Geen categorie

WERKT ANDULLATIETHERAPIE BIJ FIBROMYALGIE EN ANDERE CHRONISCHE AANDOENINGEN?

Andullatietherapie maakt gebruik van massagematrassen die zouden helpen bij chronische lage rugpijn en fibromyalgie. Is dat effect bewezen?
Een andullatiematras is een soort gemotoriseerde matras die trillingen produceert en infraroodlicht opwekt. Home Health Products (HHP), de verdeler, stelt dat wie op de matras ligt mee trilt. Het infraroodlicht bevordert het diep binnendringen van de vibraties in het lichaam. Volgens de achterliggende theorie zouden onze cellen resonanties (microtrillingen) ervaren die nodig zijn voor het goed functioneren. Deze resonanties zouden vervolgens versterkt worden door de trillingen van de matras. De vibrerende zones genereren daarbij een verschillend effect op verschillende organen. Dagelijkse sessies van 15 tot 30 minuten worden aanbevolen. Andullatiematrassen worden verkocht voor een brede waaier van aandoeningen: chronische lage rugpijn, fibromyalgie, chronischevermoeidheidssyndroom, gewrichtsproblemen, spierziekten, neurologische aandoeningen en voor het verbeteren van de bloedcirculatie of het in balans brengen van de hormoonhuishouding. Een andullatiematras kost tussen 2900 en 3800 euro.
Over deze andullatiematrassen, die sinds 2001 gecommercialiseerd worden, bestaat eigenaardig genoeg geen onderbouwd klinisch wetenschappelijk onderzoek. Een rondvraag bij wetenschappers van de KU Leuven leert dat een spin-off van de universiteit de andullatiematrassen wel getest heeft op veiligheid: de vibraties hebben waarschijnlijk geen nadelige effecten op de gezondheid, maar uitgesloten is dit niet. Theoretisch kunnen trillingen wel gevaarlijk zijn voor mensen met hart- of bloedvatproblemen, recente breuken of schroeven of platen in het bot (3). Wat de zogenaamde heilzame effecten betreft, nemen wetenschappers afstand: er is tot op heden geen enkel bewijs voor de genoemde gezondheidsbeweringen. Op diverse websites die andullatietherapie aanbevelen, lezen we bovendien dat andullatie geen behandeling is op zich en geen arts kan vervangen, waarmee de verdelers zich juridisch indekken tegen klachten van ontgoochelde klanten.

Hoe kunnen we dit interpreteren?
Andullatie, de combinatie van infraroodlicht en vibraties, is gebaseerd op het idee dat ons lichaam gezond blijft dankzij resonanties (microtrillingen) van onze cellen. Deze hypothese is echter niet gebaseerd op wetenschap, waardoor de gezondheidsbeweringen een basis missen.
Terwijl de matrassen al meer dan 10 jaar verkocht worden, is er tot op heden nog geen goede vergelijkende, klinische studie uitgevoerd, terwijl dit toch makkelijk zou kunnen. Dat doet de wenkbrauwen fronsen. Men zou bijvoorbeeld de effecten op lage rugpijn of fibromyalgie van een warm bad en van een andullatiematras met elkaar kunnen vergelijken. Of de resonanties van de matras veranderen en vervolgens evalueren of het effect voor de patiënt wijzigt.

Waarom gebeurt dit niet?
De vele getuigenissen (doorgaans aangebracht door de verkoper) van mensen die zich beter voelen dankzij hun matras, tonen wel dat een andullatiematras een kortdurend gunstig effect kan hebben, wat ook aannemelijk is. Zachte massage werkt zeer relaxerend en doet goed. Maar een warm bad, een sauna of een wandeling in het bos doet ook deugd. Het is niet aangetoond dat andullatietherapie hier een meerwaarde biedt.
Tenslotte hebben we bedenkingen bij de verkoop van dure matrassen zonder wetenschappelijk bewezen effect op ziekten en aandoeningen, vaak aan mensen die het financieel al moeilijk hebben, zoals patiënten met chronische pijn of fibromyalgie.

Conclusie
Andullatiematrassen oefenen een licht masserende werking uit, wat ongetwijfeld kortstondig deugd kan doen, maar voor andere gezondheidsbeweringen, zoals duurzame effecten bij fibromyalgie of lage rugpijn, bestaat geen enkel wetenschappelijk bewijs. Vraag daarom steeds advies aan je arts of kinesitherapeut vooraleer je dergelijke aanschaf overweegt.

