Geen categorie

BEWEGEN ALS THERAPIE VOOR HARTFALEN: HOEVEEL IS GENOEG?

ANTWERPEN 01/10 – De Europese Unie financiert vanaf 1 oktober een nieuwe 3.5 jaar durende studie om te onderzoeken of fysieke training zinvol is om diastolisch hartfalen (HFPEF), waar tot nog toe geen therapie voor bestaat, te voorkomen en te behandelen. Het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) is één van de vijf Europese universitaire centra die het onderzoek zullen uitvoeren. Naast de impact van beweging op hartfalen, zal ook de impact van telegeneeskunde op therapietrouw en motivatie worden uitgetest.
Meer dan 14 miljoen Europeanen lijden aan hartfalen en het aantal stijgt.  Bij 1 op 2 patiënten gaat het om HFPEF (Heart Failure with Preserved Ejection Fraction). Bij deze vorm van diastolisch hartfalen is de pompfunctie van het hart vrijwel normaal, maar wordt de vulling tijdens de relaxatiefase van het hart bemoeilijkt door een toegenomen stijfheid van de hartspier. HFPEF wordt gekenmerkt door een stijve hartspier, wat leidt tot vochtopstapeling, kortademigheid en moeilijkheden om inspanningen te verrichten. De stijging van het aantal HPFEF-patiënten in Europa heeft deels met de vergrijzing te maken. Ouderen, maar ook vrouwen, worden er vaker door getroffen. Mensen die lijden aan hypertensie, diabetes of obesitas of weinig bewegen, lopen eveneens een groter risico om dit type hartfalen te ontwikkelen. Jammer genoeg bestaat er vandaag geen effectieve therapie voor HFPEF waardoor het een belangrijke medische uitdaging blijft in Europa. Europese studie onderzoekt of HFPEF kan voorkomen of behandeld worden door fysieke training. De Europese Unie financiert een 3,5 jaar durende studie, genaamd OptimEx, om te onderzoeken of fysieke training zinvol is om HFPEF te voorkomen en te behandelen. De studie, die zo’n 3 miljoen euro zal kosten, wordt gecoördineerd door de Norwegian University of Science and Technology (NTNU) en bestaat uit een coalitie van vijf Europese universitaire centra, waaronder het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA). De studie gaat op 1 oktober van start. Naast een experimentele aanpak om de mechanismen te ontrafelen waardoor fysieke training beschermend kan zijn bij hartfalen, is er ook een klinisch luik. In de klinische studie zullen 200 patiënten met HFPEF opgenomen en één jaar gevolgd worden. Zij zullen verdeeld worden over verschillende groepen die een fysiek trainingsprogramma zullen doorlopen met verschillende intensiteit.

Telegeneeskunde: de sleutel tot volhouden?

In het project wordt ook telegeneeskunde ontwikkeld en getest. Daarbij wordt elektronische apparatuur gebruikt om mensen te motiveren om hun therapie correct te volgen. Deelnemende patiënten zullen bijvoorbeeld accelerometers dragen die hun dagelijkse beweging registreert. Die informatie wordt naar een centrale server gestuurd zodat de medische staf de patiënten van op afstand kan motiveren om hun gedrag te veranderen wanneer ze niet actief genoeg zijn. “Er werd reeds aangetoond dat fysieke inspanning leidt tot een verbeterde hartfunctie bij patiënten met hartfalen, maar onze kennis is nog steeds te beperkt.”, zegt prof. Viviane Conraads, coördinator in het UZA en diensthoofd van de cardiale revalidatie. “De OptimEx studie zal ons verder helpen om preventieve maatregelen tegen hartfalen te ontwikkelen en de ernst ervan te beperken door fysieke activiteit”.

