Geen categorie

SKIERS MET ZWAKKE KNIEEN, HOE LETSELS VERMIJDEN?

Nu de enkel stevig in een skibot verpakt zit, is de knie het meest kwetsbare gewricht geworden bij skiërs. “Sommige skiërs lopen meer risico dan andere,” zegt sportkinesitherapeut Bart Dingenen die aan de Faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen van de KU Leuven een doctoraat voorbereidt over voorste kruisbandletsels bij sporters. “Maar de meeste mensen weten dit niet. Zij beschouwen knieblessures nog al te vaak als brute pech waar je weinig aan kan doen en dat is spijtig,” stelt Dingenen. “Want dat is niet zo. Met enkele testjes kan je de personen met het grootste risico opsporen.”

Tekens die verraden

Dingenen vraagt mensen bijvoorbeeld om van een klein verhoogje te springen. De wijze waarop ze landen, vertelt hem veel. Sommige mensen vangen de landingskrachten bijvoorbeeld niet mooi op. Ze buigen niet symmetrisch door beide knieën en heupen, maar laten één of beide knieën naar binnen kantelen. Tijdens het buigen hoort het been mooi in één rechte lijn te blijven tussen de heup en voet, zonder dat de knie naar één van beide kanten uitwijkt. In deze positie is de knie in staat om vrij grote krachten op te vangen. “Wanneer de knie naar binnen kantelt, bevindt ze zich in een zwakke positie,” licht Dingenen toe. “De kanteling verhoogt vooral de belasting op de voorste kruisband en eveneens het risico dat de knie het bij een plotse stevige schok begeeft.” “Er is nog een andere vaak voorkomende afwijking,” gaat Dingenen verder. “Soms zien we ook dat mensen met de romp in de richting van het steunbeen overhellen wanneer we hen vragen om op één been te gaan staan en door de knieën te buigen. Op deze manier schakel je echter de functie van enkele belangrijke stabiliserende spieren uit. De combinatie van deze rompuitwijking met het naar binnen zakken van de knie zorgt opnieuw voor een extra belasting van de knie en een risicoverhoging voor voorste kruisbandletsels.” “Vooral bij vermoeidheid kunnen deze afwijkingen nog duidelijker worden en dat maakt een goede algemene conditionele voorbereiding des te belangrijker. Een aspect dat veel te veel skiërs uit het oog verliezen.”

Eenvoudige oefeningen, goed resultaat

“Bovendien,” gaat Dingenen gedreven verder, “beschikken we over een heel arsenaal van specifieke oefeningen die hun preventieve nut al duidelijk bewezen hebben. Ze helpen de knie beter onder controle te houden, maar maken tegelijk ook de spieren sterker zodat je beter kan doorveren, de krachten mooier opvangt en uiteindelijk veiliger op je ski’s staat.” “Klassiek start je met eenvoudige trage buigoefeningen en bouw je vervolgens op naar onder andere correcte sprong- en landingstechnieken, iets wat bij skiën zeker ook van toepassing is. De uiteindelijke bedoeling is dat je door veel te oefenen de correcte bewegingen automatiseert. Want dan pas bereiken ze hun optimale nut om letsels te voorkomen, wanneer je er niet meer bij moet nadenken.”

Even jezelf testen

Dingenen is stellig: “Onderzoek heeft aangetoond dat het wel degelijk mogelijk is om je bewegingspatronen te verbeteren en het risico om dit letsel te krijgen sterk kan verlagen met dit soort van oefeningen. Wie tijdens de krokusvakantie naar de sneeuw trekt, heeft daar helaas de tijd niet meer voor. Maar die is er nog wel wanneer je pas in het paasverlof gaat skiën. “Twijfel niet,” zo roept Dingenen iedereen op. “Buig eens door je knieën voor je spiegel en bekijk of je beide benen elk mooi in lijn blijven. Wees kritisch voor jezelf. Doen ze dat niet, maak dan een afspraak met je kinesitherapeut die je verder kan begeleiden zodat de kans op een letselvrije vakantie toeneemt.”