Geen categorie

UZ LEUVEN BEHANDELT ALS EERSTE IN BELGIE SCOLIOSEPATIENTJE MET MAGNETISCHE GROEISTAVEN

LEUVEN 19/03 – Artsen in het UZ Leuven hebben voor het eerst in België een kind met ernstige scoliose behandeld met magnetische groeistaven die in de wervelkolom worden aangebracht. De techniek, die het betrokken kind een vijftal operaties en hospitalisaties bespaart, wordt onder meer in Engeland en Luxemburg al enkele jaren gebruikt. Alhoewel de techniek minder kost in vergelijking met de operaties, wordt ze in België nog niet terugbetaald.
Scoliose is een verkromming en verdraaiing van de ruggengraat. Een volwassene met ernstige scoliose kan behandeld worden met een operatie waarbij staven en schroeven in de rug de wervelkolom definitief fixeren. Bij een kind is dat niet mogelijk, omdat het nog volop groeit. Daarom worden momenteel groeistaven gebruikt die kunnen meegroeien met de wervelkolom, maar dan moet het patiëntje wel om de zes maanden onder volledige narcose een operatie ondergaan.
De magnetische groeistaven maken die chirurgische ingrepen overbodig. Ze bevatten een magneet die tijdens een gewone consultatie uitwending gestimuleerd kan worden. “We sparen hiermee gemiddeld vijf operaties en bijhorende hospitalisatie uit. Het kind maakt ook minder kans op infectie. Omdat de meeste lijden aan een neuromusculaire aandoening zijn ze bovendien extra gevoelig voor narcose. Vele kinderen hebben ook een panische angst ontwikkeld voor de operatiezaal”, aldus orthopedisch chirurg Pierre Moens. Hij hoopt dat het Riziv snel werk maakt van een terugbetaling van de techniek.
Gemiddeld 2 procent van de schoolkinderen heeft last van een milde of ernstige vorm van scoliose. De meesten kunnen geholpen worden met een korset. Enkele kinderen met een ernstige scoliose dienen te worden geopereerd.
In het UZ Leuven worden wekelijks 1 tot 2 kinderen met scoliose geopereerd. Jaarlijks komen hiervan 5 tot 10 patiëntjes in aanmerking voor magnetische groeistaven. Het gaat om kinderen met een neuromusculaire aandoening zoals spinale spieratrofie en kleuters bij wie de scoliose snel verergert en een korset niet werkt.

Geen categorie

SNELLE BUIKSPIEREN

Vergeet die crunches. Als je sneller, fitter en sterker wilt worden, moet je je bekkengebied trainen!

Tussen de vorige generatie topsporters zul je heel goed moeten zoeken naar elitelopers die aandacht besteedden aan hun buikspieren. Tegenwoordig is het bijna verplicht. Lolo Jones, wereldkampioene op de 100m horden, zegt daarover: ‘Mijn coaches hameren voortdurend op het belang van een goede conditie van het bekkengebied. We zijn er de hele tijd mee bezig.’ Dat komt omdat wetenschappers en coaches nu weten dat je zonder een goed getraind bekkengebied (de spieren in je (onder)buik, lage rug en billen) niet optimaal zult presteren. Je hebt het nodig om de stabiliteit, de kracht en het uithoudingsvermogen te leveren om goed heuvelop te lopen, naar de finish te sprinten en kilometer na kilometer efficiënt te blijven bewegen. Met een sterk bekkengebied volgt de rest vanzelf,. Het is de basis voor al je bewegingen, wat je hardloopniveau ook is.

Deskundigen hebben nauwkeurig in kaart gebracht op welke manier de hardloopbeweging een beroep doet op de kracht en stabiliteit van de grote bilspieren, de heupbuigers en de buikspieren die diep onder je sixpack liggen. Zij ontdekten dat het gebruik van deze spieren essentieel is voor hardlopers, voor een supersnelle eindsprint, maar ook om lange duurlopen goed vol te houden. Bovendien hebben ze passende oefeningen ontworpen gericht op het verstevigen van het bekkengebied. Alle hardlopers – van degenen die aan het herstellen zijn van blessures tot aan toplopers die jagen op een PR – kunnen profijt hebben van deze zorgvuldig opgezette benadering. Als alle spieren die je gebruikt bij het hardlopen worden ondersteund, en de spieren in de heupen en romp samenwerken, dan heb je minder last van blessures en kun je meer van het hardlopen genieten. Kwaliteitswerk aan het bekkengebied is niet gemakkelijk, maar ook niet tijdrovend. Het vereist niet meer dan een paar keer per week een kwartiertje tijd– een investering die zich dubbel en dwars terugbetaalt tijdens je trainingen. Vraag het maar aan Lolo Jones: zij doet zelfs in het rustseizoen drie keer per week haar oefeningen voor het bekkengebied, zodat ze bij wedstrijden de kracht en het uithoudingsvermogen heeft om haar status als Amerika’s top hordeloopster te verstevigen. ‘Als de kracht in mijn bekkengebied op zijn best is,’ zegt Jones, ‘dan kan ik efficiënter lopen en die extra scherpte vasthouden.

