Geen categorie

BEWEGING IS BESTE MEDICIJN BIJ LAGE RUGPIJN

De basisbehandeling bij lage rugpijn is ‘de natuur zijn werk laten doen’ en medicalisering vermijden. Dat staat in de nieuwste richtlijn van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE). Voorts luidt het belangrijkste advies: blijven bewegen.

Het uitgangspunt van de KCE-studie is dat rugpijn in principe onschadelijk is en in de overgrote meerderheid van de gevallen spontaan geneest. Rugpijn moet worden beschouwd als een – soms zeer onaangenaam – ongemak dat ons nu eenmaal kan overkomen. De patiënt is perfect in staat om zichzelf te genezen, mits een beetje begeleiding en aanmoediging. Het eerste advies luidt dan ook dat mensen met rugpijn in beweging moeten blijven.

Meestal is een radiografie, scan of MRI (beeldvorming door magnetische resonantie, nvdr) bij lage rugpijn nutteloos. Het stelt de patiënt bovendien bloot aan schadelijke straling, is duur voor de maatschappij en er is geen enkel bewijs dat er een verband bestaat tussen wat er eventueel wordt vastgesteld en de pijn. Bovendien kan het de patiënt onnodig ongerust maken. Soms ligt er een ernstigere oorzaak aan de basis van het probleem: een breuk, een tumor, een ontstekingsziekte, … Zorgverleners zijn opgeleid om de typische symptomen van deze weinig voorkomende problemen (‘rode vlaggen’ of red flags) op te sporen en meteen ernstig te nemen, aldus het KCE. De KCE-richtlijn beveelt aan dat de zorgverleners deze rode vlaggen altijd moeten uitsluiten, en ook in dat geval is een radiologisch onderzoek slechts zeer uitzonderlijk vereist.

Geen categorie

ZO ZORG JE ERVOOR DAT JE MINDER ZIT OP KANTOOR

Zeven voorbeelden om je op weg te helpen
Werk je op kantoor? Dat betekent vaak dat je veel uren achter je bureau maakt en dus veel zit. Onderzoeken liegen er niet om: de effecten van langdurig zitten op je gezondheid zijn soms levensbedreigend. Zitten is slecht voor je. Kan je – in het bezit van een fulltime kantoorbaan – je zitgedrag nog veranderen?
Het kost tijd en het is wennen, maar veranderen kan zeker, zegt Karen Hitters. Ze is expert op het gebied van gedragsverandering en sedentair gedrag (langdurig zitten). Volgens Hitters leven we in een zittende samenleving. “Zitten is een gewoonte. Het is ingebakken in onze cultuur: kleuters leren rustig in een kring te zitten, om vervolgens op de basis- en middelbare school achter tafeltjes zittend hun werk te maken. Later bieden zij collega’s uit beleefdheid een stoel aan op kantoor.” Het feit dat zitten een ingebakken gewoonte is, maakt het veranderen van zitgedrag wel een grote uitdaging, aldus de gedragsexpert.

Stress
Verandering is hard nodig. Van alle Europeanen zitten Nederlanders dagelijks het langst. De gemiddelde Nederlander brengt dagelijks 8,7 uur zittend door. En dat is niet iets om trots op te zijn. Langzitters ervaren meer stress, hebben vaker last van angstaanvallen en kunnen zich minder goed concentreren dan mensen die vaker de benen strekken.

Rugklachten
Langdurig zitten tast niet alleen je mentale gezondheid aan, ook je lijf moet eronder lijden. Een stijve nek, pijnlijke schouders en een zere rug: na een werkweek merk je af en toe dat je lichaam gaat klagen. Je bent niet de enige die daar last van heeft. Rugklachten zijn de meest voorkomende problemen door lang zitten. Daarnaast is de bloeddoorstroming niet optimaal, met spataderen als gevolg.

Diabetes en kanker
Elk extra uur dat je op een dag zittend doorbrengt, verhoogt het risico op diabetes type 2. Dat blijkt uit onderzoek van Maastricht University. Verschillende onderzoekers ontdekten zelfs een link tussen langdurig zitten en kanker, zoals darmkanker en eierstokkanker.

