Geen categorie

LICHAAMSBEWEGING ZOU DEPRESSIE HELPEN VERLICHTEN: EEN REVIEW

NEW YORK 13/09 – Lichaamsbeweging zou de symptomen van depressie helpen verlichten, volgens een nieuwe meta-analyse.

Personen die sportten, vertoonden een “matige” reductie van hun depressieve symptomen vergeleken met personen die andere activiteiten deden, zoals relaxatieoefeningen, of die geen behandeling kregen. “Deze review biedt bijkomende bewijzen dat lichaamsbeweging enig voordeel kan bieden,” verklaarde de hoofdauteur Dr. Gillian Mead van de University of Edinburgh in Schotland aan Reuters Health. Een review van 2009 van de Cochrane Collaboration toonde gelijkaardige resultaten, maar sindsdien werden meer studies gepubliceerd in verband met de link tussen lichaamsbeweging en depressie. “Er waren enkele nieuwe studies in dit domein en – in het algemeen – moet de Cochrane review geactualiseerd blijven als er nieuwe bewijzen zijn die aanleiding kunnen geven tot veranderingen,” aldus Mead. Voor de nieuwe review poolden zij en haar team de gegevens van 35 studies bij 711 mensen die gerandomiseerd werden voor een oefenprogramma en 642 die gerandomiseerd werden voor vergelijkende groepen. Omdat de studies verschillende schalen gebruikten om depressie te evalueren, zetten de onderzoekers de resultaten om in één enkele meting om een vergelijking te maken tussen de groepen die wel of niet aan lichaamsbeweging deden. Op basis van deze meting wijst een verschil tussen de groepen van 0,2, 0,5 en 0,8, respectievelijk, op een gering, matig of groot effect. Het team van Mead vond een verschil van 0,62 punten in depressieve symptomen in het voordeel van de personen die sportten. In één van de geëvalueerde studies van 2007, bijvoorbeeld, voldeed 45% van de personen die deelnamen aan begeleide oefeningen niet langer aan de criteria van depressie na 4 maanden, vergeleken met 31% van de personen onder placebo. In een andere studie van 2002 vertoonde 55% van de oudere mensen een significante afname van hun depressieve symptomen na 10 weken lichaamsbeweging, vergeleken met 33% van de personen die deelnamen aan informatieve gesprekken tijdens die periode. Het verschil tussen de groepen was echter sterk verminderd als de auteurs van de review alleen de gegevens analyseerden van de zes studies die als studies van hoge kwaliteit werden beschouwd. Toch bleek lichaamsbeweging de depressieve symptomen evenveel te verminderen als psychotherapie of antidepressiva. Maar Mead waarschuwde ervoor dat deze bevindingen alleen gebaseerd zijn op de gegevens van een klein aantal studies. “Men moet voorzichtig zijn om te stellen dat lichaamsbeweging even effectief is als andere behandelingen,” verklaarde ze. Ze voegde eraan toe dat het nog onbekend is op welke manier lichaamsbeweging depressie beïnvloedt. “Er bestaan vele hypothesen over de mogelijke mechanismen, maar ik denk niet dat er voldoende bewijzen in de literatuur zijn om het ene mechanisme te verkiezen boven het andere,” aldus Mead. De onderzoekers konden ook niet zeggen welke type oefening het best is, maar Mead verklaarde dat vroegere reviews de mensen adviseerden om een activiteit te kiezen die ze lang kunnen volhouden. “Eens mensen lichaamsbeweging hebben voorgeschreven gekregen of kiezen voor lichaamsbeweging, bestaat de grote uitdaging erin dit waar te maken,” verklaarde Dr. Madhukar Trivedi, die het effect van lichaamsbeweging op depressie bestudeerde maar die niet betrokken was bij het nieuwe onderzoek, aan Reuters Health. “Als de aanbeveling van de behandelende arts is dat je aan een bepaalde frequentie en intensiteit moet oefenen…is het belangrijk dat je dat schema week na week volhoudt,” verklaarde Trivedi, professor psychiatrie aan UT Southwestern Medical Center in Dallas. Michel Lucas, die niet betrokken was bij de nieuwe review maar die de topic voordien al bestudeerde, verklaarde dat de studies een dosis-respons verband tussen lichaamsbeweging en depressie neigen aan te tonen. “De dosis is zeer belangrijk. Als je zeer traag wandelt, heeft dit geen effect,” verklaarde Lucas, consultant aan de Harvard School of Public Health in Boston, aan Reuters Health.

