Blog

Schouder

Impingement syndroom: Schouder impingement / extern impingement

Wat is Impingement - Tips en Adviezen om van schouderpijn af te komen

Bij een impingement syndroom wordt weefsel dat zich onder het schouderdak bevindt ingeklemd tussen de schouderkop en het schouderdak. De pijn die hierdoor ontstaat wordt voornamelijk gevoeld bij het heffen van de arm.

Het woord ‘impingement’ is een verwarrende term. Het betekent letterlijk ‘botsing’ maar wordt in het geval van een impingement syndroom meestal vertaald als ‘inklemming’.

Beschrijving van de aandoening

Het schoudergewricht bestaat onder andere uit het schouderblad en de bovenarm (de humerus). Vanuit het schouderblad vormt zich het schouderdak, wat bestaat uit het acromion, het coracoacromiale ligament en de processus coracoideus. Het schouderdak bevindt zich boven de kop van de humerus.

Tussen het schouderdak en de kop van de bovenarm bevinden zich spieren, pezen en slijmbeurzen. Bij een impingement syndroom raken een of meer van deze structuren ingeklemd. Dit komt doordat de kop van de bovenarm te ver naar boven toe wordt verplaatst. Hierdoor wordt de ruimte kleiner tussen het schouderdak en de bovenarm. Dit kan verschillende oorzaken hebben.

Oorzaak en ontstaanswijze

De inklemming kan ten eerste veroorzaakt worden doordat structuren onder het schouderdak gaan zwellen of extra ruimte innemen. Hierdoor raken zij eerder bekneld wanneer de bovenarm geheven wordt. Het zwellen van pezen en spieren komt door overbelasting. Ook kan er door overbelasting kalk in de pezen ontstaan. Deze kalk kan extra ruimte innemen, wat impingement kan veroorzaken. 

Een tweede oorzaak kan gezocht worden in een verkleining van de ruimte onder het schouderdak doordat de bovenarm te ver naar boven toe verplaatst. Dit kan onder andere gebeuren als de rotatorcuff spieren in de schouder niet goed functioneren. Wanneer de rotatorcuff spieren niet goed samenwerken, ontstaat er instabiliteit. De kop van de schouder wordt niet meer op de juiste plek gehouden. Hierdoor krijgt de schouderkop teveel beweeglijkheid en gaat deze dichter bij het schouderdak staan.  

Ook kan het schouderdak een ongunstige vorm hebben waardoor de ruimte eronder (de subacromiale ruimte) kleiner is en er dus sneller een inklemming ontstaat.

Klachten en verschijnselen: symptomen

Impingement ontstaat dus als gevolg van andere problemen in de schouder. Hierdoor kunnen er verschillende klachten zijn bij patiënten met het impingement syndroom. Typische kenmerken zijn pijn aan de buitenzijde van de schouder, soms uitstralend naar de bovenarm en in ernstige gevallen tot in de hand.

De pijn ontstaat bij het heffen van de arm. Deze wordt vaak gevoeld in het bewegingstraject rond de 90 graden (zie afbeelding, bewegingstraject-B). Ook het einde van de beweging kan pijnlijk zijn. Daarnaast ervaart de patiënt pijn bij draaibewegingen van de bovenarm en het heffen van de arm tegen weerstand.

Diagnose

De diagnose impingement syndroom kan door een kinesitherapeut, huisarts of orthopeed gesteld worden. De diagnose wordt gesteld aan de hand van de klachtengeschiedenis en de resultaten van het lichamelijk onderzoek. Tijdens het lichamelijk onderzoek wordt ook onderzocht wat de oorzaak van het impingement syndroom is. Bij verdenking van peesproblemen als oorzaak, kan een echo worden aangevraagd. Echografisch onderzoek kan ook gebruikt worden om andere aandoeningen uit te sluiten. Verder aanvullend onderzoek is niet nodig om de diagnose te stellen.

Behandeling en herstel

De behandeling is afhankelijk van de oorzaak van de klachten. De behandeling is er op gericht de pijn te verminderen en de beweeglijkheid en de spierfunctie te verbeteren. De beweeglijkheid van de gehele schoudergordel is hiervoor belangrijk. Ook de beweeglijkheid van de nek- en borstwervelkolom is belangrijk. Een kinesitherapeut zal dit onderzoeken en behandelen. Daarnaast is het trainen van de rotatorcuff spieren belangrijk.

Als (acute) hevige pijn op de voorgrond staat, dan kan de huisarts of specialist er voor kiezen eencorticosteroïden injectie toe te dienen (ontstekingsremmers). Dit is voornamelijk zinvol als de pijn wordt veroorzaakt door een slijmbeursontsteking.

De tijd van herstel is afhankelijk van hoe lang de klachten al aanwezig zijn en wat de oorzaak is. Een kinesitherapeut probeert binnen 6 tot 12 weken volledig herstel te krijgen. Maar kinesitherapeutisch behandeling is alleen effectief wanneer er ook zelf actief aan het herstel wordt meegewerkt. Vooral in het geval van overbelasting, is de nodige rust belangrijk. Vaak betekent dit dat sporten of werken tijdelijk niet kan, of op een andere manier uitgevoerd moet worden.

Vroeger werd een impingement syndroom nog vaak geopereerd. Dit wordt eigenlijk niet meer gedaan. Alleen in het geval van een anatomische ongunstige vorm. Of wanneer de hoeveelheid kalk in de spieren echt te groot is.