Concrete oplossing
Dit is maar een kleine greep uit een grote hoeveelheid onderzoeken op het gebied van zitten en gezondheid. De laatste jaren wordt er steeds vaker geconstateerd dat langdurig zitten veel nadelen met zich meebrengt. Na het lezen van al deze gezondheidsklachten wil je graag een concrete oplossing horen. Moet je na elke tien minuten zitten even opstaan en een rondje lopen bijvoorbeeld?
Nederland heeft nog geen richtlijnen of een norm voor het aantal uur zitten op een dag. Het onderzoeksinstituut TNO geeft het voorlopige advies om elk half uur op te staan. Karen: “Er is nog niet onderzocht wat het effect is van een loopje op de lange termijn. Het is ook nog niet bekend hoeveel wandelminuten je moet maken om het beste resultaat te behalen. Maar dat af en toe in beweging komen gezonder is dan de hele dag op een stoel zitten, weet iedereen. Ieder uur even opstaan lijkt mij voor nu een prima oplossing.”

Yogabal
Schuine krukjes, wiebelige kussens en yogaballen: er zijn veel producten verkrijgbaar die een gezonder zitgedrag beloven. Het balanceren op een bal, kruk of kussen wordt ook wel actief zitten genoemd. Dat klinkt toch zeker iets gezonder dan een bureaustoel op wieltjes. “Het maakt niet uit of je op een kantoorstoel of op een yogabal zit: continu op hetzelfde zitelement zitten is nooit goed.” Volgens Hitters is afwisseling het toverwoord. “Als je af en toe je stoel verruilt voor een bal, gebruik je tijdelijk andere spieren. Dat is positief. Hierdoor ben je je ook bewuster van je houding.”

Omgeving
Op je werk kan het lastig zijn om ineens minder te zitten. Zeker als er nog geen alternatieven aanwezig zijn, zoals een zit-stabureau bijvoorbeeld. Of als je collega’s vreemd opkijken als je wat vaker opstaat. Dan is de kans klein dat je je eigen zitgedrag aanpast, zegt Hitters. “Je fysieke en sociale omgeving hebben veel invloed op jouw gedrag. De inrichting van het kantoor en hoe andere werknemers met de verandering omgaan, bepalen voor een groot gedeelte hoe jij zelf reageert. Als meer mensen minder zitten, is er een grotere kans op succes.” Het grootste gedeelte van de dag ben je op je werk aanwezig. Het is daarom de ideale locatie om te beginnen met minder zitten. Ook als je zelf het spits afbijt. Tip van Hitters: “Stel dan eens voor om staand te vergaderen of om wandelend te overleggen.”

Motivatie
Een gewoonte is iets waar je niet meer over nadenkt. Als je doelgericht minder zit, val je minder snel terug in je oude patroon. Zorg dat je je bewust bent van de verandering. Volgens Hitters helpt het om je gewoonte van tevoren inzichtelijk te maken. “Zoek uit op welke momenten je de keuze hebt tussen zitten en staan. Waarom ga je op zo’n moment niet staan? Wat belemmert je? Tegelijkertijd bedenk je een strategie om het anders te doen. Denk aan makkelijk uitvoerbare oplossingen die weinig moeite kosten.”Deze momenten kom je de hele dag door tegen.

Zeven voorbeelden om je op weg te helpen:
1) Met de auto naar kantoor? Parkeer dan verder weg en loop het laatste stukje.
2) Als je gebruik maakt van het openbaar vervoer, zorg je dat je de laatste paar minuten van je treinreis alvast gaat staan. Ook tijdens een kort ritje met de sprinter hoef je niet per se te zitten.
3) Loop naar je collega toe als je iets wilt weten.
4) Maak een ommetje als je wordt gebeld.
5) Zet de prullenbak verder weg van je bureau, zodat je op moet staan om iets weg te gooien.
6) Drink genoeg water. Zo blijf je niet alleen gehydrateerd, maar word je ook af en toe nog eens verplicht tot een loopje naar het toilet.
7) Blijf niet achter je bureau hangen tijdens de lunchpauze, maar haal buiten een frisse neus.
Je zitgedrag tijdens het zitten veranderen? Ook dat kan. De tips van Karen Hitters zijn kort maar krachtig. “Als je zit, doe het dan goed. Zorg voor goed ingesteld meubilair en zorg dat je bewust actief zit.”