Geen categorie

LICHAAMSBEWEGING ZOU “EVEN KRACHTIG” ZIJN ALS GENEESMIDDELEN VOOR HARTZIEKTE

LONDON 03/10 – Lichaamsbeweging zou even goed zijn als medicatie om hartziekten te behandelen en moet gebruikt worden ter vergelijking als nieuwe geneesmiddelen ontwikkeld en getest worden, verklaarden onderzoekers afgelopen woensdag.
In een grote review die gepubliceerd werd in de British Medical Journal, vonden onderzoekers van de Britse London School of Economics en de universiteiten van Harvard en Stanford in de Verenigde Staten geen statistisch detecteerbare verschillen tussen lichaamsbeweging en geneesmiddelen voor patiënten met coronaire hartziekte of prediabetes. Voor patiënten die herstelden van een CVA, toonde de review – die de resultaten van 305 studies met bijna 340.000 deelnemers analyseerde – aan dat lichaamsbeweging effectiever was dan medicatie. “Lichaamsbeweging lijkt even krachtig te zijn als een geneesmiddel bij deze vaak voorkomende chronische aandoeningen,” verklaarde Huseyin Naci, hoofdauteur van de studie en assistent aan Harvard Medical School in Boston. De review verklaarde ook dat het bewijsmateriaal in studies over de gezondheidsvoordelen van lichaamsbeweging aanzienlijk kleiner is dan dit over geneesmiddelen, wat volgens de onderzoekers een impact kan gehad hebben op hun resultaten. “Ten eerste is er veel meer onderzoek nodig over lichaamsbeweging,” verklaarde Naci aan Reuters Health. “Er is een grote blinde vlek in het huidig medisch onderzoek … We kennen gewoon niet veel aandoeningen waarbij lichaamsbeweging even effectief of zelfs effectiever is dan geneesmiddelen.” De review bevestigt de massa bewijzen die aantonen dat regelmatige lichaamsbeweging cruciaal is voor de gezondheid van de mens. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) die gevestigd is in Genève, is fysieke inactiviteit de vierde belangrijkste risicofactor voor globale mortaliteit, die wereldwijd verantwoordelijk is voor ongeveer 3,2 miljoen sterfgevallen per jaar. De WHO stelt dat regelmatige matige lichaamsbeweging – zoals wandelen, fietsen of deelnemen aan sporten – het risico op cardiovasculaire aandoeningen, diabetes, colon- en borstkanker, en depressie kan verlagen, en ook het risico op botfracturen kan verminderen en het lichaamsgewicht onder controle kan houden. In de Verenigde Staten, waar gezondheidsexperts schatten dat de helft van de volwassenen obees zal zijn tegen 2030 tenzij hun leefgewoonten veranderen, verklaart de Centers for Disease Control and Prevention dat minder dan 48% van de volwassenen voldoende sport om hun gezondheid te verbeteren. Een beperking van de review is volgens Naci dat de meeste van de individuele studies die de onderzoekers analyseerden, lichaamsbeweging en medicatie niet direct vergeleken. Naci waarschuwde ervoor dat de bevindingen niet betekenen dat iedereen met een hartaandoening moet stoppen met zijn geneesmiddelen en beginnen te sporten. Maar “patiënten en artsen moeten echt overleggen of lichaamsbeweging geen optie is voor hen,” noteerde hij.

Geen categorie

ARTROSE: HELPT BEWEGEN ECHT?

De vraag is echt de moeite van het overdenken waard, voordat we al te snel concluderen dat lichaamsbeweging het beste is in het geval van artrose van de onderste ledematen. Onderzoekers trachtten hier een antwoord op te vinden, en ze wilden ook weten welke oefeningen de meest efficiënte zijn om de pijn te verminderen en de beweeglijkheid van het gewricht te verbeteren. Ze gebruikte elektronische databanken en selecteerden gerandomiseerde gecontroleerde studies over artrose van de knie en heup. In totaal werden 60 studies bekeken: 44 gericht op de knie, twee op heupgewrichten en 14 die beide bestudeerden. 12 soorten interventies werden onderzocht, bij 8218 patiënten. De analyse toont aan dat er een significant voordeel is bij lichaamsbeweging tegenover rust. Wat betreft pijn, kracht, flexibiliteit en andere gewrichtsfuncties, wordt aangetoond dat oefening altijd gunstig is. Dus, het is bewezen! De auteurs benadrukken dat de resultaten vooral geldig zijn voor artrose van de knie.

Geen categorie

TEGEN ARTROSE: EEN DIEET!