Cardiovasculaire Revalidatie

OM 6 JAAR LANGER TE LEVEN : RIJD DE RONDE VAN FRANKRIJK!

Image result for DE RONDE VAN FRANKRIJK 2019AMSTERDAM 03/09 – Franse ronderenners (Ronde van Frankrijk) leven gemiddeld 6 jaar langer dan de gemiddelde bevolking en sterven minder vaak ten gevolge van cardiovasculaire problemen, zeiden onderzoekers. Dit kan helpen om de zorgen over het effect van extreme inspanningen op het hart te verminderen. Wij vroegen professor Heidbuchel om een reactie.

Dit onderzoek gaf ook een indicatie dat doping waarschijnlijk geen ernstige hartrisico inhoudt, zeker niet op korte termijn, aangezien elke belangrijke grote nevenwerking de resultaten zou scheeftrekken. Sinds de jaren 90 was het onwettig gebruik van bloedstimulerende middelen zoals EPO schering en inslag in het competitief wielrennen. De studie, die dinsdag werd voorgesteld op het ESC congres in Amsterdam, onderzocht alle 786 Franse deelnemers aan deze zware wielerwedstrijd tussen 1947 en 2012, en vond dat hun sterftecijfer 41% lager was dan voor alle Fransmannen tot september vorig jaar. Dr. Xavier Jouven van het Europese Georges Pompidou Ziekenhuis in Parijs, die de analyse leidde, zei dat de vermindering in mortaliteit “enorm” was. Dit resultaat suggereerde dat dokters assertiever zouden moeten opkomen voor zwaardere inspanningen. “We moeten mensen aanmoedigen om inspanningen te doen,” zei hij. “Als er een echt gevaar zou zijn om inspanningen te leveren op topniveau dan zouden we dat in deze studie moeten gezien hebben.” Renners in de Ronde van Frankrijk – wat vergeleken kan worden met het verschillende keren per week lopen van een marathon gedurende bijna 3 weken – hadden een 33% lager risico op sterfte aan hartaanvallen of beroertes dan de algemene bevolking. Inderdaad, ze vertoonden een lager sterftecijfer door allerlei oorzaken inclusief kanker, met slecht één uitzondering, namelijk traumatische verwondingen. Volgens Dr. Jouven is dat te wijten aan de hogere frequentie van ongevallen op de weg. Zorgen over inspanningen met hoge intensiteit zoals wielrennen en marathonlopen werden in het verleden gevoed door enkele kleine studies waarbij geavanceerde beeldtechnieken werden gebruikt die mogelijke hartafwijkingen suggereerden, zoals hartritmestoornissen. Dr. Alfred Bove van de Temple University Medical Center en vroeger voorzitter van  het American College of Cardiology, die niet betrokken was in deze studie, zei dat zulke gegevens van beeldtechnieken misleidend kunnen zijn. De lange-termijn analyse van deze wielrenners gaf een uniek inzicht dat overduidelijk de waarde van intensieve inspanningen aantoont, zei Dr. Bove. “De boodschap is duidelijk – zelfs het intensiteitsniveau van de Ronde van Frankrijk zal uw leven niet verkorten,” zei hij. In de studie werden geen aanpassingen gedaan naar het roken bij wielrenners, maar Dr. Bove zei dat dit “eigenlijk niet relevant” was. “Indien oefening en een verbintenis tot zo’n levensstijl ervoor zorgt dat men stopt met roken, dan is dat een bijkomend voordeel,” zei hij.  Prof Hein Heidbuchel (UZ Leuven) ziet dit toch enigszins anders en reageert: “Er zijn zeker gegevens beschikbaar die suggereren dat bij topsporters bepaalde wijzigingen optreden in het hart die kunnen leiden tot een plotse dood. Vandaar uiteraard de vraagstelling in deze studie: leven topsporters langer dan de gemiddelde bevolking? Alleen gaat men hier een beetje kort door de bocht door te stellen dat topsport niet ongezond is omdat deze atleten langer leven.” Volgens prof Heidbuchel zijn er een 4-tal effecten die in rekening moeten gebracht worden. “Ten eerste zijn renners die in staat zijn om deel te nemen aan de Ronde van Frankrijk waarschijnlijk van nature gezondere mensen met een langere levensverwachting. Ten tweede  kunnen ze door het fietsen rechtstreeks of onrechtstreeks hun gezondsheidstoestand verbeterd hebben, bijvoorbeeld door anders te gaan eten of te stoppen met roken wat ook kan geleid hebben tot positieve veranderingen zoals bloeddrukdaling bijvoorbeeld. Er zijn dus nog veel bijkomende factoren bovenop hun ‘natuurlijke selectie’ als topatleet. Ten derde mogen we ook het negatieve aspect van eventuele doping, wat jammer genoeg vaak gepaard gaat met topsport, op de levensverwachting niet uit het oog verliezen. En ten laatste mogen we niet vergeten dat er wel degelijk cardiale veranderingen kunnen optreden bij topsporters die leiden tot plotse dood,” zegt hij. Deze positieve en negatieve effecten moeten allemaal samen in rekening gebracht worden. “We kennen echter het relatief aandeel van elk van die effecten niet,” gaat de Leuvense cardioloog verder. “Op basis van deze studie kunnen we dus niet besluiten dat sport gezond is. Er zijn voldoende andere studies die dit echter wel aantonen.” Is topsport dan ook gezond? “De overlevingscurve in functie van sportintensiteit heeft eerder een U-vorm dan een J-vorm: bij een beetje sport stijgt de levensverwachting, om daarna af te vlakken bij een hogere intensiteit. De curve buigt daarna weer om bij te hoge intensiteit”, besluit prof Heidbuchel. De Franse wielrenners in deze studie namen deel aan 2,5  Ronde van Frankrijk en hun mediane leeftijd bij eerste deelname was 25 jaar.