Drie tips voor bewust actief zitten:
1) Zet beide benen voor je op de grond en zit rechtop in je stoel. Zorg dat je computerscherm op ooghoogte staat. Laat je onderarmen rusten op de armleuningen.
2) Rek je af en toe even uit. Trek je schouders op en laat ze weer zakken. Doe dit drie keer. Herhaal dit vaker gedurende de dag. Maak je nek los door je hoofd van je ene schouder naar je andere te bewegen.
3) Span verschillende lichaamsdelen aan. Denk bijvoorbeeld aan je buik- of beenspieren. Zorg dat je daarna weer ontspant.

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Karen Hitters. Ze is expert gedragsverandering. Hitters werkte als adviseur bij Kenniscentrum Sport, gaf advies op het gebied van gezondheidsmanagement, duurzame inzetbaarheid en sedentair gedrag en vertaalde onderzoek over sedentair gedrag naar de praktijk. Nu is ze docent gedragsbeïnvloeding aan de Fontys Sporthogeschool. Hitters is een voorstander van dynamisch werken en schreef, destijds bij Kenniscentrum Sport, een artikel over het beïnvloeden van zitgedrag.

Geen categorie

7 GEBODEN VOOR MENSEN MET LAGE RUGPIJN

Drie wetenschappers van de Vrije Universiteit Brussel zetten 7 gouden regels voor mensen met (chronische) lage rugpijn op een rijtje. Deze 7 geboden garanderen de beste kansen op herstel en voorkomen dure, maar ook soms nutteloze behandelingen.

1. Beweeg voldoende
Bewegen is hét voornaamste onderdeel van iedere behandeling van lage rugpijn. Daarbij maakt het niet zo veel uit wat voor lichaamsbeweging je precies doet: eender welke vorm van lichaamsbeweging vermindert lage rugpijn. Er zijn ook helemaal geen ‘gevaarlijke bewegingen’ die je rug kunnen kwetsen. Het beste kan je een kinesitherapeut raadplegen om je bij deze lichaamsbeweging te laten begeleiden.

2. Begrijp de pijn
Rugpijn zou een gevolg zijn een beschadigde tussenwervelschijf, een ‘onstabiele’ rug of artrose. Wanneer mensen met rugpijn inzien dat dit niet zo is, en dat pijn kan blijven voortbestaan lang nadat de ‘blessure’ volledig genezen is, gaan ze veel makkelijker over tot een actieve behandeling van hun rugpijn. Hierbij is het leren begrijpen wat pijn is en hoe je ermee moet omgaan cruciaal.

3. Laat je niet vangen door commerciële ‘oplossingen’ voor je lage rugpijn
Er zijn tal van ‘wondermiddelen’ voor lage rugpijn, zoals dure (andullatie)matrassen, elektrotherapietoestellen, trilplaten, kleurrijke tape, etc. Ondanks sluwe verkooppraatjes is er voor geen van deze behandelmethodes wetenschappelijke bewijs dat ze lage rugpijn kunnen genezen. Recent nog onderzochten onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel of het Soleve® elektrotherapietoestel van de firma Nervomatrix een meerwaarde biedt voor mensen met lage rugpijn. Het toestel doorstond de kritische wetenschappelijke toetsing niet: het deed het niet beter dan de placebo groep.

4. ‘Kraken’ heeft maar een kleine toegevoegde waarde op bewegen
Of het nu een osteopaat, chiropractor of manueel therapeut is: wat de therapeut met de handen doet zal maar in beperkte mate bijdragen aan het herstel. Bovendien zullen de handen van de therapeut enkel een meerwaarde hebben als het gecombineerd wordt met bewegingstherapie (oefentherapie, sport).

5. Naalden gaan de rugpijn niet wegprikken
Of het nu dry needling of acupunctuur is, de ‘naalden’ hebben vaak wel een tijdelijk pijnstillend effect, maar zullen het rugprobleem niet genezen.