Dit lijkt zo vanzelfsprekend dat je je afvraagt waarom het moet worden bewezen. Maar we zijn van ‘Eminence Based Medicine’ geëvolueerd naar ‘Evidence-Based Medicine’, en dus wordt een bewijs voor alles gevraagd. Artrose is een veel voorkomende aandoening die pijn en ernstige handicaps veroorzaakt. Onderzoekers hebben zich afgevraagd of er een gewichtsverlies van 10% of meer de toestand zou kunnen verbeteren van patiënten met obesitas of overgewicht die lijden aan artrose van de knie, met of zonder oefening. Ze voerden een enkelvoudige blinde studie uit gedurende 18 maanden, tussen 2006 tot 2011. De 454 deelnemers werden verdeeld in drie groepen: dieet + oefening, alleen dieet of alleen lichaamsbeweging. De primaire doelstelling van het onderzoek was om de mechanische verbetering van patiënten en de druksterkte van de knie en de plasma-niveaus van interleukine-6 te meten. Verder bestudeerden ze de veranderingen in de pijn op een self-rating scale, functionele status, mobiliteit en levenskwaliteit in relatie tot gezondheid. In totaal hebben 399 patiënten de studie afgerond (88%). Het gemiddelde gewichtsverlies was 10,6 kg (11,4%) in de dieet + oefeningsgroep, 8,9 kg (9,5%) in de dieet-groep en 1,8 kg (2%) in de groep met alleen oefeningen. Na 18 maanden was de sterkte van de knie lager in de alleen dieet-groep dan in de andere groepen. De concentratie van IL-6 was lager in de dieet + lichaamsbeweging-groep en de alleen dieet-groep dan in de alleen oefening-groep. Patiënten in de dieet + oefening-groep ervoeren ook minder pijn dan de andere twee groepen en genoten van een betere levenskwaliteit. Een gewichtsverlies van 10% of meer in combinatie met regelmatige fysieke activiteit is effectiever dan enkel een dieet of enkel lichaamsbeweging, na 18 maanden.

Geen categorie

74.000 BELGEN INVALIDE DOOR RUGKLACHTEN

BRUSSEL 26/09 – De Belgen belanden door rugproblemen steeds vaker in de invaliditeit. Dat blijkt uit een enquête van de Socialistische Mutualiteiten bij 5.400 leden, zo schrijven de Gazet van Antwerpen en het Belang van Limburg woensdag. “De enquête toont aan dat te weinig mensen de oorzaak van hun kwaal kennen en dat ze vaak niet weten hoe ermee om te gaan”, klinkt het.

In 2007 waren 58.032 Belgen invalide door rugklachten, in 2011 waren dat er 74.192 en ook in 2012 blijft het aantal invaliden door rugpijn stijgen. Bij één op de zes nieuwe invaliden zijn rugklachten de hoofdoorzaak; zelfstandigen worden zelfs vaker invalide door rugpijn dan door psychische problemen. Rugpijn weegt zwaar door op de sociale zekerheid. Niet alleen door de uitkeringen die lange tijd moeten worden uitbetaald, maar ook door verkeerde behandelingen. “Zo weten we al langer dat een röntgenfoto in negentig procent van de gevallen zinloos is”, zegt Paul Callewaert van de Socialistische Mutualiteiten. “Zo’n foto kost nochtans geld, stelt de patiënt bloot aan straling en wordt vaak zelfs meermaals herhaald.” De Socialistische Mutualiteiten willen met een loketactie in de Vlaamse provincies patiënten oplossingen aanreiken. Vaak gaan die in tegen volkswijsheden. Zo maken rusten en van het werk thuisblijven de zaken vaak nog erger.

Geen categorie

SCOLIOSE: WANNEER EN BIJ WIE IS EEN KORSET NODIG?

NEW YORK 20/09 – Het eerste grootschalige onderzoek over de vraag of een korset de progressie van scoliose helpt voorkomen, toonde aan dat een korset bijna dubbel zo effectief is om een corrigerende ingreep te voorkomen als ‘watchful waiting’.