Geen categorie

LAGE RUGPIJN: DE NEUROPATHISCHE COMPONENT NIET ONDERSCHATTEN

BRUSSEL 23/02 – Lage rugpijn is een zeer frequent probleem. De eerstelijnstherapie bestaat in paracetamol en NSAID’s, maar lage rugpijn is vaak te wijten aan nociceptieve én neuropathische componenten en die moet je dan ook tegelijkertijd aanpakken.

Met een goede anamnese kan je meestal de oorzaak van lage rugpijn achterhalen: fractuur, trauma, discushernia, radiculopathie, botmetastase, bacteriële infectie … Meestal leert een anamnese ook of het gaat om een neuropathische pijn (brandende pijn, gevoel van mieren, prikkelingen) dan wel een mechanische pijn door discuslijden (trekkingen of pijn die verandert bij verandering van houding). Standaardröntgenfoto’s in staande houding geven al belangrijke biomechanische informatie. Andere beeldvormingsonderzoeken zoals een MRI brengen zelden meer bij. De eerstelijnstherapie bestaat klassiek in paracetamol, NSAID’s en COX-2-remmers samen met een maagbeschermend middel bij oudere patiënten en patiënten met comorbiditeit.

Een gemengde pijn
Chronische lage rugpijn omvat een nociceptieve en een neuropathische component. Bij degeneratie van een tussenwervelschijf bijvoorbeeld treedt penetratie van pijnvezels op die worden samengedrukt. Dat veroorzaakt een neuropathische pijn. Het is belangrijk beide componenten te behandelen. De helft van de ouderen die NSAID’s innemen wegens rugpijn, neemt die geneesmiddelen 3-6 maanden later nog altijd in. Dat wijst op residuele symptomen die niet verdwijnen met de behandeling. Vaak worden dan conform de Europese richtlijnen opiaten of zelfs antidepressiva voorgeschreven. Dat multifactoriële aspect van chronische lage rugpijn wordt vaak miskend en niet behandeld. Recente studies tonen evenwel aan dat 20-55% van de patiënten met een waarschijnlijkheid van meer dan 90% een neuropathische component vertoont, die de symptomen verergert.

Een meta-analyse van de behandelingen
Een overzicht van de literatuur die tussen 1990 en 2011 werd gepubliceerd,1 toont aan dat een combinatie van pregabaline en een COX-2-remmer of een opiaat efficiënter is dan een monotherapie en niet meer bijwerkingen veroorzaakt. Celecoxib alleen verlaagde de pijn met 12,4%, pregabaline met 10,4% en de combinatie van de twee verminderde de pijn met 38,2%. De pijn verminderde het sterkst (51,8%) met een combinatie van pregabaline + celecoxib bij patiënten met een LANSS-score > 12 (Leeds Assessment of Neuropathic Symptoms and Signs). De consumptie van pregabaline verminderde meer als het werd gecombineerd met celecoxib, dan als het in monotherapie werd gebruikt. De situatie is vergelijkbaar met pregabaline + buprenorfine: de score op de VAS verminderde sterk met de combinatie dan met buprenorfine alleen (p < 0,01).

Eenheid maakt macht
De combinatie pregabaline/celecoxib lost de symptomen beter op dan een monotherapie. De auteurs pleiten dan ook voor een multimodale aanpak op maat van lage rugpijn met een combinatie van geneesmiddelen met verschillende werkingsmechanismen om zowel de nociceptieve als de neuropathische component te beteugelen.

Geen categorie

TIME AND ACTIVITY LINKED TO BACK PAIN RISK

Reuters Health – Factors that can trigger pain in the lower back include working in awkward positions, being distracted, and being physically or mentally tired, a new study shows.