6. Chirurgie voor rugpijn is zelden de juiste oplossing
Opereren voor enkel lage rugpijn heeft een moment gekend waarbij we als hulpverleners dachten dat we iedereen met rugpijn konden genezen. Spijtig genoeg zijn we hiervan terug moeten komen en kan chirurgie enkel voor eerder zeldzame en specifieke vormen van rugpijn mogelijk een oplossing bieden. In de meerderheid van de gevallen is dus chirurgie niet aan te bevelen voor lage rugpijn als enige klacht.

7. Actieve eerder dan passieve therapieën
De voorgaande 6 geboden voor mensen met lage rugpijn zijn samen te vatten door één gouden raad: de beste manier om lage rugpijn te overwinnen is actieve therapie, waarbij de patiënt zelf aan de slag moet. (TE)

Geen categorie

WAAROM JE KRAAKBEEN VERLIEST ALS JE NIET BEWEEGT

Groei-eiwit TGF-beta essentieel voor gezond kraakbeen.

Het kraakbeen in je gewrichten verdwijnt als je niet beweegt. Maar waarom dat gebeurt, was lang niet bekend. Arjan van Caam en Peter van der Kraan (Reumatologie) en Wojciech Madej en Pieter Buma (Orthopedie) van het Radboudumc toonden aan dat het groei-eiwit Transforming Growth Factor beta (TGF-beta) hierin een essentiële rol speelt. Zij publiceerden hierover in Osteoarthritis & Cartilage.

In kraakbeen zit een grote hoeveelheid inactief TGF-beta opgeslagen. Iedere belasting van het kraakbeen activeert kortstondig een beetje van dit groei-eiwit. Dit vrijkomende TGF-beta stimuleert de kraakbeencellen en zorgt ervoor dat de cellen in het kraakbeen gezond blijven. Kraakbeencellen die een gebrek hebben aan TGF-beta gaan namelijk hun eigen kraakbeen afbreken, wat leidt tot gewrichtsschade.

Het heilzame effect van TGF-beta houdt zichzelf in stand zolang het gewricht maar gebruikt wordt. Belasting van het gewricht stimuleert de aanmaak van meer TGF-beta dat vervolgens wordt opgeslagen in de omgeving van de kraakbeencellen voor toekomstig gebruik. Ook zorgt belasting en regelmatige blootstelling aan TGF-beta ervoor dat de kraakbeencellen gevoeliger worden voor dit groei-eiwit.

De onderzoekers zagen dat bij veroudering het TGF-beta systeem steeds minder goed werkt. Dit kan verklaren waarom veel mensen artrose krijgen op latere leeftijd. Peter van der Kraan: “Deze bevinding toont aan op welke manier belasting je kraakbeen gezond houdt en waarom het ook voor je kraakbeen belangrijk is om in beweging te blijven.”

Geen categorie

HELPEN KRACHTIGE PIJNSTILLERS NIET BIJ CHRONISCHE LAGERUGPIJN?

Krachtige pijnstillers, afgeleid van morfine, hebben weinig effect bij chronische lagerugpijn, zeggen Australische onderzoekers.

Australische onderzoekers brachten alle goed uitgevoerde, placebogecontroleerde studies over de effecten van krachtige pijnstillers (met codeïne of afgeleid van morfine) samen in een overzichtsonderzoek (1). Daarbij mikten ze enkel op lagerugpijn die lang aansleept en waarvoor geen specifieke oorzaak gevonden wordt, d.w.z. geen hernia, geen ontstekingen, uitzaaiingen en dergelijke. In totaal selecteerden ze 20 degelijke studies met betrekking tot 7.295 ruglijders: 17 daarvan vergeleken de effecten van krachtige pijnstillers met placebo en 3 vergeleken de pijnstillers onderling. De opvolgperiode was kort: gemiddeld 3 maanden. De pijn werd beoordeeld via vragenlijsten waarbij deelnemers de intensiteit van hun pijn situeerden op een schaal van 0 tot 100. Bij 13 studies was er een lichte verbetering van de pijn (10 punten minder op de schaal) in vergelijking met placebo. Dat is een zeer minimaal effect. Voor een betekenisvolle verbetering moet je minstens een verschuiving van 20 punten op de schaal behalen. Er waren ook geen betekenisvolle verschillen tussen diverse pijnstillers onderling. De onderzoekers besloten dat krachtige pijnstillers, die soms voorgeschreven worden wanneer lichtere pijnstillers niet werken, eigenlijk amper effect hebben op chronische lagerugpijn. Bovendien ervaart meer dan de helft van de betrokkenen wel hinderlijke nevenwerkingen, zoals misselijkheid, constipatie en hoofdpijn.