Referenties 
Hyvönen, P. (2003). On the pathogenesis of shoulder impingement syndrome. Oulu: University Press.
Jansen, M.J., Brooijmans, F., Geraets, J.J.X.R., Lenssen, A.F., Ottenheijm, R.P.G., Penning, L.I.F. & Bie, R.A. de (2011). KNGF Evidence Statement. Subacromiale klachten. Supplement bij het Nederlands Tijdschrift voor Fysiotherapie. Jaargang 121, nr. 1.
Nugteren, K. van & Winkel, D. (2007). Onderzoek en behandeling van de schouder. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
Verhaar, J.A.N. & Linden, A.J. van der (2005). Orthopedie. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Borstkas

Gekneusde of gebroken rib: Ribcontusie / ribfractuur

Lees alles over gekneusde ribben; symptomen, herstel en ...

Het skelet bestaat bij de meeste mensen uit 24 ribben. De ribben hebben een beschermende functie en zijn onmisbaar voor de werking van de longen. Letsel aan de ribben kan tot flinke pijn tijdens het bewegen leiden. Ook de ademhaling kan verstoord of pijnlijk zijn.

De ribben worden door specialisten ook wel ‘costae’ genoemd. Het zijn de beenderen die samen de borstkas (ribbenkast) vormen. De borstkas beschermt het hart en de longen in de borstholte en maakt daarnaast de ademhaling mogelijk door een onderdruk in de longen te creëren.

Beschrijving van de aandoening

We maken een onderscheid tussen gekneusde ribben en gebroken ribben. Bij de gekneusde rib (ribcontusie) is het omliggende weefsel van de rib beschadigd. De term ‘gekneusde rib’ is enigszins verwarrend omdat de ribben zelf niet aangedaan zijn. Wanneer een rib wel aangedaan is en daadwerkelijk breekt, noemen we dit een ribfractuur.

Oorzaak en ontstaanswijze

Letsels aan de ribben ontstaan meestal door een ongeluk, val of stoot tegen de ribbenkast. Wanneer er sprake is van osteoporose (botontkalking) kan een lichte por of hard hoesten (niezen) al tot een breuk leiden.

Klachten en verschijnselen: symptomen

  • Pijn op de plaats van het letsel.
  • Druk op de rib(en) is pijnlijk (bijvoorbeeld ook bij liggen).
  • Bewegingen van de borstkas zijn pijnlijk (draaien, buigen).
  • (Scherpe) pijn bij diep inademen.
  • Pijn bij hoesten.
  • Soms is de ademhaling verstoord (kortademig, benauwdheid).
  • Er kan een bloeduitstortingen aanwezig zijn.

Bij een gebroken rib is er mogelijk een vervorming van de borstkas te zien. Er kan ook een trapje in het verloop van een rib gevoeld worden. Wanneer er sprake is van lucht onder de huid (een knisperend gevoel onder de huid) kan er sprake zijn van een klaplong.

Diagnose

Soms veroorzaakt een gebroken rib maar weinig klachten. In veel gevallen is het moeilijk om een breuk van een van de ribben vast te stellen. Als er een verdenking is van een fractuur (breuk) kunnen er foto’s gemaakt worden. 

De diagnose wordt bevestigd aan de hand van röntgenfoto’s. Op een gewone foto van de longen wordt een gebroken rib vaak over het hoofd gezien. Op de röntgenfoto wordt ook gekeken of er sprake is van een klaplong (pneumothorax). Een CT-scan en MRI kunnen helpen bij het inschatten van de ernst van het letsel.

Behandeling en herstel

In de meeste gevallen geneest een gekneusde of gebroken rib spontaan. Pijnstillers worden voorgeschreven tegen de pijn en wanneer men veel moet hoesten kan de huisarts (codeïne)tabletten voorschrijven. Hierdoor wordt de hoestprikkel gedempt. 

Wanneer de patiënt veel pijn heeft kan een groot pleisterverband aangelegd worden zodat de ademhalingsbewegingen van de ribben onder de pleister wat afgeremd worden. In sommige gevallen wordt een pijnstillende injectie gegeven. 

Het is belangrijk dat de patiënt diep ademhaalt waarbij de longen volledig uitzetten.

Geen categorie

MOGELIJKHEID TOT VIDEO- EN TELEFONISCH CONSULT TIJDENS COVID-19-CRISIS

Na twee weken onderhandelen tussen AXXON en het RIZIV kunnen de kinesitherapeuten gebruik maken van een COVID-19-maatregel voor een forfaitaire vergoeding voor het opvolgen van een patiënt via video- en telefonisch consult.

Om de continuïteit van de kinesitherapeutische zorg en het stabiliseren of verbeteren van de gezondheidstoestand van de patiënt te garanderen, zijn een video- (€ 40) en telefonisch (€ 25) consult gedurende de coronacrisis zeker aangewezen. De patiënt dient hierbij geen remgeld te betalen. Bovendien tellen deze verstrekkingen niet mee voor het aantal voorgeschreven verstrekkingen op het klassieke kinesitherapievoorschrift. De kinesitherapeut moet echter wel in het bezit zijn van een voorschrift.

Het ‘consult op afstand’ omvat:

  • de evaluatie van de toestand van de patiënt via een vraaggesprek
  • de opmaak van een individueel oefenprogramma
  • 2 contacten/week waarbij de patiënt gestimuleerd wordt het aangeboden oefenprogramma te volgen
  • het opvolgen en bijsturen van het oefenprogramma van de patiënt via videostreaming
  • het registreren van nuttige parameters (mobiliteit…)

Verdere details bij deze forfaitaire vergoeding voor kinesitherapeutische verzorging via video- of telefonisch consult tijdens de COVID-19-periode kan u hier terugvinden. (Bron: RIZIV)

Schouder

Gebroken sleutelbeen: Clavicula fractuur / sleutelbeenbreuk

Gebroken sleutelbeen (sleutelbeenfractuur) - Orthopedie - Orthopedie

Een gebroken sleutelbeen is één van de meest voorkomende botbreuken. Het bot vormt de verbinding tussen het schouderblad en het borstbeen. Het sleutelbeen is hierdoor ook de verbinding tussen de arm en de rest van het lichaam.