“Back pain is a major public health concern,” said Manuela Ferreira of The George Institute for Global Health at The University of Sydney, Australia, one of the study’s authors. “It’s among the leading causes of disability around the world.” Ferreira and her colleagues interviewed nearly 1,000 people who developed sudden lower back pain in 2011 and 2012, asking whether they’d been exposed to any of 12 possible triggers in the two hours before their pain started. Overall, people were most likely to have sudden lower back pain in the morning. Manual tasks involving awkward positions were tied to an eight-fold increase in risk for lower back pain, the researchers found. Manual tasks involving objects away from the body, animals or people, and unstable objects increased the risk of back pain between five and six times. Being distracted during a task or activity increased the risk of sudden lower back pain by 25 percent, they found. Being physically or mentally tired increased the risk about four times. Alcohol consumption and sex were not tied to an increased risk of sudden lower back pain, however. The new study can’t explain why certain things greatly increased the risk of back pain while others did not. There are some theories, however. For example, people may be at higher risk of back pain in the morning because they may not be fully alert yet. Or, Ferreira said, the disks in the spine might be more susceptible to damage in the morning. She said people who are used to lifting heavy objects probably know how to do it safely, but people should ask for guidance from doctors or physical therapists if they’re unsure. “Back pain will affect about 10 percent of the world’s population at some point in their lives,” Ferreira and her colleagues wrote February 9 online in Arthritis Care and Research. “Although we have many studies looking at the interventions for back pain, we don’t have a lot of knowledge about prevention,” Ferreira said. “People who are not involved with these activities on a daily basis, they should pay attention to how they’re lifting,” she advised. “Even brief exposures to those activities can lead to back pain. “Also, she said, it helps to be physically and mentally strong, with a healthy diet and regular exercise.

Geen categorie

‘MIGRAINE IS GEEN ZIEKTE, MAAR EEN HERSENSTOORNIS’

Wie migraine heeft, is eigenlijk niet ziek. Het gaat om een verstoord pijnsysteem in de hersenen, zegt neuroloog Koen Paemeleire van de Universiteit Gent.
Pijn is een alarmsysteem dat ons waarschuwt voor schade aan ons lichaam. Maar soms is er geen schade, maar voelen we toch pijn. Wie een migraine-aanval heeft, heeft bijvoorbeeld geen klap op het hoofd gekregen. ‘Het pijnsysteem heeft hier een andere functie dan schade rapporteren’, zegt Paemeleire. ‘Migraine is meer een programma dat je dwingt om te rusten.’

Wat gaat er dan verkeerd in het brein van een migrainepatiënt?
‘Het heeft een verstoorde prikkelbaarheid. Migrainelijders zijn bijvoorbeeld gevoeliger voor fel licht of voor geuren. Ze lijken meer op te pikken. Hun brein komt ook sneller energetisch in de problemen: hun tank raakt sneller leeg omdat de energieaanlevering niet optimaal gebeurt. ‘

Migraine als hersenaandoening: is dit een nieuwe benadering?
‘De vorige theorie luidde dat migraine een vasculaire hoofdpijn is, en dat het dus aan de bloedvaten ligt. Kloppende hoofdpijn voelt inderdaad aan alsof het je bloedvaten zijn, maar dat is niet correct. Het zijn de hersenen. We spreken vandaag van neurovasculaire hoofdpijn. Die ontstaat in het zenwustelsel, maar ons alarmsysteem wordt erbij betrokken.’ ‘Die hersenstoornis leidt tot aanvallen. Maar die zijn maar een bijproduct van de migraineconditie.’

Hoe wordt een aanval uitgelokt?
‘Een klassieke uitlokker is stress. Dat moet je overigens niet te psychologisch invullen, het gaat over energieverbruik en informatieverwerking in het brein. Een maaltijd overslaan kan eveneens een uitlokker zijn, want dat betekent het niet tijdig aanleveren van energie. Als je er op tijd bij bent, iets eet en wat gas terugneemt, kan je een aanval misschien voorkomen. Slaaptekort is eveneens nefast, want slaap is een recuperatiemoment voor onze hersenen. Een deel van de aanvallen kan je voorkomen door regelmatige maaltijden, stressmanagement, een goede slaaphygiëne en het mijden van cafeïne, alcohol en tabak.’