Geen categorie

WELK TYPE TRAINING OM SPORTBLESSURES TE VOORKOMEN?

NEW YORK 17/10 – Krachttraining en evenwichtsoefeningen zullen sportletsels wellicht beter voorkomen dan stretching, volgens een review van vroeger bewijsmateriaal.
Onderzoekers verklaarden dat het niet duidelijk is welke specifieke oefeningen het meest kans bieden om enkelverstuikingen, ligamentscheuren en andere letsels af te wenden. “Als je een bepaald type krachttraining kan doen, zou dit op dit ogenblik onze beste aanbeveling zijn. Maar er zijn meer studies nodig om deze resultaten te bevestigen en volledig zeker te zijn,” verklaarde Jeppe Lauersen, die de review van vroegere studies leidde aan het Institute of Sports Medicine Copenhagen aan Bispebjerg Hospital in Denemarken. De onderzoekers combineerden de gegevens van studies die mensen, voornamelijk volwassen of tiener atleten, randomiseerden voor groepen die bepaalde oefeningen wel of niet deden. De studies volgden de deelnemers om na te gaan wie blessures opliep over periodes van enkele maanden tot een jaar. De finale analyse sloot 25 studies en meer dan 26.000 deelnemers in, inclusief voetbal-, basketbal- en handbalspelers, en legerrekruten. Sommige studies evalueerden alle mogelijke letsels.  Andere hadden een meer specifieke focus; ze bestudeerden bijvoorbeeld alleen hamstring letsels of knieletsels als gevolg van overbelasting. Globaal analyseerden de onderzoekers bijna 3500 blessures. Lauersen en zijn team vonden drie studies die stretching programma’s evalueerden en geen voordeel toonden om een blessure af te wenden. De beperkte gegevens “ondersteunen de toepassing van stretching voor de preventie van blessures niet, noch voor of na de training,” noteerde het studieteam op 7 oktober online in de British Journal of Sports Medicine. Maar zes studies die de effecten van evenwichtsoefeningen voor de verbetering van de gewrichtsstabiliteit bestudeerden, vonden een 45% lager risico op blessures bij mensen in de traininggroep. En krachttraining om de spieren op te bouwen, leidde tot 68% reductie van de blessures in de vier studies. Deze voordelen bleken van toepassing te zijn op zowel letsels door overbelasting als op meer acute verstuikingen en scheuren. Toch, verklaarde Lauersen aan Reuters Health, zijn er onvoldoende studies die een specifiek kracht- of evenwichtsprogramma promoten boven een ander. Bijgevolg is het moeilijk om te weten hoe men atleten moet adviseren. Bing Yu verklaarde dat de manier waarop de studies in de nieuwe review gecombineerd werden, het ook moeilijk maakt om specifieke boodschappen af te leiden. “Als alle blessures samen worden beschouwd, is het zeer moeilijk om te zeggen welke oefeningen effectief zijn voor welk letsel,” verklaarde Yu, van de dienst Fysiotherapie aan de University of North Carolina at Chapel Hill. Hij nam niet deel aan het huidige rapport. Yu was het ermee eens dat er weinig aanwijzingen zijn die suggereren dat stretching nuttig is. Hij verklaarde dat de verbetering van de techniek, voor sommige atleten, het belangrijkste middel zou zijn om blessures te voorkomen. “De techniek is echt belangrijk. Echte basistechnieken, zoals neerkomen,” verklaarde hij aan Reuters Health. En niet overdrijven is een belangrijke manier om blessures te voorkomen voor amateuratleten zoals lopers, aldus Yu.

Geen categorie

BEWEGEN ALS THERAPIE VOOR HARTFALEN: HOEVEEL IS GENOEG?