Maar de studie toonde ook aan dat te veel kinderen met scoliose een korset krijgen terwijl dit niet nodig is. De gegevens van het nieuwe onderzoek kunnen artsen helpen om te bepalen welke kinderen een korset nodig hebben en wanneer het beter is om het kind alleen nauwgezet op te volgen. De studie, die online werd gepubliceerd door de New England Journal Medicine en die donderdag gerapporteerd werd op de jaarvergadering van de Scoliosis Research Society in Lyon, Frankrijk, “geeft echt een antwoord op de vraag die ouders zich stellen – ‘Als u mijn kind een korset voorschrijft, zal dit echt helpen?'” verklaarde Dr. Stuart Weinstein, hoofdauteur van het onderzoek. “Het antwoord is dat korsetten een zeer hoog succespercentage hebben.” “We vonden ook dat hoe langer het kind het korset draagt, hoe meer kans dat je succes zal hebben,” verklaarde hij telefonisch aan Reuters Health. “Kinderen die het korset meer dan 13 uur per dag droegen, hadden 90% tot 93% kans om te vermijden dat de kromming evolueert naar een chirurgische drempel.” De resultaten waren zo uitgesproken dat de test bij 242 jongeren in de VS en Canada vroegtijdig werd stopgezet. “Het versterkt zeker onze huidige benadering om deze risicoadolescenten een korset te geven,” verklaarde Dr. Allan Beebe, orthopedist aan Nationwide Children’s Hospital in Columbus, Ohio, die niet deelnam aan het huidige onderzoek, in een email aan Reuters Health. “Deze studie blijkt betere wetenschap te zijn” dan het vroeger onderzoek over korsetten. Ongeveer 2% tot 3% van de kinderen hebben enige graad van wervelkromming, maar slechts 0,3% tot 0,5% zijn kandidaten voor een behandeling om de noodzaak van een chirurgische ingreep te proberen vermijden. “Een korset was de standaardbehandeling om een chirurgische ingreep te proberen vermijden sinds het werd ontwikkeld in de jaren 1940, verklaarde Dr. Weinstein, van de University of Iowa. “Maar het werd nooit echt bewezen of het effectief was. Er was nooit een gerandomiseerde studie waarin bepaalde kinderen een korset kregen en andere niet. De gegevens waren inconsistent.” De originele opzet van de studie bestond erin enkele kinderen te randomiseren voor een korset en andere voor ‘watchful waiting’ om na te gaan of de kromming van de wervelkolom verergerde. In elk van beide gevallen, wees een progressie van de kromming tot ³ 50° erop dat de toegewezen behandeling niet effectief was. Maar vele ouders hadden een uitgesproken mening over de manier waarop ze hun kind wilden laten behandelen en weigerden om een willekeurig gekozen behandeling te aanvaarden. Bijgevolg liet het onderzoeksteam deze ouders een behandeling kiezen; 70% koos een korset. “Wat interessant was, als je keek naar de kinderen die gerandomiseerd werden en deze die hun voorkeur kozen, bleek het korset een overweldigend succes van 72% te hebben om de noodzaak van chirurgie te voorkomen,” verklaarde Dr. Weinstein. Het succes in de observatiegroep was 48%. Het succes bij de kinderen die gerandomiseerd werden voor een korset, was zelfs nog hoger — 78%. Een temperatuursensor mat de tijd dat een kind het korset droeg. “De studie bood duidelijk doorslaggevende bewijzen dat korsetten effectief zijn,” noteerde Dr. Weinstein. Maar uit de resultaten bleek ook dat vele behandelingen met een korset nutteloos zijn. “In de primaire analyse,” noteerden de auteurs, “had 48% van de patiënten in de observatiegroep een succesvol resultaat, evenals 41% van de patiënten in de korset groep die het korset eigenlijk beperkte tijd droegen. Zoals anderen hebben gesuggereerd, zijn de huidige indicaties voor een korset misschien te breed, wat bij vele patiënten leidt tot een onnodige behandeling.” “Wij geven nu twee patiënten een korset om de ene patiënt die echt een korset nodig heeft, zeker niet te missen. We overbehandelen nog steeds de patiënten,” aldus Dr. Weinstein. Een verdere analyse van de gegevens zou toelaten om een deel van deze onnodige behandelingen te voorkomen, noteerde hij. “We zullen waarschijnlijk volgend jaar of zo alle factoren geanalyseerd hebben zodat we beter kunnen bepalen wie de ideale kandidaat is voor een korset,” besloot Dr. Weinstein.

Geen categorie

NEW YORK 17/09 – Volgens fitness experts is plyometrie, die vroeger voorbehouden was voor professionele atleten, populair geworden, voornamelijk dankzij de toenemende populariteit van trainingen op basis van sprongen zoals hoge-intensiteit interval training, CrossFit en boot camp klassen.

