Wie ervan overtuigd lijkt dat werken, of zelfs maar bewegen, nog meer schade kan toebrengen, is een kanshebber op chroniciteit. En dat is niet alleen heel vervelend voor de patiënt, het kost de maatschappij ook handenvol geld.
We moeten meer oog hebben voor context. Wie om de haverklap bij de arts van de verzekering op controle moet, wordt constant herinnerd aan zijn pijn. Die patiënt komt in een vicieuze cirkel terecht. Vaak kan hij pas echt aan zijn herstel beginnen als die problemen achter hem liggen. Uiteraard kan ook stress meespelen. Wie stress heeft, omdat hij op het werk gepest wordt bijvoorbeeld, loopt de hele dag met verkrampte spieren rond. Zelfs een overbodige CT- of NMR-scan kan een patiënt met ‘banale’ rugpijn richting chronische pijn duwen.

Hoe bedoelt u?
Stassijns: Met een scan vinden we, zeker bij 40-plussers, altijd wel iets. Elke rug heeft een of andere afwijking, maar daarom is die nog niet verantwoordelijk voor de pijn. De kans dat je iemand met zo’n scan angstig maakt, is groter dan de kans dat je hem ermee helpt te genezen. Zulke medische beeldvorming is wél nodig als je een onderliggende oorzaak wilt uitsluiten: een geknelde zenuw bijvoorbeeld, of een tumor.

Experts en ook het KCE raden al jaren aan om het gebruik van scans bij rugklachten te beperken. Toch hebben velen de mentale omslag nog niet gemaakt?
Stassijns: Stilaan lijken alle neuzen dezelfde kant op te wijzen. We proberen lage rugpijn steeds minder te verklaren op anatomisch niveau en dat maakt scans in de meeste gevallen irrelevant. Want zelfs al stel je een discushernia vast bij een patiënt, dan nog weet je niet of die de pijn veroorzaakt. Als ik straks aan de ingang van het UZA de eerste honderd bezoekers scan, is de kans groot dat dertig van hen een hernia hebben, zonder dat ze er enige last van ondervinden. Bovendien verandert een scan toch niks aan de standaardbehandeling van lage rugpijn: zorgen dat je in beweging blijft, en oefentherapie.

Wat die oefentherapie betreft: van algemene krachttraining evolueerden we naar core stability, of ‘rompstabiliteit’. Waarom is dat beter?
Stassijns: Het is een hardnekkig misverstand dat we bij rugpijn het best sit-ups kunnen doen om onze buikspieren te trainen. Dat is een veel te eenzijdige training, want we hebben doorgaans zwakkere rugspieren dan buikspieren. Core stability gaat daarentegen over je diafragma, buik-, rug- en bekkenbodemspieren. Het doel is alle spieren van de romp te versterken, en zeker de kleinere spieren, dicht bij de rug, zodat die een soort natuurlijk korset vormen. Het zijn die kleine spieren dicht bij de wervelzuil die voor stabiliteit zorgen. Wie fysieke arbeid verricht, traint die spieren vaak vanzelf. Maar voor wie een kantoorbaan heeft, zijn die oefeningen zeker aan te raden. Simpele oefeningen, die de kinesist je vrij makkelijk kan aanleren. Ik geef toe dat we er nog steeds niet uit zijn welke vorm van oefentherapie de meest geschikte is, maar dat core-stabilitytraining werkt, zie ik elke week in de praktijk. Het UZA begeleidt ook de Koninklijke Balletschool Antwerpen en sinds we daar enkele jaren terug de basisprincipes introduceerden, zien we opvallend minder kwetsuren.

Het advies om te blijven bewegen en zes tot acht weken af te wachten kan frustrerend zijn voor patiënten die veel pijn hebben. Zij willen scans en desnoods chirurgie.
Stassijns: Ik wil geen steen werpen naar mijn collega’s in de chirurgie, maar er wordt te veel geopereerd op rugpatiënten. Waarom zou je een hernia zonder complicaties meteen opereren? Nog veel te weinig wordt de patiënt duidelijk gemaakt dat er 80 procent kans is dat die hernia spontaan verdwijnt binnen het jaar. Zou hij dan nog altijd onder het mes willen gaan? De verantwoordelijkheid voor lage rugpijn wordt vandaag nogal makkelijk bij de arts gelegd, terwijl die bij de patiënt moet liggen. Je moet aandacht besteden aan je houding, je spieren trainen en eventueel wat doen aan je overgewicht. En als je dat allemaal negeert, kun je niet verwachten dat een pijnstillertje al je problemen oplost.

Een studie uit 2014 wees uit dat pijnstillers voor lage rugpijn – vaak paracetamol – eerder een placebo-effect hebben.
Stassijns: Zover zou ik niet gaan. Al is het effect van pijnstillers soms teleurstellend vanuit het perspectief van de patiënt. Vandaag bevelen we eerder ontstekingsremmers aan, maar dat moet van geval tot geval bekeken worden met de arts. Ik hamer dan wel op de eigen verantwoordelijkheid van de patiënt, maar dat betekent niet dat hij geen hulp mag krijgen.

Het aantal mogelijke behandelingen voor lage rugpijn lijkt schier eindeloos. Hoe moet een rugpatiënt daar een keuze in maken?
Stassijns: Dat er zo veel behandelingen en hulpmiddelen zijn, komt ook omdat we er vaak het fijne nog niet van weten. Voor zo’n courante aandoening als rugpijn is het haast schrijnend hoe weinig degelijke studies er voorhanden zijn. De farmaceutische wereld staat niet te springen om onderzoek te sponsoren – er wordt nu eenmaal weinig nieuwe medicatie ontwikkeld – en rugpijn hééft ook zeer diverse oorzaken.