Geen categorie

HET MECHANISME VAN GEWONE LUMBALGIE GEDEELTELIJK OPGEHELDERD 

PARIJS 03/07 – Lage gewone lumbalgie is een veel voorkomende ziekte. Nochtans is de anatomische structuur die aan de basis ligt van de pijn ongekend. Daarenboven hebben mensen die lijden aan lage gewone lumbalgie in een derde van de gevallen een regionair pijnsyndroom aan het supero-interne deel van de billen ter hoogte van de darmbeenkam (iliac crest pain, ICS), zonder eenduidige oorzaak. Voor zover het merendeel van de auteurs zeggen dat het gaat om een ziekte van de weke weefsels, bestaan er toch weinig echografische gegevens over deze pathologie. Aangezien aanhechtingspijnen vaak de hoeksteen vormen van musculoskeletale aandoeningen hebben de auteurs van deze Bulgaarse studie ervoor gekozen om de caudale aanhechtingen van  spieren van de wervelkolom (erector spinae) na te kijken met echografie bij patiënten met gelateraliseerde lumbalgie zonder specifieke oorsprong bij een klinisch onderzoek of bij conventionele radiografie en met ICS. Het is inderdaad geweten dat echografie een zeer goed onderzoeksmiddel is voor aandoeningen van de weke weefsels. Vijftien patiënten werden geëvalueerd (5 mannen en 10 vrouwen). De niet-pijnlijke zijde van de patiënten (15 enthesen) en de 2 zijden van 15 controlepersonen die geen pijn vertoonden (30 enthesen), gekoppeld per geslacht, grootte, gewicht en leeftijd deden dienst als controle. Longitudinale en transversale doorsneden van de caudale enthesen van de spinale spieren werden gemaakt voor alle personen met echografie. Hieruit bleek dat de pijnlijke entheses veel dikker waren dan de controlaterale enthesen bij dezelfde persoon (7,38 versus 5,74 mm bij mannen en 7,34 mm vs 5,14 mm bij de vrouwen) en dan de enthesen van de controlepersonen (mannen: 5,85 mm, vrouwen: 5,16 mm). Bovendien kwamen andere echografische tekenen van enthesopathie frequenter voor op de plaatsen met symptomen. Zo was er een hypoechogeniciteit van de pijnlijke enthesen bij 4 op 5 mannen en bij 9 op 10 vrouwen terwijl de niet-pijnlijke controlaterale zijde deze karakteristieken niet vertoonde bij alle mannen en bij 9 van de 10 vrouwen. Zo ook bij de controlepersonen, waar dit enkel voorkwam bij 1 op de 10 enthesen bij de mannen en bij 2 op 20 enthesen bij de vrouwen. Daarenboven werden calcificaties waargenomen ter hoogte van de pijnlijke enthese bij 1 op 5 mannen en bij 2 op 10 vrouwen, terwijl geen enkele calcificatie werd aangetoond bij de niet-pijnlijke controlaterale enthesen of bij de enthesen van de controlepersonen. Tenslotte werden ook corticale onregelmatigheden vastgesteld in het darmbeen bij 3 pijnlijke enthesen op 5 mannen en bij 8 pijnlijke enthesen op 10 vrouwen wat maar zelden voorkwam bij de controlaterale en controle enthesen. De auteurs besluiten dat gewone lumbalgie met ICS mogelijk veroorzaakt wordt door aanhechtingspijn. Bijkomende studies zijn nodig om deze originele hypothese na te gaan.