Dit is een zeer degelijke analyse van een selectie goed uitgevoerde studies, wat de resultaten betrouwbaar maakt. Opvallend is dat zeer veel mensen (50%) die aan de 20 studies deelnamen, vroegtijdig afhaakten, omdat ze te veel last hadden van nevenwerkingen en amper minder pijn ervaarden. Overigens waren enkele van de geselecteerde studies gefinancierd door de farma-industrie, en ook deze toonden geen noemenswaardig effect. De resultaten verbazen niet echt. Aspecifieke chronische rugpijn is een veel gehoorde klacht die zelden kan worden opgelost met pijnstillers. Wat wel effect heeft, is voldoende beweging, een goede houding, vermageren bij overgewicht, manuele therapie en cognitieve gedragstherapie.

Conclusie
Een goed uitgevoerde overzichtsstudie vindt geen noemenswaardig effect van de meest krachtige pijnstillers bij aspecifieke lagerugpijn. Aspecifiek betekent zonder duidelijke oorzaak, dus geen hernia, ontsteking, tumor of trauma. De meeste mensen ervaren wel hinderlijke nevenwerkingen. Dergelijke klacht vraagt dus een andere aanpak dan pillen.

Geen categorie

IS LOPEN OP EEN ZACHTE ONDERGROND NU ECHT BETER?

Sinds mensenheugenis horen en lezen wij dat het op een zachte ondergrond véél beter én gezonder hardlopen is dan op een harde ondergrond. Nu, dat klinkt natuurlijk wel logisch: hoe zachter de ondergrond, hoe kleiner de “slag” die je lichaam krijgt na de landing op de grond. En dus, als je 10 km loopt, dan heb je duizenden van die landingen, zelfs als je een flinke pas van 2 meter neemt, ondervind je die impact zo 5.000 keer.
Meer dan vier jaar geleden begon ik, Jeroen, met het onderzoek naar loopondergronden onder begeleiding van Prof. Benedicte Vanwanseele. In samenwerking met Kurt Schütte en Hannelore Boey werd een grote studie uitgevoerd naar de impactversnelling van het onderbeen bij zeer goed getrainde mannelijke en vrouwelijke lopers, en bij een groep onervaren lopers.
Even toelichten wat die “impactversnelling” precies is. Dit is de versnelling die het onderbeen ondergaat bij contact met de grond. Deze versnellingspiek gaat over een erg korte fase (slechts +/- 25 milliseconden). Daarna gaat deze ‘schok’ doorheen het lichaam omhoog. Deze impactversnelling is het grootste waar de schoen contact maakt met de grond. Een deel van deze schok wordt geabsorbeerd door de loopschoen en nadien door de verschillende weefsels van het lichaam. Zo krijgen de hogergelegen lichaamsdelen (zoals bv. onze hersenen) gelukkig niet dezelfde schok te verdragen als onze onderste ledematen. We hebben het hier dus over een zware belasting voor het lichaam, want de versnelling gemeten aan het onderbeen kan tot meer dan 20 keer de zwaartekrachtsversnelling bedragen. Deze versnelling is natuurlijk (en gelukkig) maar van zeer korte duur.