De Latijnse naam voor sleutelbeen is clavicula en een (bot)breuk wordt ook wel fractuur genoemd. In de medische wereld spreekt men daarom vaak van een clavicula fractuur als men het over een gebroken sleutelbeen heeft.

Beschrijving van de aandoening

Het sleutelbeen is een lang en dun botstuk dat door een ongeluk of val eenvoudig kan breken. Onder het sleutelbeen liggen een aantal belangrijke zenuwen en bloedvaten die naar de arm toe lopen. Deze structuren zijn maar zelden aangedaan als het sleutelbeen gebroken is.

Een sleutelbeenbreuk wordt onderverdeeld in 3 types:
Type 1: Laterale clavicula fractuur. De fractuur zit aan de schouderzijde van het sleutelbeen.
Type 2: Mid-shaft clavicula fractuur. De fractuur zit in het midden van het sleutelbeen.
Type 3: Mediale clavicula fractuur. De fractuur zit aan de borstbeenzijde van het sleutelbeen.

Meestal zit de breuk in het midden van het sleutelbeen (mid-shaft fractuur). Omdat de uiteinden van het sleutelbeen met sterke banden vast zitten aan het schouderblad en het borstbeen, breken deze minder snel.

Bij een mid-shaft fractuur ontstaat er meestal een standsverandering. Door de breuk breekt het sleutelbeen in tweeën, waardoor het gedeelte aan de binnenzijde naar boven gaat staan en het gedeelte aan de buitenzijde eronder komt. Deze verplaatsing wordt veroorzaakt door verschillende spieren die aanhechten op het sleutelbeen en na een fractuur het sleutelbeen naar boven dan wel naar beneden trekken. Hierdoor krijg je een verdikking te zien op de plaats van het sleutelbeen.

Gradaties
De breuk zelf heeft nog verschillende gradaties, deze gradaties zeggen iets over de breuklijn in het sleutelbeen. Zo spreken we van stabiele fracturenwanneer er 1 breuklijn aanwezig is. Bij instabiele fracturen zijn er meerdere breuken aanwezig waardoor er eventueel losse botfragmenten kunnen ontstaan. De meeste fracturen zijn stabiele breuken. 

Oorzaak en ontstaanswijze

De oorzaak van een gebroken sleutelbeen is meestal een directe val op de schouder. Sleutelbeen fracturen zijn daarom veelvoorkomend bij wielrenners en mountainbikers. Doordat ze met hun voeten vast zitten op de pedalen, lopen ze meer risico te vallen omdat ze hun benen niet altijd op tijd aan de grond krijgen.

Ook een val op een uitgestrekte arm kan een sleutelbeenfractuur tot gevolg hebben. Dit komt doordat de impact van de val als het ware via de arm aan het sleutelbeen wordt doorgegeven. Het sleutelbeen is een zwakker bot dan de arm waardoor deze eerder breekt.

Klachten en verschijnselen: symptomen

Een breuk van het sleutelbeen geeft direct veel pijnklachten. Door de pijn is het in het begin vaak niet mogelijk om de arm te bewegen. Symptomen kunnen zijn:

  • Acute hevige pijn in het schoudergebied.
  • Onmogelijkheid om de arm te heffen.
  • Afhangende arm.
  • Zwelling ter hoogte van het sleutelbeen.
  • Een knobbel of bult ter hoogte van het sleutelbeen (door de verplaatsing van de twee gedeelten).

Diagnose

Een sleutelbeenfractuur is niet moeilijk te diagnosticeren omdat het sleutelbeen erg oppervlakkig ligt. Hierdoor is een breuk eenvoudig te zien en te voelen. Een röntgefoto wordt meestal gemaakt om een indicatie te krijgen van de breuk en de stand van het sleutelbeen. Dit geeft inzicht in het herstelproces en kan problemen met onderliggende weefsels zoals zenuwen en bloedvaten uitsluiten.

Behandeling en herstel

Een sleutelbeenfractuur geneest in de meeste gevallen prima zonder operatie. De conservatieve behandeling bestaat meestal uit pijnstillers, rust en kinesitherapie. Om de arm en schouder voldoende rust te bieden maakt men over het algemeen gebruik van een mitella.

Door de lichte standsafwijking van het sleutelbeen kan de schouderfunctie veranderen. Door de arm in een mitella te dragen wordt de schouder namelijk vaak extra naar voren gebracht. Dit komt op de langere termijn de schouderfunctie niet ten goede. Daarnaast kan langdurig gebruik van de mitella zorgen voor een vast zittende schouder. Dit zijn vervelende complicaties op de lange termijn die eenvoudig door een kinesitherapeut zijn te voorkomen doormiddel van het loshouden van de schouder, oefentherapie en houdingsadvies.

Als na een röntgen foto blijkt dat de fractuur een te grote verplaatsing van het sleutelbeen geeft, of dat de breuk een onstabiele fractuur is, dan wordt een operatie overwogen. 