Geen categorie

RUST VOOR JE RUG

In zijn nieuwste boek beschrijft Pascal Mannekens onder meer hoe lage rugpijn ontstaat, wat het verband is tussen slapen en rugklachten, de bedeigenschappen van een goed slaapsysteem en de oorlog tussen hard en zacht slapen. Het eerste exemplaar van het boek Rust voor je rug wordt uitgereikt op het jaarlijkse Event Bed & slaap van WoonWerk. Tijdens het plenaire ochtendprogramma gaat Pascal Mannekens uitgebreid in op de basis van een goed bed: conformiteit en slaapcomfort. Deelnemers aan Event Bed & Slaap maken als eerste kennis met de inhoud van dit boek: de nieuwste inzichten over slaapsystemen en rugklachten.
Rust voor je rug is wetenschappelijk onderbouwd, maar tegelijkertijd glashelder geschreven zodat elke consument aan de slag kan met concrete bedtips. Het is het eerste boek ter wereld dat op een eenvoudige manier het onderliggend mechanisme blootlegt tussen rugklachten, slaaphoudingen en bedsystemen. Na het lezen van dit boek weet de consument even veel (of zelfs meer) over een goede rughygiëne als een slaapkamerspeciaalzaak of een fysiotherapeut.

Geen categorie

TRAIN JEZELF GELUKKIG

NEW YORK (Reuters Health) – Met goed getrainde spieren is het voor het lichaam gemakkelijker om een schadelijk proteïne geassocieerd met depressie te verwijderen, volgens een nieuwe studie bij muizen.

“Als je constant traint en je spieren zijn getraind en aangepast aan fysieke inspanning, verwerf je de capaciteit om een klasse enzymen tot expressie te brengen die in staat zijn om iets dat zich opstapelt tijdens stress en dat schadelijk kan zijn voor u, te elimineren,” verklaarde de hoofdauteur Dr. Jorge Ruas van het Karolinska Institutet in Stockholm in een telefonisch interview aan Reuters Health. Het lichaam metaboliseert de stof, kynurenine, afkomstig van tryptofaan, een proces dat geactiveerd wordt door stress en door inflammatoire factoren, verklaren Dr. Ruas en zijn team in hun rapport dat gepubliceerd werd in Cell. Studies hebben hoge spiegels van kynurenine – dat gemakkelijk doorheen de bloed-hersenbarrière passeert – in verband gebracht met depressie, zelfmoord en schizofrenie.

Hun nieuwe studie werd uitgevoerd op muizen die transgeen waren voor PGC-1alfa1 in skeletspieren, die genetisch gemodificeerd werden om hoge spiegels van dit proteïne in hun spieren tot expressie te brengen, wat de effecten van aerobe spiertraining nabootst. De onderzoekers onderwierpen deze muizen, alsook een controlegroep van wild-type muizen, aan vijf weken lichte stress. De normale muizen ontwikkelden tekenen van depressie, maar de PGC-1alfa1 muizen niet. Naast hogere spiegels van kynurenine in hun bloed, hadden de transgene muizen ook hogere spiegels van KAT enzymen, die kynurenine omzetten in kynureenzuur, een gemakkelijker gemetaboliseerde vorm die de bloed-hersenbarrière niet kan passeren. Wanneer de onderzoekers kynurenine rechtstreeks toedienden aan de PGC-1alfa1 muizen, stegen hun bloedspiegels van de stof niet, omdat de KAT enzymen in staat waren om het zo snel af te breken. Echter, de toediening van kynurenine aan de wild-type muizen verhoogde hun bloedspiegels van de chemische stof, en veroorzaakte ook depressieve symptomen. Om te verzekeren dat de bevindingen bij muizen ook van toepassing zouden zijn op mensen, rekruteerden de onderzoekers een groep van volwassen vrijwilligers om deel te nemen aan drie weken matige lichaamsbeweging. Aan het einde van het oefenprogramma hadden de vrijwilligers meer PGC-1alfa1 en KAT enzymen in hun spieren. Dr. Ruas en zijn team plannen nu een studie bij mensen met depressie die fysiotherapie als behandeling voorgeschreven kregen. De studie wil onderzoeken hoeveel patiënten werkelijk oefenden, of de fysieke activiteit nuttig was voor de behandeling van hun depressie, alsook de correlatie tussen lichaamsbeweging, depressie en kynurenine spiegels. Artsen kunnen de bevindingen gebruiken om hun patiënten te helpen begrijpen waarom fysieke activiteit weerstand kan bieden tegen depressie, wat hun compliance voor de oefenaanbevelingen zou verbeteren.

Geen categorie

ONTSTEKING KAN DEPRESSIE VEROORZAKEN

Depressies zijn soms het gevolg van een ontsteking. Wordt die lichamelijke oorzaak aangepakt, dan verdwijnt ook de depressie.