enkelverstuiking

NIEUWE RICHTLIJNEN VOOR DE BEHANDELING EN DE PREVENTIE VAN ENKELVERSTUIKING

Afbeeldingsresultaat voor ENKELVERSTUIKINGNEW YORK 02/07 – De nieuwe guidelines voor de behandeling en de preventie van enkelverstuikingen bij atleten adviseren, onder andere, het gebruik van niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAIDs) snel na het trauma, functionele revalidatie eerder dan immobilisatie voor graad I en II verstuikingen, en profylactische enkelondersteuning voor atleten met een voorgeschiedenis van enkelverstuikingen. Dit advies – ondersteund door bewijzen van niveau A of B – staat vermeld in de guidelines  die gepubliceerd werden door The National Athletic Trainer’s Association op haar jaarvergadering op 27 juni in Las Vegas. Het guideline panel zet artsen ertoe aan om de hoog gequoteerde guidelines toe te passen in de praktijk. Om letsels te voorkomen, zouden atleten, in het bijzonder deze met hoger risico, om de 3 maanden of langer een evenwichts- en neuromusculaire controle moeten ondergaan – d.i. een andere aanbeveling met bewijsniveau A. Evenwichtstraining, waarbij de atleet bijvoorbeeld op één voet steunt, op zacht schuim staat of op één voet op een trampoline springt, vermindert latere letsels – d.i. een aanbeveling met bewijsniveau A. Andere aanbevelingen met bewijsniveau A of B zijn onder meer:

– Speciale testen zoals de voorste schuifladetest en de inversietest hebben grotere diagnostische accuraatheid 5 dagen na het letsel dan 2 dagen na het letsel (Bewijsniveau B).

– De Ottawa Ankle Rules (OARs) zijn nuttig voor het bepalen van de behoefte aan x-stralen (Bewijsniveau A).

– Magnetische resonantiebeeldvorming (MRI) detecteert op betrouwbare wijze acute scheuren in het ligamentum talofibulare anterius en het ligamentum calcaneofibulare (Bewijsniveau B). Vergeleken met MRI, is diagnostische ultrasound nuttig maar minder accuraat en gevoelig (Bewijsniveau B).

– Artrografie en tenografie zijn ook minder accuraat dan MRI en CT, in het bijzonder indien uitgevoerd 48 uur na een lateraal ligamentair letsel (Bewijsniveau B).

– Na een acuut trauma is MRI zeer gevoelig, specifiek en accuraat om de graad van verwonding aan de syndesmotische ligamenten van de enkel te bepalen (Bewijsniveau B).

-Graad III verstuikingen moeten gedurende minstens 10 dagen geïmmobiliseerd worden met een rigide brace of onderbeen-enkel gips en daarna moet gestart worden met gecontroleerde therapeutische oefeningen (Bewijsniveau B).

– De revalidatie moet onder andere bestaan uit het vergroten van het bewegingsbereik, flexibiliteit en versterking van de omringende spieren (Bewijsniveau B).

– Tijdens de revalidatie en de follow-up van enkelverstuikingen is evenwichtstraining noodzakelijk om recidieven te verminderen (Bewijsniveau A).

– Voordat de patiënt opnieuw mag sporten, moet de functionele performantie van het gekwetste lidmaat minstens 80% van het niet-gekwetste lidmaat bedragen (Bewijsniveau B).