Maar het systeem, dat ook sprongtraining wordt genoemd, is niet zonder gevaren, in het bijzonder voor de dagelijkse sporter. “Het gaat om het CrossFit publiek,” verklaarde Donald A. Chu, die “Plyometrics” schreef samen met Dr. Gregory Myers, hoofd onderzoeksadviseur aan het Micheli Center for Sports Injury Prevention in Massachusetts, waarbij hij verwees naar de fans van constant veranderende training rages aan hoge intensiteit. “Het is de jongere populatie die een massa energie wil verbruiken om veeleisende doelen te bereiken,” verklaarde hij. Plyometrie zijn oefeningen waarbij de spieren herhaaldelijk en snel worden uitgerekt en daarna samentrekken, zoals vanuit gehurkte houding opspringen of ‘clap push-ups’ waarbij je tussendoor in de handen klapt. Gooien met een ‘medicine ball’ is plyometrie, alsook ‘skipping’, ‘bounding’ en ‘jumping’. “Plyometrie leert de spieren sneller te reageren. Je ontwikkelt meer kracht, want hoe sneller de spier kan contraheren, hoe krachtiger ze wordt,” noteerde Chu, directeur van Athercare Fitness and Rehabilitation in San Francisco Bay. Volgens hem heeft onderzoek aangetoond dat plyometrie de kracht, de uithouding en de snelheid verbetert. “Deze trainingmethode verbetert zeker en vast je spel. Ze maakte lange tijd deel uit van de training van topatleten,” noteerde Chu. Maar Chu benadrukt dat correcte plyometrische training progressief is en dat de juiste instructies cruciaal zijn. De meeste letsels, voegde hij eraan toe, treden op als mensen deze dingen proberen zonder toezicht. Dr. Mark Kelly, inspanningsfysioloog aan de American Council on Exercise, verklaarde dat hoewel plyometrische training belangrijk is voor atleten, in het bijzonder deze die stop-en-start sporten beoefenen zoals basketbal en tennis, niet iedereen er moet op springen. “Deze trainingmethode kan belastend zijn voor de pezen,” waarschuwt Kelly. Hij geeft zelfs goed getrainde atleten het advies om de plyometrische oefeningen te beperken tot tweemaal per week. Tom Holland, fitness coach in Connecticut, vindt dat mensen correct en spaarzaam moeten zijn bij plyometrische sprongen, hurkposities en afstootmanoeuvres. “Plyometrie is gunstig maar biedt veel risico’s,” noteerde Holland, auteur van de “The 12-Week Triathlete,” en hij voegde eraan toe dat sporters de sprongen niet moeten proberen totdat ze hun eigen lichaamsgewicht kunnen optillen vanuit gehurkte houding. “Het duurt een tijdje vooraleer je veilig kan landen op je voeten. Je moet eerst sterk zijn,” verklaarde hij. Bij vrouwelijke universiteitsstudenten die voetballen, noteerde Holland, kunnen heel wat plyometrische bewegingen zoals springen over kegels, ‘skipping’, ‘hopping’ over een ladder op de grond, het neuromusculair systeem langzaam trainen. “Maar voor de gemiddelde persoon die wil vermageren, zou ik dit niet aanbevelen,” verklaarde hij. “Voor de weekendsporter zou ik enkele minuutjes aan lage intensiteit eenmaal per week aanbevelen.” Maar niet elke dag. “De meeste verantwoordelijke coaches zullen je zeggen dat je na elke zware training twee dagen nodig hebt om te recupereren,” verklaarde hij. “Maar het is moeilijk om gematigdheid te promoten.”

Geen categorie

LICHAAMSBEWEGING ZOU DEPRESSIE HELPEN VERLICHTEN: EEN REVIEW

NEW YORK 13/09 – Lichaamsbeweging zou de symptomen van depressie helpen verlichten, volgens een nieuwe meta-analyse.