Referenties 
Bahr, R. (2012). The IOC Manual of sports injuries.International Olympic committee, Wiley Blackwell.
Wilk, K.E., Reinold, M.M. & Andrews, J.R. (2009). The atlete’s shoulder. Philadelphia: Churchill livingstone. Elsevier.

Schouder

Frozen shoulder: Adhesieve capsulitis

Helping Patients With Frozen Shoulder

Een frozen shoulder (adhesieve capsulitis) is het resultaat van een ontsteking van het gewrichtskapsel van de schouder. Hierdoor kan er een verdikking en verkleving van het gewrichtskapsel optreden, wat tot flink pijnlijke en langdurige klachten kan leiden.

De leeftijd waarop de meeste patiënten met een frozen shoulder worden gezien ligt tussen de 40 en 60 jaar. Verder is bekend dat mensen met diabetes mellitus opvallend veel getroffen worden door de aandoening.

Beschrijving van de aandoening

Het gewrichtskapsel van de schouder verbindt de kom van het schouderblad met de kop van de bovenarm. Het heeft als functie de eindstandige bewegingen in het schoudergewricht op te vangen zodat de schouder niet uit de kom schiet. Bij een frozen shoulder ontstaan er verklevingen en verdikkingen in het gewrichtskapsel waardoor de bewegingen pijnlijk en stijf worden.

Oorzaak en ontstaanswijze

De ontsteking in het gewrichtskapsel die tot een frozen shoulder kan leiden, kan spontaan ontstaan of door een trauma (ongeluk of val). Wanneer de ontsteking spontaan ontstaat noemt men dit een ‘primaire frozen shoulder’. Bij een trauma spreken we van een ‘secundaire frozen shoulder’.

De klachten ontstaan geleidelijk en kunnen maanden tot enkele jaren aanhouden. Uiteindelijk verdwijnen de symptomen langzaam tot de patiënt pijnvrij is. Vaak blijft er een (lichte) bewegingsbeperking over die niet meer herstelt. Ondanks de langdurige aard van de aandoening is deze niet ernstig en zal de patiënt in de meeste gevallen volledig genezen.

Klachten en verschijnselen: symptomen

De pijn bevindt zich aan de buitenzijde van de schouder en kan uitstralen over de bovenarm. In ernstige gevallen wordt de pijn zelfs tot in de hand gevoeld. Daarnaast ontstaat een bewegingsbeperking. Vooral het naar buiten draaien en het heffen van de arm worden vermeden vanwege de pijn. Snelle en onverwachte bewegingen van de arm kunnen hevige pijn geven.

Men onderscheidt drie fasen waarin de aandoening verloopt: Een ‘freezing’ (bevriezende) fase, een ‘frozen’ (bevroren) fase en een ‘thawing’ (ontdooiende) fase. 

De freezing fase duurt 2 tot 9 maanden. Er sprake van pijn en de stijfheid neemt toe. Vaak is de pijn `s nachts het hevigst. 

In de frozen fase, van 4 tot 12 maanden, blijft de stijfheid aanwezig. Echter neemt de pijn geleidelijk af en beperkt deze zich tot de eindstandige bewegingen. 

In de laatste, ontdooiende fase, die een aantal maanden tot enkele jaren kan duren, neemt de bewegingsvrijheid weer langzaam toe tot de patiënt klachtenvrij is.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld op basis van het verhaal van de patiënt en het bewegingsonderzoek. Op gewone röntgenfoto’s is meestal geen afwijking te zien.

Behandeling en herstel

De schouder zal uiteindelijk spontaan genezen en de stijfheid grotendeels verdwijnen. De fysiotherapeutische behandeling is gericht op het (pijnvrij) actief mobiliseren van de schouder en het bestrijden van de pijn. Indien de pijn ernstig is kan een corticosteroïden-injectie overwogen worden. Een operatie kan het herstel in de laatste ‘ontdooiende’ fase van de aandoening versnellen. Het geschrompelde kapsel wordt dan onder narcose losgetrokken.

Referenties 
Dias, R. Cutts, S. & Massoud, S. (2005). Frozen shoulder. BMJ 2005;331:1453-56.
Nugteren, K. van & Winkel, D. (2007). Onderzoek en behandeling van de schouder. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
Verhaar, J.A.N. & Linden, A.J. van der (2005). Orthopedie. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
Wilk, K.E., Reinold, M.M. & Andrews, J.R. (2009). The atlete’s shoulder. Philadelphia: Churchill livingstone. Elsevier.

fibromyalgie

Fibromyalgie: Weke delen reuma / Fibromyalgia / FM

Tenderpoints bij fibromyalgie – KINESITHERAPIE DIESTBRUG ERPS-KWERPS

Bij fibromyalgie is er sprake van pijn in bindweefsel en spieren. Onduidelijk is waardoor deze klachten veroorzaakt worden. Hierdoor is het moeilijk een diagnose te stellen. Patiënten voelen zich vaak onbegrepen en blijven zitten met onverklaarde klachten.

Iedereen kan fibromyalgie krijgen. Echter, het wordt vaker gezien bij vrouwen. Fibromyalgie steekt meestal de kop op tussen de 25 en 40 jaar en komt bij ongeveer 2% van de volwassenen voor.

Beschrijving van de aandoening

Fibromyalgie kan uiteenlopende klachten met zich meebrengen zoals pijn, stijfheid en vermoeidheid. Deze klachten komen van spieren en van bindweefsel dat om spieren en gewrichten heen ligt. Klachten bij fibromyalgie zijn chronisch. Zij bestaan dus al lange tijd en zijn vaak of altijd aanwezig.