ANTWERPEN 01/10 – De Europese Unie financiert vanaf 1 oktober een nieuwe 3.5 jaar durende studie om te onderzoeken of fysieke training zinvol is om diastolisch hartfalen (HFPEF), waar tot nog toe geen therapie voor bestaat, te voorkomen en te behandelen. Het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) is één van de vijf Europese universitaire centra die het onderzoek zullen uitvoeren. Naast de impact van beweging op hartfalen, zal ook de impact van telegeneeskunde op therapietrouw en motivatie worden uitgetest.
Meer dan 14 miljoen Europeanen lijden aan hartfalen en het aantal stijgt.  Bij 1 op 2 patiënten gaat het om HFPEF (Heart Failure with Preserved Ejection Fraction). Bij deze vorm van diastolisch hartfalen is de pompfunctie van het hart vrijwel normaal, maar wordt de vulling tijdens de relaxatiefase van het hart bemoeilijkt door een toegenomen stijfheid van de hartspier. HFPEF wordt gekenmerkt door een stijve hartspier, wat leidt tot vochtopstapeling, kortademigheid en moeilijkheden om inspanningen te verrichten. De stijging van het aantal HPFEF-patiënten in Europa heeft deels met de vergrijzing te maken. Ouderen, maar ook vrouwen, worden er vaker door getroffen. Mensen die lijden aan hypertensie, diabetes of obesitas of weinig bewegen, lopen eveneens een groter risico om dit type hartfalen te ontwikkelen. Jammer genoeg bestaat er vandaag geen effectieve therapie voor HFPEF waardoor het een belangrijke medische uitdaging blijft in Europa. Europese studie onderzoekt of HFPEF kan voorkomen of behandeld worden door fysieke training. De Europese Unie financiert een 3,5 jaar durende studie, genaamd OptimEx, om te onderzoeken of fysieke training zinvol is om HFPEF te voorkomen en te behandelen. De studie, die zo’n 3 miljoen euro zal kosten, wordt gecoördineerd door de Norwegian University of Science and Technology (NTNU) en bestaat uit een coalitie van vijf Europese universitaire centra, waaronder het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA). De studie gaat op 1 oktober van start. Naast een experimentele aanpak om de mechanismen te ontrafelen waardoor fysieke training beschermend kan zijn bij hartfalen, is er ook een klinisch luik. In de klinische studie zullen 200 patiënten met HFPEF opgenomen en één jaar gevolgd worden. Zij zullen verdeeld worden over verschillende groepen die een fysiek trainingsprogramma zullen doorlopen met verschillende intensiteit.

Telegeneeskunde: de sleutel tot volhouden?

In het project wordt ook telegeneeskunde ontwikkeld en getest. Daarbij wordt elektronische apparatuur gebruikt om mensen te motiveren om hun therapie correct te volgen. Deelnemende patiënten zullen bijvoorbeeld accelerometers dragen die hun dagelijkse beweging registreert. Die informatie wordt naar een centrale server gestuurd zodat de medische staf de patiënten van op afstand kan motiveren om hun gedrag te veranderen wanneer ze niet actief genoeg zijn. “Er werd reeds aangetoond dat fysieke inspanning leidt tot een verbeterde hartfunctie bij patiënten met hartfalen, maar onze kennis is nog steeds te beperkt.”, zegt prof. Viviane Conraads, coördinator in het UZA en diensthoofd van de cardiale revalidatie. “De OptimEx studie zal ons verder helpen om preventieve maatregelen tegen hartfalen te ontwikkelen en de ernst ervan te beperken door fysieke activiteit”.