Personen die sportten, vertoonden een “matige” reductie van hun depressieve symptomen vergeleken met personen die andere activiteiten deden, zoals relaxatieoefeningen, of die geen behandeling kregen. “Deze review biedt bijkomende bewijzen dat lichaamsbeweging enig voordeel kan bieden,” verklaarde de hoofdauteur Dr. Gillian Mead van de University of Edinburgh in Schotland aan Reuters Health. Een review van 2009 van de Cochrane Collaboration toonde gelijkaardige resultaten, maar sindsdien werden meer studies gepubliceerd in verband met de link tussen lichaamsbeweging en depressie. “Er waren enkele nieuwe studies in dit domein en – in het algemeen – moet de Cochrane review geactualiseerd blijven als er nieuwe bewijzen zijn die aanleiding kunnen geven tot veranderingen,” aldus Mead. Voor de nieuwe review poolden zij en haar team de gegevens van 35 studies bij 711 mensen die gerandomiseerd werden voor een oefenprogramma en 642 die gerandomiseerd werden voor vergelijkende groepen. Omdat de studies verschillende schalen gebruikten om depressie te evalueren, zetten de onderzoekers de resultaten om in één enkele meting om een vergelijking te maken tussen de groepen die wel of niet aan lichaamsbeweging deden. Op basis van deze meting wijst een verschil tussen de groepen van 0,2, 0,5 en 0,8, respectievelijk, op een gering, matig of groot effect. Het team van Mead vond een verschil van 0,62 punten in depressieve symptomen in het voordeel van de personen die sportten. In één van de geëvalueerde studies van 2007, bijvoorbeeld, voldeed 45% van de personen die deelnamen aan begeleide oefeningen niet langer aan de criteria van depressie na 4 maanden, vergeleken met 31% van de personen onder placebo. In een andere studie van 2002 vertoonde 55% van de oudere mensen een significante afname van hun depressieve symptomen na 10 weken lichaamsbeweging, vergeleken met 33% van de personen die deelnamen aan informatieve gesprekken tijdens die periode. Het verschil tussen de groepen was echter sterk verminderd als de auteurs van de review alleen de gegevens analyseerden van de zes studies die als studies van hoge kwaliteit werden beschouwd. Toch bleek lichaamsbeweging de depressieve symptomen evenveel te verminderen als psychotherapie of antidepressiva. Maar Mead waarschuwde ervoor dat deze bevindingen alleen gebaseerd zijn op de gegevens van een klein aantal studies. “Men moet voorzichtig zijn om te stellen dat lichaamsbeweging even effectief is als andere behandelingen,” verklaarde ze. Ze voegde eraan toe dat het nog onbekend is op welke manier lichaamsbeweging depressie beïnvloedt. “Er bestaan vele hypothesen over de mogelijke mechanismen, maar ik denk niet dat er voldoende bewijzen in de literatuur zijn om het ene mechanisme te verkiezen boven het andere,” aldus Mead. De onderzoekers konden ook niet zeggen welke type oefening het best is, maar Mead verklaarde dat vroegere reviews de mensen adviseerden om een activiteit te kiezen die ze lang kunnen volhouden. “Eens mensen lichaamsbeweging hebben voorgeschreven gekregen of kiezen voor lichaamsbeweging, bestaat de grote uitdaging erin dit waar te maken,” verklaarde Dr. Madhukar Trivedi, die het effect van lichaamsbeweging op depressie bestudeerde maar die niet betrokken was bij het nieuwe onderzoek, aan Reuters Health. “Als de aanbeveling van de behandelende arts is dat je aan een bepaalde frequentie en intensiteit moet oefenen…is het belangrijk dat je dat schema week na week volhoudt,” verklaarde Trivedi, professor psychiatrie aan UT Southwestern Medical Center in Dallas. Michel Lucas, die niet betrokken was bij de nieuwe review maar die de topic voordien al bestudeerde, verklaarde dat de studies een dosis-respons verband tussen lichaamsbeweging en depressie neigen aan te tonen. “De dosis is zeer belangrijk. Als je zeer traag wandelt, heeft dit geen effect,” verklaarde Lucas, consultant aan de Harvard School of Public Health in Boston, aan Reuters Health.

Cardiovasculaire Revalidatie

OM 6 JAAR LANGER TE LEVEN : RIJD DE RONDE VAN FRANKRIJK!

Image result for DE RONDE VAN FRANKRIJK 2019AMSTERDAM 03/09 – Franse ronderenners (Ronde van Frankrijk) leven gemiddeld 6 jaar langer dan de gemiddelde bevolking en sterven minder vaak ten gevolge van cardiovasculaire problemen, zeiden onderzoekers. Dit kan helpen om de zorgen over het effect van extreme inspanningen op het hart te verminderen. Wij vroegen professor Heidbuchel om een reactie.