Opvallend zijn de aanwezige tenderpoints(pijnpunten). Dit zijn 18 plekken die symmetrisch op het lichaam voorkomen en pijnlijk zijn wanneer er op gedrukt wordt. Het aantal aanwezige tenderpoints kan in de loop van de tijd wisselen. 

Waardoor de klachten ontstaan is niet duidelijk. Hierdoor is het ook niet mogelijk om de aandoening met medicijnen te genezen. Met de juiste medicatie en leefregels kunnen klachten wel afnemen.

De ernst van de klachten kan erg wisselen. Het ene moment gaat het simpelweg beter dan het andere. Fibromyalgie wordt vaak in één adem genoemd met andere reumatische aandoeningen. In tegenstelling tot artrose of reumatoïde artritis waarbij duidelijke lichamelijke afwijkingen zichtbaar zijn, ontbreken deze bij fibromyalgie.

Oorzaak en ontstaanswijze

Er is nog geen exacte oorzaak gevonden voor het ontstaan van fibromyalgie. Wat wel bekend is, is dat het niet erfelijk is en dat de ziekte ook geen fysieke schade met zich meebrengt. Er wordt veel onderzoek gedaan om de oorzaak te achterhalen om op die manier ook de mensen met fibromyalgie een betere behandeling te bieden.

Er is wel een aantal mogelijke verklaringen voor de klachten. Bekend is dat de klachten niet komen door afwijkingen van het spierweefsel zelf, maar mogelijk uit de hersenen. De hersenen sturen allerlei willekeurige en onwillekeurige processen in ons lichaam aan. Denk bijvoorbeeld aan het bewust aanspannen van spieren of de hartslag die automatisch geregeld wordt. De hersenen werken hierin samen met hormoonklieren en het afweersysteem. Klachten zouden mogelijk ontstaan als hier iets misgaat.

Een andere oorzaak kan liggen in de prikkelverwerking of de selectie van prikkels. Hiermee wordt bedoeld dat normale, onschadelijke prikkels door het lichaam als pijnprikkels worden waargenomen.

Klachten en verschijnselen: symptomen

De klachten die mensen met fibromyalgie ervaren, kunnen erg uitgebreid zijn en het ene moment heviger aanwezig zijn dan het andere. Klachten die in meer of mindere mate kunnen voorkomen zijn:

  • Pijn over het hele lichaam.
  • Aanwezigheid van tenderpoints (zie afbeeldingen).
  • Krachtverlies.
  • Stijfheid van spieren en gewrichten.
  • Slaapproblemen.
  • Vermoeidheid.
  • Stemmingsklachten.
  • Moeite met concentreren.
  • Darmklachten.
  • Gevoeligheid voor weersveranderingen.

Diagnose

Omdat klachten bij fibromyalgie vaak vaag zijn, en ook bij veel andere aandoeningen worden gezien, kan het stellen van een diagnose lastig zijn. Mensen met fibromyalgie lopen daardoor vaak al lang met klachten rond, zonder te weten wat er aan de hand is.

In het bloed, op röntgenfoto’s of op een MRI-scan worden geen afwijkingen gevonden. De aandoening is dus niet echt objectief vast te stellen. Deze onderzoeken kunnen wel gebruikt worden om andere aandoeningen uit te sluiten. Het kan om die reden zinvol zijn om doorverwezen te worden naar een reumatoloog.

Er is wel een aantal richtlijnen opgesteld om de diagnose fibromyalgie te stellen. Dit kan op verschillende manieren:

Methode 1
Er moet pijn en/of stijfheid aanwezig zijn op meerdere plekken in het lichaam. Deze klachten moeten langer dan drie maanden aanwezig zijn, zowel boven als onder het middel en aan de linker en rechter lichaamshelft voorkomen. Er zijn over het gehele lichaam 18 tenderpoints vastgesteld. Hiervan moeten er bij een fibromyalgiepatiënt minstens 11 aanwezig zijn.

Methode 2
Pijnscore
De pijn wordt gescoord op 19 verschillende plaatsen in het lichaam. Voor elk pijnlijk gebied wordt één punt gerekend.

Symptoomscore
Naast de pijnscore is er ook een symptoomscore. Bij de symptoomscore geeft de patiënt cijfers met betrekking tot vermoeidheid, niet uitgerust wakker worden en problemen met nadenken en concentreren. Vervolgens worden alle extra symptomen die iemand ervaart hierbij opgeteld. Denk aan buikklachten, hoofdpijn, verminderde eetlust, etc.

Met behulp van bovenstaande scores wordt een totaalscore berekend. Hoe hoger de score hoe waarschijnlijker de diagnose fibromyalgie gesteld kan worden.

Behandeling en herstel

Doordat de klachten niet zichtbaar en moeilijk meetbaar zijn, wordt fibromyalgie vaak gezien als een aandoening die ‘tussen de oren’ zit. Gelukkig komt hier steeds meer verandering in. Het serieus nemen van de klachten door de arts, de therapeut en de omgeving, is een belangrijke eerste stap in de behandeling van fibromyalgie. De aandoening zelf zal bij iedereen anders verlopen en laat vaak een wisselend karakter zien van perioden waarin het beter en slechter gaat.

Helaas zijn therapeutische behandelingen of medicijnen die genezing bieden nog niet voorhanden. De patiënt zal dus, samen met de omgeving, een manier moeten vinden om zo goed mogelijk met de klachten om te gaan.

Er is wel een aantal opties die de gevolgen van fibromyalgie kunnen verzachten. Zo kunnen in overleg met de (huis)arts pijnstillers of slaapmiddelen gebruikt worden.