Geen categorie

LICHAAMSBEWEGING ZOU “EVEN KRACHTIG” ZIJN ALS GENEESMIDDELEN VOOR HARTZIEKTE

LONDON 03/10 – Lichaamsbeweging zou even goed zijn als medicatie om hartziekten te behandelen en moet gebruikt worden ter vergelijking als nieuwe geneesmiddelen ontwikkeld en getest worden, verklaarden onderzoekers afgelopen woensdag.
In een grote review die gepubliceerd werd in de British Medical Journal, vonden onderzoekers van de Britse London School of Economics en de universiteiten van Harvard en Stanford in de Verenigde Staten geen statistisch detecteerbare verschillen tussen lichaamsbeweging en geneesmiddelen voor patiënten met coronaire hartziekte of prediabetes. Voor patiënten die herstelden van een CVA, toonde de review – die de resultaten van 305 studies met bijna 340.000 deelnemers analyseerde – aan dat lichaamsbeweging effectiever was dan medicatie. “Lichaamsbeweging lijkt even krachtig te zijn als een geneesmiddel bij deze vaak voorkomende chronische aandoeningen,” verklaarde Huseyin Naci, hoofdauteur van de studie en assistent aan Harvard Medical School in Boston. De review verklaarde ook dat het bewijsmateriaal in studies over de gezondheidsvoordelen van lichaamsbeweging aanzienlijk kleiner is dan dit over geneesmiddelen, wat volgens de onderzoekers een impact kan gehad hebben op hun resultaten. “Ten eerste is er veel meer onderzoek nodig over lichaamsbeweging,” verklaarde Naci aan Reuters Health. “Er is een grote blinde vlek in het huidig medisch onderzoek … We kennen gewoon niet veel aandoeningen waarbij lichaamsbeweging even effectief of zelfs effectiever is dan geneesmiddelen.” De review bevestigt de massa bewijzen die aantonen dat regelmatige lichaamsbeweging cruciaal is voor de gezondheid van de mens. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) die gevestigd is in Genève, is fysieke inactiviteit de vierde belangrijkste risicofactor voor globale mortaliteit, die wereldwijd verantwoordelijk is voor ongeveer 3,2 miljoen sterfgevallen per jaar. De WHO stelt dat regelmatige matige lichaamsbeweging – zoals wandelen, fietsen of deelnemen aan sporten – het risico op cardiovasculaire aandoeningen, diabetes, colon- en borstkanker, en depressie kan verlagen, en ook het risico op botfracturen kan verminderen en het lichaamsgewicht onder controle kan houden. In de Verenigde Staten, waar gezondheidsexperts schatten dat de helft van de volwassenen obees zal zijn tegen 2030 tenzij hun leefgewoonten veranderen, verklaart de Centers for Disease Control and Prevention dat minder dan 48% van de volwassenen voldoende sport om hun gezondheid te verbeteren. Een beperking van de review is volgens Naci dat de meeste van de individuele studies die de onderzoekers analyseerden, lichaamsbeweging en medicatie niet direct vergeleken. Naci waarschuwde ervoor dat de bevindingen niet betekenen dat iedereen met een hartaandoening moet stoppen met zijn geneesmiddelen en beginnen te sporten. Maar “patiënten en artsen moeten echt overleggen of lichaamsbeweging geen optie is voor hen,” noteerde hij.

Geen categorie

ARTROSE: HELPT BEWEGEN ECHT?

De vraag is echt de moeite van het overdenken waard, voordat we al te snel concluderen dat lichaamsbeweging het beste is in het geval van artrose van de onderste ledematen. Onderzoekers trachtten hier een antwoord op te vinden, en ze wilden ook weten welke oefeningen de meest efficiënte zijn om de pijn te verminderen en de beweeglijkheid van het gewricht te verbeteren. Ze gebruikte elektronische databanken en selecteerden gerandomiseerde gecontroleerde studies over artrose van de knie en heup. In totaal werden 60 studies bekeken: 44 gericht op de knie, twee op heupgewrichten en 14 die beide bestudeerden. 12 soorten interventies werden onderzocht, bij 8218 patiënten. De analyse toont aan dat er een significant voordeel is bij lichaamsbeweging tegenover rust. Wat betreft pijn, kracht, flexibiliteit en andere gewrichtsfuncties, wordt aangetoond dat oefening altijd gunstig is. Dus, het is bewezen! De auteurs benadrukken dat de resultaten vooral geldig zijn voor artrose van de knie.