Dit onderzoek gaf ook een indicatie dat doping waarschijnlijk geen ernstige hartrisico inhoudt, zeker niet op korte termijn, aangezien elke belangrijke grote nevenwerking de resultaten zou scheeftrekken. Sinds de jaren 90 was het onwettig gebruik van bloedstimulerende middelen zoals EPO schering en inslag in het competitief wielrennen. De studie, die dinsdag werd voorgesteld op het ESC congres in Amsterdam, onderzocht alle 786 Franse deelnemers aan deze zware wielerwedstrijd tussen 1947 en 2012, en vond dat hun sterftecijfer 41% lager was dan voor alle Fransmannen tot september vorig jaar. Dr. Xavier Jouven van het Europese Georges Pompidou Ziekenhuis in Parijs, die de analyse leidde, zei dat de vermindering in mortaliteit “enorm” was. Dit resultaat suggereerde dat dokters assertiever zouden moeten opkomen voor zwaardere inspanningen. “We moeten mensen aanmoedigen om inspanningen te doen,” zei hij. “Als er een echt gevaar zou zijn om inspanningen te leveren op topniveau dan zouden we dat in deze studie moeten gezien hebben.” Renners in de Ronde van Frankrijk – wat vergeleken kan worden met het verschillende keren per week lopen van een marathon gedurende bijna 3 weken – hadden een 33% lager risico op sterfte aan hartaanvallen of beroertes dan de algemene bevolking. Inderdaad, ze vertoonden een lager sterftecijfer door allerlei oorzaken inclusief kanker, met slecht één uitzondering, namelijk traumatische verwondingen. Volgens Dr. Jouven is dat te wijten aan de hogere frequentie van ongevallen op de weg. Zorgen over inspanningen met hoge intensiteit zoals wielrennen en marathonlopen werden in het verleden gevoed door enkele kleine studies waarbij geavanceerde beeldtechnieken werden gebruikt die mogelijke hartafwijkingen suggereerden, zoals hartritmestoornissen. Dr. Alfred Bove van de Temple University Medical Center en vroeger voorzitter van  het American College of Cardiology, die niet betrokken was in deze studie, zei dat zulke gegevens van beeldtechnieken misleidend kunnen zijn. De lange-termijn analyse van deze wielrenners gaf een uniek inzicht dat overduidelijk de waarde van intensieve inspanningen aantoont, zei Dr. Bove. “De boodschap is duidelijk – zelfs het intensiteitsniveau van de Ronde van Frankrijk zal uw leven niet verkorten,” zei hij. In de studie werden geen aanpassingen gedaan naar het roken bij wielrenners, maar Dr. Bove zei dat dit “eigenlijk niet relevant” was. “Indien oefening en een verbintenis tot zo’n levensstijl ervoor zorgt dat men stopt met roken, dan is dat een bijkomend voordeel,” zei hij.  Prof Hein Heidbuchel (UZ Leuven) ziet dit toch enigszins anders en reageert: “Er zijn zeker gegevens beschikbaar die suggereren dat bij topsporters bepaalde wijzigingen optreden in het hart die kunnen leiden tot een plotse dood. Vandaar uiteraard de vraagstelling in deze studie: leven topsporters langer dan de gemiddelde bevolking? Alleen gaat men hier een beetje kort door de bocht door te stellen dat topsport niet ongezond is omdat deze atleten langer leven.” Volgens prof Heidbuchel zijn er een 4-tal effecten die in rekening moeten gebracht worden. “Ten eerste zijn renners die in staat zijn om deel te nemen aan de Ronde van Frankrijk waarschijnlijk van nature gezondere mensen met een langere levensverwachting. Ten tweede  kunnen ze door het fietsen rechtstreeks of onrechtstreeks hun gezondsheidstoestand verbeterd hebben, bijvoorbeeld door anders te gaan eten of te stoppen met roken wat ook kan geleid hebben tot positieve veranderingen zoals bloeddrukdaling bijvoorbeeld. Er zijn dus nog veel bijkomende factoren bovenop hun ‘natuurlijke selectie’ als topatleet. Ten derde mogen we ook het negatieve aspect van eventuele doping, wat jammer genoeg vaak gepaard gaat met topsport, op de levensverwachting niet uit het oog verliezen. En ten laatste mogen we niet vergeten dat er wel degelijk cardiale veranderingen kunnen optreden bij topsporters die leiden tot plotse dood,” zegt hij. Deze positieve en negatieve effecten moeten allemaal samen in rekening gebracht worden. “We kennen echter het relatief aandeel van elk van die effecten niet,” gaat de Leuvense cardioloog verder. “Op basis van deze studie kunnen we dus niet besluiten dat sport gezond is. Er zijn voldoende andere studies die dit echter wel aantonen.” Is topsport dan ook gezond? “De overlevingscurve in functie van sportintensiteit heeft eerder een U-vorm dan een J-vorm: bij een beetje sport stijgt de levensverwachting, om daarna af te vlakken bij een hogere intensiteit. De curve buigt daarna weer om bij te hoge intensiteit”, besluit prof Heidbuchel. De Franse wielrenners in deze studie namen deel aan 2,5  Ronde van Frankrijk en hun mediane leeftijd bij eerste deelname was 25 jaar.