Hoe zachter, hoe beter?
Wanneer het gaat over een zachte ondergrond denken de meeste mensen veelal aan een grasveld, een bospad, of een Finse piste. Finse piste is een speciaal loopparcours voor lopers, om het loopcomfort te verhogen bestaat de bovenlaag er uit een verende laag, bv. houtsnippers. Meestal worden zo’n pistes in een groene omgeving aangelegd. Uit onderzoek bleek dat meer dan 35% van de gebruikers de Finse piste verkiest voor het voorkomen van blessures en meer dan 30% voor het loopcomfort (onderzoek door Julie Borgers aan de KU Leuven1).
Met het oog op die blessure preventie, werd de onderzoeksvraag van Jeroen opgesteld, zou bv. de belasting op het onderbeen op zo’n Finse piste gunstiger uitvallen dan op asfalt of een klassieke piste? Uit dit onderzoek blijkt dat lopen op een Finse piste resulteert in een lagere ‘impactversnelling’ van het onderbeen, vergeleken met de Leuvense atletiekpiste en een asfalt weg2. Dit was van toepassing wanneer er een vaste snelheid (12 km/u) werd opgelegd. Voilà. Dus de oude “wijsheid” wordt hier bevestigd, dat je best op een zachte ondergrond loopt?
Niet noodzakelijk. Want er werd bv. géén verschil in impactversnelling aangetroffen tussen de atletiekpiste en het asfalt, terwijl de atletiekpiste toch veel zachter is dan het asfalt. Dat is bijzonder merkwaardig! Nu, de Leuvense atletiekpiste wordt door veel lopers als een zeer “stijve” piste ervaren, dat kan een deel van de verklaring bieden.
Er is géén verschil tussen de verschillende ondergronden wanneer de deelnemers hun eigen loopsnelheid kiezen.
Nu even terug naar de Finse piste. Bij die zachte ondergrond is er dus wél een voordeel qua impactversnelling. Maar ook dat is relatief, want lopen op een Finse piste verstoort dan weer de houdingscontrole en de stabiliteit, wellicht door de aanpassingen die nodig zijn van de loopstijl als je op dit type ondergrond loopt3. Deze verstoringen werden dan weer veel minder of zelfs niet teruggevonden op stabielere ondergronden zoals aan atletiekpiste en het asfalt. Tussen haakjes: deze verstoringen van de stabiliteit op de Finse piste vinden we ook terug wanneer vermoeidheid optreedt, en dan zijn de verstoringen van een veel grotere orde4.

Hoe sneller, hoe meer impact?
Het bleek uit dit onderzoek dat het een véél groter verschil uitmaakt met welke snelheid je traint. De impactversnelling verhoogt aanzienlijk wanneer je aan een hogere snelheid loopt. Ongeacht piste of asfalt. Wanneer twee mensen aan dezelfde snelheid lopen, kunnen zij toch een totaal andere impactversnelling ondervinden (op dezelfde ondergrond). Die snelheid/impact-verhouding is dus een individueel gegeven. Maar bij beide lopers verhoogt de impactversnelling als ze hun snelheid verhogen. In het onderzoek werden weinig verschillen aangetroffen tussen de goed getrainde lopers en de onervaren lopers, voor beiden geldt de impactversnelling als ze hun snelheid verhogen!

Conclusie?
Het is dus uiteraard beter (én fijner) om in volle natuur te gaan lopen (en voluit te genieten), als je er op dat moment de kans toe hebt. Maar voel je vooral niet schuldig als dat wegens omstandigheden eens niet lukt: het is dus véél belangrijker om de juiste balans te vinden tussen uithoudingswerk (traag) en snelheidswerk, want vooral dat laatste heeft een véél groter effect op de belasting die je lichaam ondervindt bij de training. Dus vooral goed nadenken over (én je laten helpen met) de balans tussen je uithoudingswerk versus je snelheidswerk!

Geen categorie

EEN PAAR MINUTEN LICHAAMSBEWEGING PER DAG VERLENGT DE LEVENSVERWACHTING

Met deze grootschalige Amerikaanse studie wordt nogmaals bewezen dat er een verband bestaat tussenlichaamsbeweging en een daling van het risico op vroege dood. Maar vooral blijkt uit deze studie – en dat is nieuw – dat een paar minuten per dag opstaan en bewegen voldoende is om de levensverwachting te verlengen.

Gedurende 7 dagen hebben 3.029 personen tussen 50 en 79 jaar een uiterst gevoelige accelerometer gedragen waarmee hun mate van lichaamsbeweging heel precies kon worden gemonitord. Die gegevens hebben de onderzoekers vervolgens vergeleken met de mortaliteitsgegevens van deze groep in de acht volgende jaren.