Geen categorie

TEGEN ARTROSE: EEN DIEET!

Dit lijkt zo vanzelfsprekend dat je je afvraagt waarom het moet worden bewezen. Maar we zijn van ‘Eminence Based Medicine’ geëvolueerd naar ‘Evidence-Based Medicine’, en dus wordt een bewijs voor alles gevraagd. Artrose is een veel voorkomende aandoening die pijn en ernstige handicaps veroorzaakt. Onderzoekers hebben zich afgevraagd of er een gewichtsverlies van 10% of meer de toestand zou kunnen verbeteren van patiënten met obesitas of overgewicht die lijden aan artrose van de knie, met of zonder oefening. Ze voerden een enkelvoudige blinde studie uit gedurende 18 maanden, tussen 2006 tot 2011. De 454 deelnemers werden verdeeld in drie groepen: dieet + oefening, alleen dieet of alleen lichaamsbeweging. De primaire doelstelling van het onderzoek was om de mechanische verbetering van patiënten en de druksterkte van de knie en de plasma-niveaus van interleukine-6 te meten. Verder bestudeerden ze de veranderingen in de pijn op een self-rating scale, functionele status, mobiliteit en levenskwaliteit in relatie tot gezondheid. In totaal hebben 399 patiënten de studie afgerond (88%). Het gemiddelde gewichtsverlies was 10,6 kg (11,4%) in de dieet + oefeningsgroep, 8,9 kg (9,5%) in de dieet-groep en 1,8 kg (2%) in de groep met alleen oefeningen. Na 18 maanden was de sterkte van de knie lager in de alleen dieet-groep dan in de andere groepen. De concentratie van IL-6 was lager in de dieet + lichaamsbeweging-groep en de alleen dieet-groep dan in de alleen oefening-groep. Patiënten in de dieet + oefening-groep ervoeren ook minder pijn dan de andere twee groepen en genoten van een betere levenskwaliteit. Een gewichtsverlies van 10% of meer in combinatie met regelmatige fysieke activiteit is effectiever dan enkel een dieet of enkel lichaamsbeweging, na 18 maanden.

Artrose

EEN BEETJE AFVALLEN VERMINDERT DE KANS OP ARTROSE MET EEN KWART

ROTTERDAM 10/10 – Als te zware vrouwen tussen vijftig jaar en zestig jaar vijf kilo afvallen, verminderen zij de kans op knie-artrose met 25 procent. Dat blijkt uit onderzoek van bewegingswetenschapper Jos Runhaar, die met zijn zogeheten PROOF-studie promoveert aan de Erasmus Universiteit. De bevinding maakt deel uit van wereldwijd de eerste preventieve studie naar artrose waarin werd onderzocht of bewegen, gezond eten en/of het slikken van glucosamine sulfaat kunnen bijdragen aan het voorkomen van knieartrose.