“Dit is de meest uitgebreide verzameling van bewijzen die tot nu toe beschikbaar is,” verklaarde Dr. Phillip Gribble, directeur van het Athletic Training Research Laboratory aan de University of Toledo in Ohio, telefonisch aan Reuters Health. “Deze paper biedt artsen enkele solide richtlijnen over de aanpak van het letsel dat momenteel het vaakst wordt gezien in alle sporten. Enkelletsels komen veel meer voor en zijn een veel grotere last voor de gezondheidszorg dan mensen denken,” aldus Dr. Gribble. Hij was niet betrokken bij het opstellen van de guidelines, maar hij zat de sessie voor op de NATA conferentie waarin de guidelines werden voorgesteld. De hoge frequentie van enkelverstuikingen en de vooruitgang in de behandeling tijdens de laatste 20 jaar waren de aanleiding voor deze guidelines, verklaarde Dr. Thomas Kaminski, directeur van de dienst atleettraining aan de University of Delaware in Newark, Delaware, die de guidelines taskforce leidde. “Het is verbazingwekkend hoeveel beter we nu zijn in de behandeling, vooral in de preventie,” aldus Dr. Kaminski.

cryotherapie

KOUDWATERBADEN KUNNEN PIJN VERLICHTEN, RISICO’S NIET BEKEND

Afbeeldingsresultaat voor in bad koud waterNEW YORK 21/02 – Een duik nemen in een ton met koud water na een zware inspanning kan spierpijn voorkomen, maar in een nieuw overzichtsartikel wordt gesteld dat er weinig bekend is over de bijwerkingen ervan en over hoelang je in het water moet blijven.

Vorsers zeggen dat er zeer weinig goed onderzoek is uitgevoerd over cryotherapie, hoewel die behandeling zeer in is om spierpijn na een inspanning te voorkomen of te verminderen. “Dat wordt typisch gedaan in de sportgeneeskunde bij elite- en beroepsatleten, maar die praktijk begint zich nu stilaan uit te breiden”, zei dr. Chris Bleakley, de eerste auteur van de studie en vorser aan de University of Ulster in Noord-Ierland. Dr. Bleakley et al. hebben de gegevens verzameld van 366 sporters in 17 studies voor hun rapport in de Cochrane Library van 15 februari. De vorsers vonden dat de meeste studies ter zake werden uitgevoerd bij slechts een handvol atleten en slecht waren ontworpen. Bij gebrek aan gegevens konden ze slechts een significante conclusie trekken uit 14 studies waarin een koudwaterbad werd vergeleken met niets doen of gewoon rusten. In die studies werd de proefpersonen gevraagd om na een inspanning in een koudwaterbad te gaan zitten van ongeveer 10 tot 15 °C. Ze bleven ongeveer vijf tot 24 minuten in het bad zitten. De atleten die een koudwaterbad hadden genomen, vertoonden de volgende vier dagen 15% tot 20% minder spierpijn, aldus dr. Bleakley. Maar hij zei Reuters Health ook dat de mensen moeten weten dat alleen de spierpijn verbeterde en dat dat niet betekent dat de spier sterker was. “Het is zuiver een subjectief gevoel van minder spierpijn”, zei hij. En zelfs al werd in de studies een zekere verbetering gerapporteerd, dan nog konden de auteurs geen standaardmethode naar voren schuiven. “Als je wil weten wat je nu zou moeten doen, ga je daar geen antwoord op vinden. En waarschijnlijk zal de behandeling verschillen naargelang van de situatie”, zei dr. Thomas Best, mededirecteur van Ohio State University Sports Medicine, die niet betrokken was bij het onderzoek. Dr. Best zei aan Reuters Health dat het nieuwe rapport niet leert hoe vaak atleten de behandeling zouden moeten doen, hoelang ze in het koude water zouden moeten blijven en hoelang ze moeten wachten na beëindiging.

Geen categorie

SNELLE AFKOELING HAALT WEINIG UIT VOOR VERROKKEN SPIEREN

NEW YORK 25/06 – Superkoude luchtgolven kunnen goed voelen op overspannen spieren, maar de steeds populairdere vorm van cryotherapie stopt de spierpijn of de afname van de spiersterkte niet, volgens een nieuwe studie.