Geen categorie

HET MECHANISME VAN GEWONE LUMBALGIE GEDEELTELIJK OPGEHELDERD 

PARIJS 03/07 – Lage gewone lumbalgie is een veel voorkomende ziekte. Nochtans is de anatomische structuur die aan de basis ligt van de pijn ongekend. Daarenboven hebben mensen die lijden aan lage gewone lumbalgie in een derde van de gevallen een regionair pijnsyndroom aan het supero-interne deel van de billen ter hoogte van de darmbeenkam (iliac crest pain, ICS), zonder eenduidige oorzaak. Voor zover het merendeel van de auteurs zeggen dat het gaat om een ziekte van de weke weefsels, bestaan er toch weinig echografische gegevens over deze pathologie. Aangezien aanhechtingspijnen vaak de hoeksteen vormen van musculoskeletale aandoeningen hebben de auteurs van deze Bulgaarse studie ervoor gekozen om de caudale aanhechtingen van  spieren van de wervelkolom (erector spinae) na te kijken met echografie bij patiënten met gelateraliseerde lumbalgie zonder specifieke oorsprong bij een klinisch onderzoek of bij conventionele radiografie en met ICS. Het is inderdaad geweten dat echografie een zeer goed onderzoeksmiddel is voor aandoeningen van de weke weefsels. Vijftien patiënten werden geëvalueerd (5 mannen en 10 vrouwen). De niet-pijnlijke zijde van de patiënten (15 enthesen) en de 2 zijden van 15 controlepersonen die geen pijn vertoonden (30 enthesen), gekoppeld per geslacht, grootte, gewicht en leeftijd deden dienst als controle. Longitudinale en transversale doorsneden van de caudale enthesen van de spinale spieren werden gemaakt voor alle personen met echografie. Hieruit bleek dat de pijnlijke entheses veel dikker waren dan de controlaterale enthesen bij dezelfde persoon (7,38 versus 5,74 mm bij mannen en 7,34 mm vs 5,14 mm bij de vrouwen) en dan de enthesen van de controlepersonen (mannen: 5,85 mm, vrouwen: 5,16 mm). Bovendien kwamen andere echografische tekenen van enthesopathie frequenter voor op de plaatsen met symptomen. Zo was er een hypoechogeniciteit van de pijnlijke enthesen bij 4 op 5 mannen en bij 9 op 10 vrouwen terwijl de niet-pijnlijke controlaterale zijde deze karakteristieken niet vertoonde bij alle mannen en bij 9 van de 10 vrouwen. Zo ook bij de controlepersonen, waar dit enkel voorkwam bij 1 op de 10 enthesen bij de mannen en bij 2 op 20 enthesen bij de vrouwen. Daarenboven werden calcificaties waargenomen ter hoogte van de pijnlijke enthese bij 1 op 5 mannen en bij 2 op 10 vrouwen, terwijl geen enkele calcificatie werd aangetoond bij de niet-pijnlijke controlaterale enthesen of bij de enthesen van de controlepersonen. Tenslotte werden ook corticale onregelmatigheden vastgesteld in het darmbeen bij 3 pijnlijke enthesen op 5 mannen en bij 8 pijnlijke enthesen op 10 vrouwen wat maar zelden voorkwam bij de controlaterale en controle enthesen. De auteurs besluiten dat gewone lumbalgie met ICS mogelijk veroorzaakt wordt door aanhechtingspijn. Bijkomende studies zijn nodig om deze originele hypothese na te gaan.