Aan de studie deden 407 vrouwen van tussen de 50 en 60 jaar mee. Zij hadden allen overgewicht (een bmi van ->27), maar (nog) geen artrose. De vrouwen werden in twee groepen geloot: een groep die een individueel interventieprogramma van gezond eten en beweging kreeg aangeboden. En een controlegroep die geen interventie kreeg. Beide groepen werden bovendien in tweeën gesplitst: de ene helft van beide groepen kreeg na loting glucosamine sulfaat, een onschuldig voedingssupplement waaraan eigenschappen worden toegeschreven die gunstig zijn bij knieartrose. De andere helft kreeg een placebo. De vrouwen werden ruim twee jaar gevolgd. Na analyse van de gegevens bleek dat niet onomstotelijk kon worden aangetoond dat de gezonde leefstijl en/of het slikken van het glucosamine sulfaat had bijgedragen aan het voorkomen van knieartrose. Onderzoeker Jos Runhaar: ,,De interventies, namelijk de aanpassing van de leefstijl en het slikken van de glucosamine, bleken  elkaar te hebben beïnvloed. Het aantal deelnemers was te klein om de effecten van de interventies goed, onafhankelijk van elkaar te kunnen evalueren.” Ofschoon hij niet heeft kunnen aantonen wat hij van tevoren had verwacht, is Runhaar tevreden. De bevinding dat een relatief kleine gewichtsreductie al bijdraagt aan het voorkomen van artrose (een aandoening die de samenleving 715 miljoen euro per jaar kost), is bemoedigend. Immers: in Nederland hebben 6,5 miljoen mensen matig tot ernstig overgewicht. Al langer was bekend dat overgewicht de kans op artrose vergroot. ,,In de groep die vijf kilo of 5 procent van zijn totale gewicht afviel kreeg 15 procent van de vrouwen artrose, in de groep die geen gewicht verloor was dat  20 procent. Huisartsen en fysiotherapeuten kunnen met deze bevindingen hun patiënten motiveren om hun leefstijl aan te passen. Bovendien biedt de studie aanknopingspunten voor vervolgonderzoek. We willen bijvoorbeeld gaan onderzoeken of het corrigeren van O-benen bijdraagt aan het voorkomen van knieartrose. Bij deelneemsters met O-benen en een BMI van 30 of meer ontstond namelijk significant meer knieartrose. We willen ook onderzoeken of de deelneemsters hun gewichtsverlies hebben kunnen vasthouden en of gewichtsverlies ook op langere termijn knieartrose voorkomt.”

Geen categorie

74.000 BELGEN INVALIDE DOOR RUGKLACHTEN

BRUSSEL 26/09 – De Belgen belanden door rugproblemen steeds vaker in de invaliditeit. Dat blijkt uit een enquête van de Socialistische Mutualiteiten bij 5.400 leden, zo schrijven de Gazet van Antwerpen en het Belang van Limburg woensdag. “De enquête toont aan dat te weinig mensen de oorzaak van hun kwaal kennen en dat ze vaak niet weten hoe ermee om te gaan”, klinkt het.

In 2007 waren 58.032 Belgen invalide door rugklachten, in 2011 waren dat er 74.192 en ook in 2012 blijft het aantal invaliden door rugpijn stijgen. Bij één op de zes nieuwe invaliden zijn rugklachten de hoofdoorzaak; zelfstandigen worden zelfs vaker invalide door rugpijn dan door psychische problemen. Rugpijn weegt zwaar door op de sociale zekerheid. Niet alleen door de uitkeringen die lange tijd moeten worden uitbetaald, maar ook door verkeerde behandelingen. “Zo weten we al langer dat een röntgenfoto in negentig procent van de gevallen zinloos is”, zegt Paul Callewaert van de Socialistische Mutualiteiten. “Zo’n foto kost nochtans geld, stelt de patiënt bloot aan straling en wordt vaak zelfs meermaals herhaald.” De Socialistische Mutualiteiten willen met een loketactie in de Vlaamse provincies patiënten oplossingen aanreiken. Vaak gaan die in tegen volkswijsheden. Zo maken rusten en van het werk thuisblijven de zaken vaak nog erger.

Geen categorie

SCOLIOSE: WANNEER EN BIJ WIE IS EEN KORSET NODIG?

NEW YORK 20/09 – Het eerste grootschalige onderzoek over de vraag of een korset de progressie van scoliose helpt voorkomen, toonde aan dat een korset bijna dubbel zo effectief is om een corrigerende ingreep te voorkomen als ‘watchful waiting’.