Andere parameters van spierletsels, zoals zwelling en elektrische activiteit in de spiercel, waren iets verbeterd na snelle afkoeling, maar “globaal is het ondoeltreffend,” verklaarde Dr. Gaël Guilhem, hoofdauteur van de studie en onderzoeker aan het National Institute for Sports in Parijs, Frankrijk. Wat atleten willen, aldus Dr. Guilhem, is, “heb ik minder pijn, ben ik sterker?’ En het antwoord was, ‘neen.'” IJs werd lange tijd gebruikt voor spierletsels. “Het was de standaardbehandeling voor acute en chronische spierletsels sinds de jaren ‘70,” verklaarde Dr. Ty Hopkins, professor aan Brigham Young University die niet meewerkte aan de studie. Sindsdien werden de technieken om beschadigde weefsels af te koelen, steeds meer gesofisticeerd; zo zijn er onder meer machines die gebruik maken van pulsen extreem koude lucht om de gekwetste zones snel af te koelen zonder de huid te beschadigen. Dr. Hopkins verklaarde dat deze technieken onlangs aan populariteit wonnen in het kader van pogingen om spierletsels na inspanningen te verminderen. Als de spieren zwaar belast worden, ontstaan er kleine scheurtjes in de spiervezels – waarvan het herstel uiteindelijk resulteert in grotere spieren. Maar onmiddellijk na het acute letsel, voelt de spier zwak, ontstoken en pijnlijk aan. De spieren afkoelen met ijs, kan pijnstillend werken, maar de studies waren het niets steeds eens over de vraag of de praktijk beschadiging van het spierweefsel kan voorkomen. Dr. Guilhem en zijn team vroegen 24 mannen om een spierletsel te creëren in hun arm. De vrijwilligers spreidden herhaaldelijk één arm in gestrekte positie terwijl ze duwden tegen een weerstandstoestel. Na één dag voelden de spieren in de getrainde arm bij alle mannen pijnlijk aan, en de onderzoekers volgden hun toestand op gedurende 2 weken. De helft van de mannen kreeg cryotherapie onmiddellijk na de  zware inspanning en opnieuw één, twee en drie dagen later, terwijl de andere helft geen extra interventie onderging. De behandeling omvatte drie applicaties die elk 4 minuten duurden, van lucht die tot -30°C was afgekoeld. De spiersterkte was in elk van beide groepen verminderd een dag na de inspanning, maar de personen die de afkoeling kregen, ondervonden geen enkel voordeel, rapporteerden de onderzoekers op 5 juni online in The American Journal of Sports Medicine. De spierpijn was maximaal enkele dagen na de inspanning en nam geleidelijk af in de loop van de volgende 2 weken, maar ook op dit vlak gaf de snelle afkoeling van de gekwetste spier geen verschil in de pijn op lange termijn. Eén van de parameters die verschillend was tussen de groepen was de inflammatie, gemeten aan de hand van CRP (C-reactive protein). De CRP spiegels waren constant bij de mannen die cryotherapie kregen, terwijl de mannen die geen cryotherapie kregen, 93% stijging van de CRP spiegels vertoonden 3 dagen na de spierinspanning. Dr. Guilhem en zijn team gebruikten ook elektromyografie om de uitgebreidheid van de spierletsels tijdens de inspanning te meten. “Wat we zagen, is dat de cryotherapie groep zijn spieractiviteit gedurende ongeveer 2 dagen behield,” verklaarde Dr. Guilhem aan Reuters Health. Met andere woorden, hoewel de spieractiviteit in beide groepen afnam, behield de cryotherapie groep deze activiteit langer voor de afname. Dr. Guilhem voegde eraan toe dat het verschil tussen de groepen echter zeer klein was en “dat dit geen effect heeft op de spierprestaties.” Hoewel cryotherapie niet zo’n groot effect zou hebben in het kader van zware training, wil dit niet zeggen dat ze geen voordelen kan bieden in andere situaties, zoals gewrichtsletsels, verklaarde Dr. Hopkins. Dr. Guilhem verklaarde dat mensen die herstellen van een spierletsel, zich gewoon beter zouden voelen met cryotherapie. Dr. Hopkins gaf toe dat afkoeling op andere vlakken nuttig kan zijn. “Cryotherapie is zeer goed om secundaire letsels te beperken, zwelling en pijn te beperken, en ze heeft geen nadelen,” verklaarde hij aan Reuters Health.