Het KCE raadt aan om geen korsetten of steunzolen meer voor te schrijven. Die zouden er net voor zorgen dat de rugspieren verzwakken. Gaat u akkoord?
Stassijns: Zeker. Al kan een korset in zeer specifieke gevallen nuttig zijn.

Ook vibrerende andullatiematrassen zijn nutteloos, zegt het KCE.
Stassijns: Ze zijn ongetwijfeld zeer aangenaam, maar ik betwijfel of ze rugklachten kunnen verhelpen. Ik heb ze ook nooit aangeraden. Ach, vandaag is het de andullatiematras, twintig jaar terug was het het waterbed. Dat was ook aangenaam en warm, maar het gaf absoluut géén steun aan die pijnlijke rug.
Natuurlijk is een goede slaaphouding belangrijk: zeker niet op je buik, het liefst op je zij, met je onderste been wat onder het andere geplooid. Je wervelkolom moet één horizontale lijn vormen wanneer je slaapt, zodat de zware zones – schouder en heup – wat dieper kunnen inzakken. Daarvoor heb je een goede matras nodig, en die hoeft echt geen fortuin te kosten.

HUISWERK VOOR UW RUG
Wie aan zijn core stability of rompstabiliteit wil werken, hoeft niet per se dure toestellen in huis te halen. Drie simpele oefeningen, voor thuis of zelfs op kantoor, om uw rug in vorm te houden.

1. Ga op een krukje zitten, met de heupen en knieën geplooid in een hoek van 90 graden, met de armen voor de borst gekruist.
Neig uw romp naar voren of naar achteren terwijl de kromming in de rug ongewijzigd blijft.
Hou de positie drie seconden aan.
Doe drie reeksen van tien naar voren en drie naar achteren.


2. Start in rugsteun tegen de muur, met gestrekte benen naast elkaar, hielen tegen de muur en de armen gekruist voor de borst.
Trek de benen afwisselend op tot ze een hoek van 90 graden vormen met de heup.
Let erop dat de kromming in uw rug ongewijzigd blijft.
Houd de positie vier seconden aan.
Doe drie reeksen van tien.


3. Start met heupen en knieën 90 graden geplooid, de handen onder de schouders en de benen samen.
Strek telkens één arm en het tegengestelde been tot die in elkaars verlengde liggen. De kromming van de rug blijft ongewijzigd.
Houd de positie drie seconden aan.
Doe één reeks van twintig, daarbij telkens wisselend van arm en been.

Geen categorie

HELPEN KRACHTIGE PIJNSTILLERS NIET BIJ CHRONISCHE LAGERUGPIJN?

Krachtige pijnstillers, afgeleid van morfine, hebben weinig effect bij chronische lagerugpijn, zeggen Australische onderzoekers.

Australische onderzoekers brachten alle goed uitgevoerde, placebogecontroleerde studies over de effecten van krachtige pijnstillers (met codeïne of afgeleid van morfine) samen in een overzichtsonderzoek (1). Daarbij mikten ze enkel op lagerugpijn die lang aansleept en waarvoor geen specifieke oorzaak gevonden wordt, d.w.z. geen hernia, geen ontstekingen, uitzaaiingen en dergelijke. In totaal selecteerden ze 20 degelijke studies met betrekking tot 7.295 ruglijders: 17 daarvan vergeleken de effecten van krachtige pijnstillers met placebo en 3 vergeleken de pijnstillers onderling. De opvolgperiode was kort: gemiddeld 3 maanden. De pijn werd beoordeeld via vragenlijsten waarbij deelnemers de intensiteit van hun pijn situeerden op een schaal van 0 tot 100. Bij 13 studies was er een lichte verbetering van de pijn (10 punten minder op de schaal) in vergelijking met placebo. Dat is een zeer minimaal effect. Voor een betekenisvolle verbetering moet je minstens een verschuiving van 20 punten op de schaal behalen. Er waren ook geen betekenisvolle verschillen tussen diverse pijnstillers onderling. De onderzoekers besloten dat krachtige pijnstillers, die soms voorgeschreven worden wanneer lichtere pijnstillers niet werken, eigenlijk amper effect hebben op chronische lagerugpijn. Bovendien ervaart meer dan de helft van de betrokkenen wel hinderlijke nevenwerkingen, zoals misselijkheid, constipatie en hoofdpijn.

Dit is een zeer degelijke analyse van een selectie goed uitgevoerde studies, wat de resultaten betrouwbaar maakt. Opvallend is dat zeer veel mensen (50%) die aan de 20 studies deelnamen, vroegtijdig afhaakten, omdat ze te veel last hadden van nevenwerkingen en amper minder pijn ervaarden. Overigens waren enkele van de geselecteerde studies gefinancierd door de farma-industrie, en ook deze toonden geen noemenswaardig effect. De resultaten verbazen niet echt. Aspecifieke chronische rugpijn is een veel gehoorde klacht die zelden kan worden opgelost met pijnstillers. Wat wel effect heeft, is voldoende beweging, een goede houding, vermageren bij overgewicht, manuele therapie en cognitieve gedragstherapie.

Conclusie
Een goed uitgevoerde overzichtsstudie vindt geen noemenswaardig effect van de meest krachtige pijnstillers bij aspecifieke lagerugpijn. Aspecifiek betekent zonder duidelijke oorzaak, dus geen hernia, ontsteking, tumor of trauma. De meeste mensen ervaren wel hinderlijke nevenwerkingen. Dergelijke klacht vraagt dus een andere aanpak dan pillen.