Maar de studie toonde ook aan dat te veel kinderen met scoliose een korset krijgen terwijl dit niet nodig is. De gegevens van het nieuwe onderzoek kunnen artsen helpen om te bepalen welke kinderen een korset nodig hebben en wanneer het beter is om het kind alleen nauwgezet op te volgen. De studie, die online werd gepubliceerd door de New England Journal Medicine en die donderdag gerapporteerd werd op de jaarvergadering van de Scoliosis Research Society in Lyon, Frankrijk, “geeft echt een antwoord op de vraag die ouders zich stellen – ‘Als u mijn kind een korset voorschrijft, zal dit echt helpen?'” verklaarde Dr. Stuart Weinstein, hoofdauteur van het onderzoek. “Het antwoord is dat korsetten een zeer hoog succespercentage hebben.” “We vonden ook dat hoe langer het kind het korset draagt, hoe meer kans dat je succes zal hebben,” verklaarde hij telefonisch aan Reuters Health. “Kinderen die het korset meer dan 13 uur per dag droegen, hadden 90% tot 93% kans om te vermijden dat de kromming evolueert naar een chirurgische drempel.” De resultaten waren zo uitgesproken dat de test bij 242 jongeren in de VS en Canada vroegtijdig werd stopgezet. “Het versterkt zeker onze huidige benadering om deze risicoadolescenten een korset te geven,” verklaarde Dr. Allan Beebe, orthopedist aan Nationwide Children’s Hospital in Columbus, Ohio, die niet deelnam aan het huidige onderzoek, in een email aan Reuters Health. “Deze studie blijkt betere wetenschap te zijn” dan het vroeger onderzoek over korsetten. Ongeveer 2% tot 3% van de kinderen hebben enige graad van wervelkromming, maar slechts 0,3% tot 0,5% zijn kandidaten voor een behandeling om de noodzaak van een chirurgische ingreep te proberen vermijden. “Een korset was de standaardbehandeling om een chirurgische ingreep te proberen vermijden sinds het werd ontwikkeld in de jaren 1940, verklaarde Dr. Weinstein, van de University of Iowa. “Maar het werd nooit echt bewezen of het effectief was. Er was nooit een gerandomiseerde studie waarin bepaalde kinderen een korset kregen en andere niet. De gegevens waren inconsistent.” De originele opzet van de studie bestond erin enkele kinderen te randomiseren voor een korset en andere voor ‘watchful waiting’ om na te gaan of de kromming van de wervelkolom verergerde. In elk van beide gevallen, wees een progressie van de kromming tot ³ 50° erop dat de toegewezen behandeling niet effectief was. Maar vele ouders hadden een uitgesproken mening over de manier waarop ze hun kind wilden laten behandelen en weigerden om een willekeurig gekozen behandeling te aanvaarden. Bijgevolg liet het onderzoeksteam deze ouders een behandeling kiezen; 70% koos een korset. “Wat interessant was, als je keek naar de kinderen die gerandomiseerd werden en deze die hun voorkeur kozen, bleek het korset een overweldigend succes van 72% te hebben om de noodzaak van chirurgie te voorkomen,” verklaarde Dr. Weinstein. Het succes in de observatiegroep was 48%. Het succes bij de kinderen die gerandomiseerd werden voor een korset, was zelfs nog hoger — 78%. Een temperatuursensor mat de tijd dat een kind het korset droeg. “De studie bood duidelijk doorslaggevende bewijzen dat korsetten effectief zijn,” noteerde Dr. Weinstein. Maar uit de resultaten bleek ook dat vele behandelingen met een korset nutteloos zijn. “In de primaire analyse,” noteerden de auteurs, “had 48% van de patiënten in de observatiegroep een succesvol resultaat, evenals 41% van de patiënten in de korset groep die het korset eigenlijk beperkte tijd droegen. Zoals anderen hebben gesuggereerd, zijn de huidige indicaties voor een korset misschien te breed, wat bij vele patiënten leidt tot een onnodige behandeling.” “Wij geven nu twee patiënten een korset om de ene patiënt die echt een korset nodig heeft, zeker niet te missen. We overbehandelen nog steeds de patiënten,” aldus Dr. Weinstein. Een verdere analyse van de gegevens zou toelaten om een deel van deze onnodige behandelingen te voorkomen, noteerde hij. “We zullen waarschijnlijk volgend jaar of zo alle factoren geanalyseerd hebben zodat we beter kunnen bepalen wie de ideale kandidaat is voor een korset,” besloot Dr. Weinstein.