Geen categorie

STAMCELLEN OM BREUKEN TE BEHANDELEN

De herstellende geneeskunde heeft een aanzienlijke vooruitgang geboekt door het gebruik van stamcellen. Aanvankelijk stelden zich een aantal ethische problemen, omdat het ging om embryonale stamcellen, maar vandaag maakt men gebruik van autologe cellen. Dit wil zeggen dat deze cellen uit de patiënt geëxtraheerd worden en na enige tijd opnieuw worden geïnjecteerd. De resultaten van een dergelijk type onderzoek op fracturen werden onlangs gepubliceerd in Molecular Therapy door een Israëlische team. De onderzoekers beschrijven hun techniek waarbij eerst 50 ml beenmerg uit het bekken wordt verwijderd. Ze isoleren de mesenchymale stamcellen en vervolgens mengen ze deze met botmatrix en plasma van de patiënt. Deze mengeling wordt daarna opnieuw geïnjecteerd op de plaats van de breuk. De op deze wijze behandelde breuken waren laesies die zich moeilijk herstellen. Dankzij de Israelische techniek herstelt de breuk zich 3 tot 4 maal sneller dan gebruikelijk. Bij 24 opeenvolgende patiënten met distale scheenbeenfracturen, die er om bekend staan dat ze zich moeilijk consolideren, genazen de breuken na anderhalve maand bij patiënten behandeld met stamcellen, en na drie maanden in de controlegroep. Tot dusver werden geen bijwerkingen waargenomen. Echter, er is weinig bekend over de betrokken mechanismen, zoals werd opgemerkt in een recent artikel in hetzelfde tijdschrift. Dit vereist dat studies worden uitgevoerd om meer duidelijkheid te scheppen.

Diabetes

BEWEGING VOLSTAAT OM VET TE VERMINDEREN BIJ MENSEN MET DIABETES TYPE 2

Afbeeldingsresultaat voor BEWEGING VOLSTAAT OM VET TE VERMINDEREN BIJ MENSEN MET DIABETES TYPE 2LEIDEN 26/06 – Mensen met diabetes type 2 verliezen vet wanneer ze wekelijks een aantal uur bewegen. Het vetverlies is echter niet gelijkmatig over het lichaam verdeeld, schrijven onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) in het vaktijdschrift Radiology.

De onderzoekers wilden weten of lichaamsbeweging volstaat om de hoeveelheid vet in het lichaam te verminderen. Daarom werd twaalf mensen met diabetes type 2 een bergexpeditie in het vooruitzicht gesteld. Zij trainden hiervoor wekelijks drie tot zes uur in een sportschool. De deelnemers, die gemiddeld 46 jaar waren, werd verzocht om hun eetpatroon niet aan te passen. Daar hielden zij zich aan, bleek uit een eetdagboek dat zij bijhielden. Met MRI-scans werd de hoeveelheid vet in het lichaam van de deelnemers zes maanden gevolgd. “Mensen verloren door het trainen gemiddeld 5 procent van hun lichaamsgewicht. De vermindering van de hoeveelheid vet was op sommige plekken veel groter” ,vertelt prof. Hildo Lamb van de afdeling Radiologie van het LUMC. De vetreductie was het grootst in de buik, lever en rond het hart. Terwijl de hartspier en een beenspier geen vetverlies lieten zien. “Juist de vermindering van vet in de buik en lever is belangrijk, omdat dit vet geassocieerd is met hart- en vaatziekten. We zagen de leverfunctie van de deelnemers ook verbeteren. We hebben dit nu bij een kleine groep laten zien. In de toekomst hopen we in staat te zijn om te voorspellen welke strategie het beste is voor een patiënt: lichaamsbeweging, dieetverandering, medicatie, een operatie of een combinatie”, aldus Lamb.

Geen categorie

SUGAR WATER INJECTIONS MAY HELP EASE KNEE PAIN

NEW YORK (Reuters Health) – Knee pain appears to decrease up to one year after “prolotherapy,” a series of sugar water injections at the site of the pain, according to a new study.