Het resultaat is geen verrassing en ontegensprekelijk: de proefpersonen die het minst bewegen lopen vijf keer meer risico om vroeg te sterven dan de actiefste personen, en drie keer meer risico dan de ‘vrij actieve’ proefpersonen.

De onderzoekers hebben echter ook vastgesteld dat het niet nodig is om veel lichaamsbeweging te nemen of erg sportief te zijn. Slechts 10 minuten bewegen per dag maakt al een verschil en 30 minuten bewegen heeft een nog grotere invloed op de kans om vroeg te sterven. En je hoeft niet eens fors te bewegen om er de voordelen van te ondervinden. Thuis rondlopen, de vaat doen of uitvegen is al voldoende!

Geen categorie

DE BESTE REMEDIE TEGEN RUGPIJN (MAAR JE ZAL HET NIET GRAAG HOREN)

Regelmatig last van lage rugpijn? Dan zit er niets anders op: vooral veel bewegen kan de pijn verlichten. Meer nog dan steunverbanden voor de rug of gespecialiseerde schoenzooltjes, blijkt lichaamsbeweging een natuurlijke pijnstiller. Dat wijst een grootschalig Australisch onderzoek uit.
Onderzoekers van de universiteit van Sidney gingen op zoek naar de beste remedie tegen rugpijn door 21 wereldwijde studies rond dit thema samen te leggen, met in totaal meer dan 30.000 deelnemers.

Lichaamsbeweging als medicijn

Terwijl een steunband aan de rug of steunzooltjes niet meteen een voordeel leken op te leveren, zorgde lichaamsbeweging voor een verlaagd risico van 25 tot 40 procent op rugpijn in het jaar dat volgde. Welk type lichaamsbeweging maakte niet echt uit, van aerobics tot krachttraining bleek alles efficiënt. “Als er een pil zou zijn die het risico op rugpijn zou kunnen doen dalen met 30%, dan zou je er ongetwijfeld elke dag reclame voor zien op televisie,” zegt Dr. Tim Carey, die een commentaar schreef bij de publicatie.

Pilates in plaats van pillen

Toch schrijven dokters volgens Carey nog niet genoeg lichaamsbeweging voor, hoewel het zeer efficiënt blijkt te zijn. Vaker grijpen ze terug naar een steunband voor de rug, steunzolen of pillen. “Inefficiënte behandelingen voorschrijven aan patiënten kan hen een vals gevoel van veiligheid geven,” voegt Carey er aan toe. “We zien sporten nog te weinig als een geneesmiddel, omdat we in een maatschappij leven die pil-georienteerd is.” Als we het advies van Carey mogen geloven, kunnen we maar beter eerst naar de les pilates dan naar de apotheker lopen. Reden genoeg om toch eens werk te maken van die voornemens.

Geen categorie

WAAROM SOMMIGE LOPERS NOOIT BLESSURES HEBBEN (EN ANDEREN ALTIJD)

De ene hoeft nog maar 5 kilometer te lopen of hij heeft al een achillespeesontsteking aan zijn been (of voet, beter gezegd), terwijl de ander moeiteloos marathons loopt zonder ook maar één bezoek aan de sportdokter. Hoe komt het dat sommige sporters gevoeliger zijn voor blessures dan anderen? Harvard University zocht het uit.

Ze bestaan echt, de gelukkige sporters die nooit met blessures te kampen krijgen. Een studie van de Harvard University volgde twee jaar lang 249 vrouwelijke lopers die minstens 32 km per week lopen. 100 van die lopers kregen serieuze blessures tijdens die 2 jaar, 40 ervan kregen te kampen met kleine kwaaltjes. Daarnaast was er een groep van 21 straffe dames die nog nooit in hun hele leven last hadden gehad van blessures. De onderzoekers gingen na of dit te maken had met een bepaalde manier van lopen of neerzetten van voeten en benen.

Zachtere landing

De experten ontdekten dat deze 21 vrouwen lichter op hun hielen landden dan zij die zware blessures kregen. Ook als ze naar variabelen keken zoals het gewicht van de vrouwen of de afgelegde afstand, bleek dat te blijven kloppen. Professor Irene Davis van Harvard University raadt lopers daarom aan om zo zacht mogelijk op de voeten te landen bij het lopen. Ze adviseert ook dat lopers best proberen om net iets dichter naar het midden van de voet te landen, waardoor je op een natuurlijke manier lichter loopt. Het zou ook kunnen helpen om het aantal stappen per minuut op te voeren, waardoor de beukende kracht van elke stap iets afneemt.