Geen categorie

NEW YORK 17/09 – Volgens fitness experts is plyometrie, die vroeger voorbehouden was voor professionele atleten, populair geworden, voornamelijk dankzij de toenemende populariteit van trainingen op basis van sprongen zoals hoge-intensiteit interval training, CrossFit en boot camp klassen.

Maar het systeem, dat ook sprongtraining wordt genoemd, is niet zonder gevaren, in het bijzonder voor de dagelijkse sporter. “Het gaat om het CrossFit publiek,” verklaarde Donald A. Chu, die “Plyometrics” schreef samen met Dr. Gregory Myers, hoofd onderzoeksadviseur aan het Micheli Center for Sports Injury Prevention in Massachusetts, waarbij hij verwees naar de fans van constant veranderende training rages aan hoge intensiteit. “Het is de jongere populatie die een massa energie wil verbruiken om veeleisende doelen te bereiken,” verklaarde hij. Plyometrie zijn oefeningen waarbij de spieren herhaaldelijk en snel worden uitgerekt en daarna samentrekken, zoals vanuit gehurkte houding opspringen of ‘clap push-ups’ waarbij je tussendoor in de handen klapt. Gooien met een ‘medicine ball’ is plyometrie, alsook ‘skipping’, ‘bounding’ en ‘jumping’. “Plyometrie leert de spieren sneller te reageren. Je ontwikkelt meer kracht, want hoe sneller de spier kan contraheren, hoe krachtiger ze wordt,” noteerde Chu, directeur van Athercare Fitness and Rehabilitation in San Francisco Bay. Volgens hem heeft onderzoek aangetoond dat plyometrie de kracht, de uithouding en de snelheid verbetert. “Deze trainingmethode verbetert zeker en vast je spel. Ze maakte lange tijd deel uit van de training van topatleten,” noteerde Chu. Maar Chu benadrukt dat correcte plyometrische training progressief is en dat de juiste instructies cruciaal zijn. De meeste letsels, voegde hij eraan toe, treden op als mensen deze dingen proberen zonder toezicht. Dr. Mark Kelly, inspanningsfysioloog aan de American Council on Exercise, verklaarde dat hoewel plyometrische training belangrijk is voor atleten, in het bijzonder deze die stop-en-start sporten beoefenen zoals basketbal en tennis, niet iedereen er moet op springen. “Deze trainingmethode kan belastend zijn voor de pezen,” waarschuwt Kelly. Hij geeft zelfs goed getrainde atleten het advies om de plyometrische oefeningen te beperken tot tweemaal per week. Tom Holland, fitness coach in Connecticut, vindt dat mensen correct en spaarzaam moeten zijn bij plyometrische sprongen, hurkposities en afstootmanoeuvres. “Plyometrie is gunstig maar biedt veel risico’s,” noteerde Holland, auteur van de “The 12-Week Triathlete,” en hij voegde eraan toe dat sporters de sprongen niet moeten proberen totdat ze hun eigen lichaamsgewicht kunnen optillen vanuit gehurkte houding. “Het duurt een tijdje vooraleer je veilig kan landen op je voeten. Je moet eerst sterk zijn,” verklaarde hij. Bij vrouwelijke universiteitsstudenten die voetballen, noteerde Holland, kunnen heel wat plyometrische bewegingen zoals springen over kegels, ‘skipping’, ‘hopping’ over een ladder op de grond, het neuromusculair systeem langzaam trainen. “Maar voor de gemiddelde persoon die wil vermageren, zou ik dit niet aanbevelen,” verklaarde hij. “Voor de weekendsporter zou ik enkele minuutjes aan lage intensiteit eenmaal per week aanbevelen.” Maar niet elke dag. “De meeste verantwoordelijke coaches zullen je zeggen dat je na elke zware training twee dagen nodig hebt om te recupereren,” verklaarde hij. “Maar het is moeilijk om gematigdheid te promoten.”