Previous research on the therapy had suggested positive effects, but that research was plagued by flaws. The new report may be more reliable, according to Dr. John D. Loeser, a pain specialist and professor emeritus at the University of Washington in Seattle. “This is a well-performed clinical trial that deals with many of the issues that have clouded prior reports of prolotherapy,” Dr. Loeser, who was not involved in the study and has spoken out against the practice in the past, told Reuters Health in an email. Knee osteoarthritis is common, especially among people over 65, but no single therapy has proven particularly beneficial. In prolotherapy, which costs $200 to $1000 per session and is not covered by Medicare, small amounts of solution are injected at multiple painful ligament and tendon locations in the knee over several sessions. The hope is that a new minor irritation will stimulate the body to repair both old damage and new. “The idea is to stimulate a local healing reaction,” lead author Dr. David Rabago from the University of Wisconsin in Madison told Reuters Health. Dr. Rabago and his colleagues divided 90 people with knee osteoarthritis, ages 40 to 76, into three groups: one got sugar-water prolotherapy injections, another got salt-water placebo injections, and the third was instructed in at-home exercise and received no injections. The first two groups got injections at least three times, sometimes more if they asked for it, over 17 weeks, and were followed for one year. The sugar water group reported better knee function, improving 16 points on a 100-point scale of osteoarthritis severity, compared to 5 points for saline and 7 points for the exercise group. The sugar water group also reported less frequent and less severe pain, improving 14 points on the same scale, at one year, while the salt water and exercise groups improved 7 points and 9 points, respectively. One of the things that has held back previous studies of prolotherapy is the difficulty of mimicking the injections for a sham group. “The best one can do is ‘control’ for those effects by testing an agent against a similar treatment and varying only one thing, which is what we did,” Dr. Rabago said. But since the salt water group and the exercise-only groups had similar results, the benefit was probably not a placebo response, Dr. Loeser said. “This study yields results that are more favorable than other carefully controlled studies of prolotherapy in other regions,” Dr. Loeser said. But there are a lot of questions to answer before this becomes widely adopted, he cautioned. “Certainly, additional studies are needed before one accepts prolotherapy as standard treatment for knee OA,” Dr. Loeser said. Researchers don’t yet know how long the pain benefit will persist after one year. But Dr. Rabago said, “These results support its use as routine care for knee OA in patients who have not improved with more conservative measures.” The study was reported May 1st online in Annals of Family Medicine.

Geen categorie

INJECTIES BIJ LAGE RUGPIJN WERKEN NIET OF NAUWELIJKS

Hoewel artsen nog vaak injecties toedienen bij lage rugpijn, blijken die niet of nauwelijks te werken. Dat schrijven onderzoeker Bart Staal van het UMC St Radboud en collega’s uit Maastricht in het gezaghebbende Journal of the American Medical Association (JAMA).

Uitbraak hersenvliesontsteking door corticosteroïde injecties

De Verenigde Staten werden eind vorig jaar opgeschrikt door een ernstige uitbraak van hersenvliesontsteking. Onderzoek wees uit dat die uitbraak werd veroorzaakt door corticosteroïde injecties, onder meer tegen lage rugpijn. De medicijnen waren bij de producent vervuild geraakt met een schimmel die bij diverse patiënten leidde tot meningitis. Bijna vijftig mensen zijn inmiddels aan de uitbraak overleden.
De enorme publiciteitsgolf heeft in Amerika geleid tot extra aandacht voor de behandeling van lage rugpijn. Maar liefst twee procent van alle artsbezoeken in Amerika heeft te maken met lage rugpijn, waarmee de aandoening de top vijf haalt van voornaamste redenen voor het bezoeken van een arts.

Een niet-invasieve behandeling heeft de voorkeur
De gezondheidskosten voor patiënt en maatschappij zijn hoog. Naar aanleiding van de Amerikaanse uitbraak heeft dr. Bart Staal, onderzoeker bij IQ Healthcare in het UMC St Radboud, samen met enkele collega’s van de Universiteit Maastricht een artikel geschreven in JAMA over de werkzaamheid van de behandeling. Staal: “Hoewel injectietherapie in de VS maar ook in Europa nog vaak wordt toegepast, bestaat er weinig tot geen bewijs voor die behandeling. We hebben voor de Cochrane Collaboration in 2008 een systematische vergelijking gemaakt van vrijwel al het onderzoek naar injectietherapie. Ook daarna is er nog een soortgelijk onderzoek verschenen. In beide gevallen was de conclusie dat er niet of nauwelijks bewijs is voor de werking van de injecties. Een niet-invasieve behandeling heeft over het algemeen de voorkeur, met ontstekingsremmers in de acute fase en voor de chronische fase kun je denken aan oefentherapie onder begeleiding van een fysiotherapeut of een multidisciplinaire behandeling.”

Injecties nuttig voor specifieke patiëntengroepen
Staal sluit niet helemaal uit dat een injectie voor een specifieke patiëntengroep met lage rugpijn toch nuttig kan zijn, maar door de enorme variatie in injectietherapie valt daar tot dusver weinig over te zeggen. “Afhankelijk van de pijn wordt de injectie niet alleen op verschillende plaatsen toegediend”, zegt Staal, “maar ook de dosis en het middel – corticosteroïden, pijnstillers zoals NSAID’s, morfine, benzodiazepines – kunnen sterk variëren. Verder zien we een grote bandbreedte in diagnoses en de veronderstelde oorzaak van de pijn. Alleen als die verschillende factoren in komende studies beter worden meegenomen, krijgen we daar meer inzicht in.”