De fysiotherapeut helpt om beter te bewegen en hier weer positieve ervaringen mee op te doen. Tijdens de behandeling worden de grote spiergroepen en het uithoudingsvermogen getraind volgens het graded activity-principe. Hierbij worden de activiteiten stapsgewijs opgebouwd in tijd, aantal of zwaarte. Ook ontspanningsoefeningen zijn een belangrijk onderdeel van de behandeling. Daarnaast kan warmte, bijvoorbeeld infrarood, verlichting geven.

Het kan voor de patiënt fijn zijn met iemand als een psycholoog te praten over de impact die de aandoening heeft op het dagelijks leven.

Borstkas

Costochondritis Borstwand pijn / ontsteking van het ribkraakbeen

Costochondritis – health at hand

Costochondritis is een pijnlijke ontsteking van het kraakbeen van de ribben. Dit kraakbeen bevindt zich onder andere aan de voorzijde van de borst waar het de ribben met het borstbeen verbindt, maar ook aan de rugzijde, waar de ribben aanhechten aan de wervelkolom.

Costochondritis is een relatief onbekende reumatische aandoening. Omdat de aandoening in veel gevallen pijn op de borst veroorzaakt, is het altijd belangrijk om hartklachten uit te sluiten alvorens de diagnose gesteld wordt.

Beschrijving van de aandoening

De borstkas (ribbenkast) wordt gevormd door de ribben, het borstbeen en een aantal ruggenwervels. Aan de voorkant zijn de ribben via kraakbenige structuren verbonden met het borstbeen. Deze kraakbeen verbindingen noemen we in medische termen ‘cartilago costalis’. Als dit kraakbeen ontstoken is, spreken dan van costochondritis. Een ontsteking van het ‘cartilago costalis’ kan een vervelende pijn op de borst tot gevolg hebben.

Aan de rugzijde zijn de ribben via kleine gewrichten (die ook een laagje kraakbeen bevatten) aan de ruggenwervels van de wervelkolom verbonden. Deze gewrichtjes noemen we de ‘costovertebrale’ en de ‘costotransversale’ gewrichten. Ook hier kan het kraakbeen ontstoken raken, en spreken we van costochondritis. Costochondritis aan de rugzijde kan rugpijn aan de bovenrug tot gevolg hebben.

Syndroom van Tietze
Costochondritis heeft veel overeenkomsten met het syndroom van Tietze. Echter zijn er een aantal belangrijke verschillen. Wanneer het kraakbeen van de ribben aan de voorzijde ontstoken is en er hierbij ook nog een zwelling optreedt, dan spreken we van het syndroom van Tietze. Is er geen zwelling of is het kraakbeen van de ribben aan de rugzijde ontstoken, dan spreken we van costochondritis. Helaas worden beide termen in de literatuur vaak te pas en te onpas door elkaar gebruikt.

Oorzaak en ontstaanswijze

De oorzaak is vooralsnog onbekend. Men heeft echter wel het vermoeden dat de volgende factoren een rol kunnen spelen bij het ontstaan van de aandoening:

  • Fysieke inspanning.
  • Verkeerde houding (bijvoorbeeld een voorovergebogen houding met bolle rug en schouders naar voren).
  • Overbelasting of trauma (bijvoorbeeld een val of stoot tegen de borst).
  • Zwangerschap.
  • Luchtweginfectie.
  • Emotionele (in)spanningen.
  • Stress.
  • Herhaalde bewegingen die de borstkas uitzetten waardoor er druk- of trekkracht op de ribben komt (bijvoorbeeld bij diep ademen, veel hoesten of veelvuldig de keel schrapen).

Mensen met reumatische aandoeningen in de familie hebben een verhoogde kans op het ontwikkelen van de aandoening. Houdingsafwijkingen, beperkte spierkracht, bewegingsangst en een lage belastbaarheid worden ook in verband gebracht met een verhoogd risico op het ontwikkelen van costochondritis.

Klachten en verschijnselen: symptomen

Bij costochondritis zijn meestal meerdere kraakbeen verbindingen aangedaan. In veel gevallen gaat het om de tweede tot de vijfde rib. Opmerkelijk is dat over het algemeen maar één zijde is aangedaan.

  • Pijn op de borst en/of een pijnlijke bovenrug ter hoogte van de kraakbeen verbindingen.
  • Vaak is de pijn fel van aard en komt deze in aanvalsgolven.
  • Drukken op het ontstoken kraakbeen verergert de pijn.
  • Hoesten, niezen of diep inademen is extra pijnlijk.
  • De pijn kan uitstralen naar de ribben, de arm, de schouder of de buik.
  • Bewegingen van het bovenlichaam zorgen voor extra druk of trekkracht op de kraakbeen verbindingen. Dit kan extra pijn tot gevolg hebben.
  • Omdat de gehele ribbenkast meebeweegt met verschillende armbewegingen, kunnen bepaalde bewegingen van de arm de klachten oproepen.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld op basis van het verhaal van de patiënt en het lichamelijk onderzoek.

Behandeling en herstel

Een echte behandeling is helaas nog niet bekend. Patiënten krijgen vaak pijnstillers om de pijn te verlichten of ontstekingsremmers. Soms worden er injecties op de plaats van de ontsteking toegediend.

In sommige gevallen verdwijnen de klachten weer vanzelf binnen enkele dagen tot weken. Echter kan de aandoening ook een chronische vorm aannemen, waardoor men maanden tot jaren last heeft. Soms gaan de klachten nooit helemaal over.