Mensen met een depressie hebben vaak een lagere concentratie van het ‘geluks’-hormoon serotonine in hun bloed. Veel antidepressiva zijn er dan ook op gericht meer serotonine beschikbaar te maken. Maar er komen steeds meer aanwijzingen dat een depressie ook gelinkt kan zijn aan het immuunsysteem. Daarbij spelen cytokinen een cruciale rol. Dat zijn de signaalstoffen die een (ontstekings)reactie tegen een ziekteverwekker op gang trekken en nadien weer afremmen. Ze zorgen er daarnaast voor dat we ons lusteloos en moe voelen, sociale contacten mijden, minder gaan eten, …: kortom, dat we alleen nog zin hebben om ons terug te trekken in een warm bed, zelfs al hebben we alleen last van een simpele verkoudheid. Dat is goed, want terwijl wij rusten, krijgt ons immuunsysteem alle tijd om de ziekte te lijf te gaan.

Deze psychische symptomen lijken wel heel erg op de symptomen van een depressie of andere aandoeningen zoals burn-out of het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS). Uit meerdere studies is inderdaad gebleken dat mensen die aan een depressie lijden hogere concentraties ontstekingsbevorderende signaalstoffen in hun bloed hebben dan psychisch gezonde mensen. Mogelijk is hun immuunsysteem uit balans geraakt door een chronische ontsteking die verder weinig klachten geeft, zoals een infectie aan de urinewegen of een tandwortelontsteking. Als die niet ontdekt worden, bestaat het risico dat de patiënt bij een psychotherapeut terechtkomt, terwijl hij eigenlijk simpelweg ontstekingsremmers nodig heeft.
Andere studies wijzen op de rol die stress speelt. Chronische en acute stress zouden ervoor kunnen zorgen dat ons immuunsysteem permanent in staat van paraatheid verkeert, en dus ontstekingsbevorderende cytokinen produceert. Psychiater Charles Raison (University of Arizona) kwam na een meta-analyse van verscheidene studies dan weer tot de conclusie dat ons immuunsysteem in onze moderne, ‘microbenloze’ samenleving te weinig getraind raakt en daardoor overreageert op onschadelijke stoffen. Dat zou niet alleen het ontstaan van allergieën bevorderen, maar ook van depressies.

Er zijn dus veel aanwijzingen dat bij depressie het evenwicht tussen ontstekingsbevorderende en ontstekingsremmende signaalstoffen is verstoord. Daarom experimenteren onderzoekers momenteel met ontstekingsremmers. Zo toonde Jance Kiecolt-Glaser (University of Ohio) bijvoorbeeld al aan dat studenten minder examenstress hebben als ze onstekingsremmende omega-3-vetzuren kregen. Experimenten met proefdieren liet ten slotte zien dat de toediening van ontstekingsremmende signaalstoffen hen minder moe en lusteloos maakte.

Geen categorie

JOGGERS LEVEN ZES JAAR LANGER DAN ANDEREN

Mensen die regelmatig joggen leven gemiddeld 6 jaar langer dan wie dat niet doet. Het risico dat ze vroegtijdig overlijden ligt liefst 44 procent lager. Dat blijkt uit een langlopende studie aan de Bispebjerg University Hospital in Denemarken waarbij in totaal 19.329 inwoners van Kopenhagen in de periode 1976-2011 opgevolgd werden. De resultaten staan samengevat ook in het gezondheidsmagazine Bodytalk.

Trage lopers (je kan nog vlot babbelen) boekten de grootste winst. Hun risico op vroegtijdig overlijden is gemiddeld 63 procent lager dan dat van niet-lopers. Bij matige lopers (praten wordt moeilijk) daalt dit tot 47 procent. Snelle lopers (voortdurend in het rood) hebben evenwel 22 procent meer risico op vroegtijdig overlijden dan niet-lopers. Bij maximaal 3 keer per week lopen daalt dit risico met 60 procent, vaker lopen doet dit stijgen met 24 procent. Meest optimaal blijkt 1 à 2,4 uur per week joggen. In dat geval daalt het risico met 40 procent, bij wie meer dan 4 uur per week loopt is dat slechts 14 procent. Uit het onderzoek blijkt voorts dat lopen ook het aantal fatale hartinfarcten doet dalen. Bij mannen is dat met maar liefst 70 procent het geval, bij vrouwen vermoedelijk ook met 50 procent. Dat percentage is echter minder zeker door het kleine aantal lopende vrouwen in de studie. Verder neemt ook het sterfterisico door ademhalingsziekten, kanker en beroerte duidelijk af.