Andere factoren

Het type loopschoen en het al dan niet verwaarlozen van het stretchritueelblijkt volgens voorgaande onderzoeken geen invloed te hebben op het vaker ontwikkelen van blessures. Ook over het gebruik van zooltjes die schokken opvangen of de lengte en duur van loopschema’s is nooit zwart op wit aangetoond dat ze blessures kunnen beïnvloeden.

Wel is in een grootschalig onderzoek aangetoond dat bepaaldeontstekingsremmende geneesmiddelen zoals diclofenac, ibuprofen en ketoprofen onder vorm van een gel of crème een veilige en efficiënte manier zijn om acute spierpijn te verzachten. Ze werken niet voor iedereen, maar in 7 à 8 op de 10 gevallen verlicht zo’n middel de pijn, in vergelijking met 2 à 3 op 10 bij de groep die een placebo kreeg toegediend.

En wat verder altijd werkt: gebruik je gezond verstand bij het sporten. Forceer jezelf nooit als je pijn voelt en blijf niet lopen met een kwaaltje of blessure, maar ga er op tijd mee naar de dokter.

Geen categorie

WORKOUTS FOCUSED ON MOTOR SKILLS MAY HELP EASE LOWER BACK PAIN

(Reuters Health) – Exercise focused on improving motor skills may work as well for easing lower back pain as other types of physical activity, a research review suggests.
Based on data from 29 previously conducted trials involving a total of 2,431 adults aged 22 to 55 years, the study team also found that people who exercised generally experienced more improvements in pain and disability than those who didn’t. “The choice of exercise should be based on patient or therapist preferences and costs, as the current evidence suggests that there is no difference among the types of exercises,” said lead study author Bruno Saragiotto of the George Institute for Global Health at Sydney Medical School in Australia. Lower back pain is one of the leading causes of disability and doctor visits for adults worldwide, and the condition also has a significant economic impact in lost wages and productivity. While the findings add to a growing body of evidence for the importance of physical activity to treat lower back pain, more research is still needed to determine which workout routines might be best suited to specific patients or injuries, Saragiotto and colleagues conclude in their report in the Cochrane Library online January 7. Motor control exercise focuses on activation of the deep trunk muscles and targets restoration of control and coordination of these muscles, which support the spine. Workouts can vary, but patients might start off working on balance and flexibility and then progress to more complex exercises that involve lifting, pushing, pulling and rotating the body. For the current analysis, researchers looked at studies ranging in size from 20 to 323 participants, most of whom were middle-aged. The duration of treatment programs ranged from 20 days to 12 weeks, and the number of exercise sessions ranged from one to five per week.

Sixteen of the studies compared motor control exercise to other types of physical activity. Seven studies compared it to minimal intervention, five examined it relative to manual therapy such as massage or chiropractic work, three assessed it as an alternative to exercise paired with treatments such as electrical stimulation, and one looked at whether it worked as well as home exercise. When researchers compared pain and disability outcomes across all of these studies, they found motor control exercises were similar to other activities at intervals between three and 12 months. It’s possible that some patients with structural or behavioral changes in the muscles of the spine might be a subgroup of people who could benefit most from motor control exercises, Saragiotto said. But one shortcoming of the analysis is it didn’t pinpoint precisely who might be the ideal patient for this type of approach.

Researchers also lacked enough quality data to assess whether motor control exercise might be better than electrotherapy paired with other types of activity, Saragiotto noted.

One reason all exercises appeared equal in this analysis might also be tied in part to mental health, noted Julie Fritz, a physical therapy researcher at the University of Utah in Salt Lake City who wasn’t involved in the study. “It may be that the non-specific effects of exercise are responsible for the benefit, in other words, being active, doing something for your back pain helps individuals feel more in control of the condition and has positive physical and psychological benefits regardless of exactly what sort of exercise is being done,” Fritz said by email.