Met behulp van kinesitherapie wordt er aan een betere houding gewerkt zodat er minder druk komt te staan op de pijnlijke kraakbeen verbindingen. Verder kan de therapie bestaan uit het rekken van de pectoralis major spier en het versterken van de tussen de schouderbladen gelegen rhomboideus spieren. Indien nodig worden ontspanningsoefeningen en ademhalingsoefeningen gegeven. 

Referenties 
Albarran, J.W. & Tagney, J. (2007). Chest Pain. Advanced assessment and management skills.Blackwell Publishing.
Haga, P., Biesen-’t Riet, J. van der & Broekema, A. (2008). Protocol syndroom van Tietze en costochondritis. Oefentherapeuten Mensendieck.
Lawless, C.E. (2011). Sports cardiology essentials: Evaluation, management and case studies. Springer: New York, Dordrecht, Heidelberg, London.
Proulx, A.M. & Zyrd, T.W. (2009). Costochondritis: Diagnosis and treatment. Am Fam Physician. 2009 Sep 15;80(6):617-20.

Elleboog, knie

Corpus liberum: Gewrichtsmuis

Gewrichtsmuis in de elleboog - Annatommie mc

Een corpus liberum is een los stukje kraakbeen of botweefsel dat vrij door het gewricht zwerft. In de volksmond wordt dit ook wel een ‘gewrichtsmuis’ genoemd. Hierdoor kan het voorkomen dat gewrichten niet meer goed kunnen bewegen.

Omdat kraakbeenweefsel gevoed wordt vanuit de gewrichtsvloeistof (synovia), kan een los zwervend stukje kraakbeen met de tijd groter groeien.

Beschrijving van de aandoening

Een corpus liberum kan de normale bewegingen van een gewricht belemmeren waardoor het gewricht bijvoorbeeld ‘op slot kan schieten’. Bewegen wordt dan (tijdelijk) geblokkeerd. In principe kan in elk gewricht een corpus liberum voorkomen, maar het vaakst worden ze gezien in de knie en de elleboog.

Oorzaak en ontstaanswijze

Een corpus liberum kan op elke leeftijd voorkomen, maar vaak liggen hier verschillende oorzaken aan ten grondslag. Bij kinderen kan het ontstaan door een slechte doorbloeding van het bot waardoor een stukje bot met kraakbeen afbreekt (osteochondritis dissecans).

Bij ouderen zien we vaak dat het corpus liberum een gevolg is van artrose. Bij deze aandoening verslechterd de conditie van het kraakbeen en kunnen er stukjes loslaten.

Soms is het los zwervend stukje bot- of kraakbeenweefsel het gevolg van een breuk (fractuur) na een ongeval. Dit kan op alle leeftijden voorkomen.

Klachten en verschijnselen: symptomen

Een corpus liberum hoeft niet altijd klachten te geven, maar men kan last hebben van slotklachten. Dit betekent dat het gewricht opeens blokkeert. Men voelt vaak iets verschieten in het gewricht wanneer het losse stukje onder druk opzij wordt geduwd.

De klachten kunnen op verschillende plaatsen in het gewricht gevoeld worden omdat het los zwervend stukje weefsel zich in het gewricht kan verplaatsen. Soms lijkt het probleem opeens verholpen, omdat het corpus liberum dan op een plek zit waar het geen klachten geeft. Helaas duiken de klachten dan vaak op een ander moment toch weer op.

Het risico bestaat dat het losse stukje weefsel schade veroorzaakt aan het gewricht. Wanneer het corpus liberum zorgt voor een ontstekingsreactie in het gewricht, dan kan de patiënt te maken krijgen met een rood, warm, gezwollen en pijnlijk gewricht.

Diagnose

De diagnose wordt over het algemeen gesteld aan de hand van het verhaal dat de patiënt vertelt. Op een röntgenfoto of MRI-scan is het corpus liberum vaak goed te herkennen.

Behandeling en herstel

Een corpus liberum wordt in de meeste gevallen met een kijkoperatie (artroscopie) verwijderd. Hierdoor wordt verdere schade van het gewricht voorkomen.

Wanneer het gaat om een groter stukje bot met kraakbeen dat is afgebroken (bijvoorbeeld bij osteochondritis dissecans) dan wordt vaak geprobeerd het stukje weer terug op zijn plaats te zetten.

Over het algemeen zullen klachten verdwenen zijn na een operatie wanneer het losse stukje weg is gehaald en er verder weinig bijkomende schade is.

Schouder

Cervicaal houdingssyndroom: Houdingsgerelateerde nekpijn / tired neck syndrome

Chiropractie Blog | RugZorg

Het cervicale houdingssyndroom kenmerkt zich door pijn in de nek en bovenrug die ontstaat als gevolg van een verkeerde houding. De voornaamste klachten zijn pijn, stijfheid en een gevoel van vermoeidheid in de nek.

Men heeft het ook wel over ‘houdingsgerelateerde nekpijn’ of het ‘tired neck syndrome’.

Beschrijving van de aandoening

Bij het cervicale houdingssyndroom staat het hoofd meestal te ver naar voren ten opzichte van de romp. Dit noemen we een ‘anteropositie’. Het zwaartepunt van het hoofd komt hierdoor te ver vóór de halswervelkolom te liggen. Het gevolg is dat de nekspieren extra belast worden omdat ze het 5 kilogram wegende hoofd als het ware omhoog moeten houden.

Er ontstaat een disbalans tussen de spieren van de nek. Deze raken overbelast doordat de patiënt in de voorover gebogen lichaamshouding zit, staat of werkt. Met name de ‘levator scapulae’ spier lijkt hier gevoelig voor te zijn. Ook de tussenwervelschijven (disci) en wervelgewrichten kunnen overbelast raken door het langdurig voorover buigen.

Oorzaak en ontstaanswijze

Een verkeerde houding is te zien als de patiënt staat of zit. Soms treedt de voorover gebogen houding alleen op tijdens bepaalde activiteiten. Denk hierbij aan het langdurig zitten achter een bureau of tafel (lezen, schrijven, studeren) of het werken achter de computer (laptop) of een tablet.

Het dragen van zware voorwerpen met afhangende schouders kan de spieren van de nek eveneens overbelasten. Ook wanneer men langdurig met beide armen naar voren zit zoals bij autorijden kunnen de klachten die horen bij het cervicaal houdingssyndroom optreden.

Klachten en verschijnselen: symptomen

De patiënt klaagt over pijn of een vermoeid gevoel in de nek, de bovenrug of het hoofd. Vaak heeft men een ‘stijve nek’ en in sommige gevallen zijn er ook klachten van het kaakgewricht. De aangedane spier kan drukpijnlijk zijn en herkenbare klachten oproepen wanneer de spier krachtig aan moet spannen. De normale beweeglijkheid van de nek is over het algemeen niet verstoord.

Behandeling en herstel

Het is van belang dat de oorzaak snel aangepakt wordt om ernstig letsel aan een tussenwervelschijf (discus) op lange termijn te voorkomen. De behandeling is er daarom voornamelijk op gericht de (hoofd)houding te verbeteren en de patiënt te activeren. De spieren die het hoofd vanuit de anteropositiestand in de neutrale positie brengen worden getraind.

Referenties 
Nugteren, K. van & Winkel, D. (2012). Onderzoek en behandeling van de nek. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
Winkel, D. & Aufemkampe, G. (1994). Orthopedische geneeskunde en manuele therapie. Deel 2. Wervelkolom. Houten/Diegem: Bohn Stafleu van Loghum.

Schouder

Acute schouderluxatie: Glenohumerale luxatie / schouder uit de kom

Schouderblessure instabiliteit — AUWH

Met een schouderluxatie bedoelen we dat de schouder ‘uit de kom’ is. Dit wordt meestal veroorzaakt door een val op de uitgestoken elleboog of hand. Het gevolg is een zeer pijnlijke schouder die amper kan bewegen.

Beschrijving van de aandoening

De schouder bestaat onder andere uit een kop en een kom. Anders dan u misschien zou verwachten, is de schouderkom in werkelijkheid maar een klein kommetje in verhouding tot de veel grotere schouderkop. Dit levert ons grote beweeglijkheid van de schouder op, maar maakt het gewricht ook instabiel. Deze instabiliteit wordt voor een groot deel opgevangen door de spieren in de schouder en in mindere mate door het bandenapparaat dat zich om het gewricht heen bevindt. 

Wanneer er een schouderluxatie optreedt schuift de schouderkop van het kommetje af waardoor het gewricht zijn gehele functie verliest. Banden en kapsels kunnen hierdoor bijkomstig beschadigd raken omdat de schouderkop verder door beweegt dan wat de omliggende structuren op kunnen vangen.

In 95% van de gevallen luxeert de kop naar voren toe uit de kom. Dit veroorzaakt dikwijls een beschadiging aan de voorrand van de kraakbenige ring die zich op de rand van de kom bevindt (het labrum). Een schouderluxatie naar achteren is veel zeldzamer en wordt vaker over het hoofd gezien.

Oorzaak en ontstaanswijze

Een schouderluxatie ontstaat meestal door een ongeluk of val. Wanneer iemand zijn val probeert te breken door een arm uit te steken, kunnen de krachten op de schouder zo groot worden dat de schouder uit de kom schiet. 

Het kan ook veroorzaakt worden door een heftige spiercontractie als gevolg van een elektrische schok of convulsie (stuiptrekking).

Klachten en verschijnselen: symptomen

De patiënt heeft hevige pijn en durft de arm nauwelijks te bewegen. De schouderspieren spannen als in een reflex aan om het gewricht te stabiliseren. Omdat de kop verschoven is, is er soms een duidelijke indeuking aan de buitenkant van de schouder te zien. De kop is dan op een andere plaats te voelen, meestal aan de voorkant van de schouder.

Schouderluxaties kunnen instabiliteit van de schouder tot gevolg hebben.

Diagnose

Wanneer er een vermoeden bestaat dat de schouder geluxeerd is wordt er verder radiologisch onderzoek gedaan. Op een röntgenfoto wordt de richting van de luxatie in beeld gebracht en kan eventueel verder letsel zoals een botbreuk, spierscheur of schade aan het gewrichtskapsel uitgesloten worden.

Behandeling en herstel

Om verdere beschadiging van structuren te voorkomen moet de schouderkop terug naar zijn oorspronkelijke positie gebracht worden. Dit gebeurt afhankelijk van de situatie met behulp van spierverslappers en pijnstillende medicatie. Bij een lang bestaande luxatie kan algemene narcose overwogen worden.

Referenties 
Slaa, R.L. te, Bron, C., Hollander, H. den, Willems, W.J., Rutten, M.J., Winter, Th.C., Alsemgeest, M.A.M., Winters, J.C. & Rosier, P.F.W.M. (2005). Acute primaire schouderluxatie: diagnostiek en behandeling. Landelijke multidisciplinaire richtlijn. Alphen aan den Rijn: Van Zuiden Communications BV.
Verhaar, J.A.N. & Linden, A.J. van der (2005). Orthopedie. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.